Met ’60 jaar Top 40, deel 3: 2005-2024′ sluit Godfried Nevels (1973) de driedelige boekenreeks af waarmee uitgeverij DATO het zestigjarig bestaan van de Nederlandse Top 40 viert. Het boek verschijnt op 28 mei 2026 bij DATO, een imprint van Lecturis. Maxazine ontving een recensie-exemplaar.
Nevels koos voor een rechttoe rechtaan format. Eén hoofdstuk per jaar, één artiest of band die uit dat jaar wordt uitgelicht, en daartussen drie langere interviews met songwriters-producers. Plus jaaroverzichten, fotomateriaal en korte voor- en nawoorden van Top 40-dj’s Jeroen Nieuwenhuize en Domien Verschuuren. Erik de Zwart sluit af. Het is, kortom, een ouderwetse hardcover van 256 pagina’s, prettig vormgegeven door uitgever Paul van Mameren, met een kaft die teruggrijpt op het herkenbare Top 40-logo en een collage van artiestenfoto’s uit de periode.
De keuze om elk jaar te koppelen aan precies één artiest is meteen ook het grootste probleem van dit boek. Voor 2007 valt de keuze op The Pussycat Dolls met ‘Wait a Minute’, terwijl datzelfde jaar bijvoorbeeld Amy Winehouse en Rihanna grote indruk maakten in de hitlijst. Voor 2013 wordt het Ilse DeLange. Voor 2024, Hannah Mae en Maksim. Nevels legt in zijn inleiding eerlijk uit waarom: hij interviewde wie hij te pakken kreeg, en een paar grote namen, waaronder Coldplay en Maroon 5, zegden op het laatste moment af. Dat is begrijpelijk. Maar de optelsom is dat de jaarkeuzes niet zozeer een verhaal vertellen over twintig jaar popmuziek als wel over wie er een uurtje wilde bellen.
Dit is een anekdoteboek. En als zodanig werkt het prima. Carmit Bachar van The Pussycat Dolls vertelt over haar deels Nederlandse afkomst, over de variété-oorsprong van de groep in de Viper Room en over het feit dat Nicole Scherzinger de originele versie van ‘Don’t Cha’ aanvankelijk een vreselijk nummer vond. Train-zanger Pat Monahan deelt het verhaal achter ‘Drops of Jupiter’. Dave Keuning van The Killers praat over zijn Nederlandse roots. Het zijn smakelijke weetjes, in een journalistieke maar weinig gepolijste stijl genoteerd.
De sterkste hoofdstukken zijn de drie producer-interviews. Rick Nowels over zijn werk met Madonna op ‘Ray of Light’ en zijn verbazing dat juist de remixversies van ‘I Follow Rivers’ en ‘Summertime Sadness’ de hitlijsten haalden. Rodney Jerkins vertelt over hoe ‘Say My Name’ van Destiny’s Child is ontstaan tijdens een avond met de Spice Girls in een Londense club waar twee-step werd gedraaid. Jason Evigan over hoe ‘Sorry I’m Here for Someone Else’ van Benson Boone van een ballad naar een uptempo popsong werd verbouwd. Dit zijn de gesprekken die je elders niet vindt en die echt iets toevoegen.
Wat het boek niet is, is een naslagwerk. Wie iets wil opzoeken over een bepaalde hit, een chartpositie of een jaar, kan beter elders terecht. De jaarlijsten zijn aanwezig, maar wie cijfers, overzichten of een index zoekt, vindt die hier niet. Wat het ook niet is, is een cultuurhistorische analyse. De periode 2005-2024 is voor de Top 40 zelf een existentiële periode geweest: de fysieke single verdween, streaming kwam op, Spotify en TikTok verschoven de definitie van wat een hit is, en de Top 40 verloor zijn vanzelfsprekendheid bij iedereen onder de dertig. Daar staat in dit boek vrijwel niets over.
Tekenend is het slotwoord van Erik de Zwart, voorzitter van de Stichting Nederlandse Top 40. Onder de titel ‘Belofte voor de toekomst’ beschrijft hij geen toekomst, maar somt hij producten op: radiostreams via TuneIn, Top 40 TV, een vinyl-singlesbox in oplage van duizend stuks, het opnieuw uitverkochte Hitdossier. De belofte zelf luidt: iedere week opnieuw de hits samenstellen. De zin “er kan er maar één de hitlijst van Nederland maken” hangt in een vacuüm waarin niemand de vraag stelt of dat over tien jaar nog iemand interesseert. Wie een visie op de toekomst van een 61-jarige hitlijst verwachtte, krijgt een PR-bericht.
’60 jaar Top 40, deel 3′ is een cherrypickboek. Je hoeft het niet van voor naar achter te lezen. Je slaat het open bij een jaar dat iets met je doet, je bladert door de lijstjes, je krijgt af en toe een oh-ja-moment en je zet het terug in de kast. Voor wie tussen 2005 en 2024 jong was, is dat een prima verjaardagscadeau. Voor wie cultuurhistorische context zoekt, niet.
En ja, KANE staat er ook in. Natuurlijk staat KANE er in.
’60 jaar Top 40, deel 3: 2005-2024′ is een nette, prettig vormgegeven jubileumuitgave waarmee Nevels zijn drieluik afsluit. De songwriter-interviews zijn de moeite waard, de artiestenkeuzes voelen pragmatisch, en de grote vraag waarom de Top 40 in deze twintig jaar veranderde van vanzelfsprekendheid in nichehitlijst, blijft onbeantwoord. Niet bij Nevels, en niet bij de Stichting die het boek mede mogelijk maakte. Leuk boek. Geen onmisbaar boek. (6/10)
Uitgeverij: DATO
ISBN: 9789462265639
