Graveyard heeft de afgelopen jaren laten horen dat een band uit Göteborg meerdere levens kan hebben. Het viertal begon in 2006 en trok met ‘Hisingen Blues’ uit 2011 de aandacht van iedereen die van zompige bluesrock met een vuil randje houdt. In 2016 viel de band uit elkaar, maar de pauze duurde kort. ‘Peace’ verscheen in 2018 en ‘Six’ in 2023, een plaat die rustiger en bespiegelender klonk. Nu is er ‘Fever’, het zevende album, en de titel is een eerlijke waarschuwing. Er staat koorts op en de temperatuur loopt flink op.
De band koos er dit keer bewust voor om geen tijd te verspillen. Er is geen externe producer gebruikt en er is niet lang gesleuteld. Pelle Gunnerfeldt, bekend van werk met The Hives en Refused, nam de mix voor zijn rekening en liet het geheel lekker rauw. Het hoesontwerp is van de Nederlandse kunstenaar Maarten Donders, die je kent van Roadburn. Gitarist Jonatan Larocca-Ramm vertrok na de opnames, wat dit album ook een beetje het gevoel van een laatste ronde geeft.
Opener ‘Back From The Grave’ zet de toon. Het is een zware, soms trage riff die je bij de lurven pakt, met fuzzpedalen die diep worden ingetrapt. Black Sabbath waart door de ruimte, al klinkt het geheel schoner dan je zou verwachten. Daarna volgt ‘Tongue Tied’, een nummer met een onverbiddelijke beat dat je zonder omwegen richting het podium duwt. Je hoort The Who in de energie en een vleugje Duitse stonerbands als Kadavar in de zwaarte.
‘Year Of The Horse’ dendert door je speakers als een kudde die niet meer te stoppen is. De drums gaan daarna naadloos over in ‘A Means To An End’, de single waarmee de band dit album aankondigde. Het is een groovend nummer waarin gitaar en ritmesectie elkaar blind begrijpen. Het blijft bij een strakke riff en een hypnotiserende lijn, zonder opsmuk. Dat werkt omdat Graveyard weet wat het kan en dat gewoon doet.
‘Time To Tell’ laat een andere kant horen. Hier komt de soulvolle blues weer boven, met meer ruimte en meer melodie. Het album blijft met negen nummers lekker compact, en dat is geen overbodige luxe. Er is geen vet en ook geen nummer dat de aandacht laat verslappen. Wel mis je hier en daar een uitschieter die je écht blijft achtervolgen. Een paar songs lijken sterk op elkaar en de beste momenten van ‘Hisingen Blues’ worden niet helemaal geëvenaard.
Toch is het verfrissend om te horen hoe de band zich na een introverte plaat weer laat gaan. De productie is helder en gebalanceerd, maar de randjes zijn niet weggeschuurd. ‘Fever’ klinkt als een plaat die je op volume wilt draaien, in een donkere kroeg met een koud biertje en natte vloeren.
Graveyard bewijst met dit album dat de band nog altijd een stevige, bluesgetinte rockplaat kan maken zonder in herhaling te vallen. Het is geen nieuwe mijlpaal, maar wel een plaat met nerf, druk en karakter. Voor wie het oude vuur van de band mist, is dit een prima moment om weer naar binnen te stappen. (8/10) (Nuclear Blast)
