Godflesh neemt langzaam afscheid, maar doet dat met de kracht van een band die nog alles te vertellen heeft. Met ‘Decay’ verschijnt het tiende album van het Britse industrialduo, en tegelijk het voorlaatste. Justin Broadrick heeft laten weten dat het einde in zicht is, en de manier waarop hij dat aanpakt getuigt van vakmanschap en karakter.
De band uit Birmingham werd in 1988 opgericht door Broadrick en bassist B. C. Green. Met ‘Streetcleaner’ uit 1989 legden ze een fundament voor industrial metal dat tot vandaag nawerkt, met trage, stuwende drumcomputers, een zware gitaar en een bas die je voelt in je borst. Na een lange pauze keerden ze in 2009 terug en met ‘Purge’ uit 2023 lieten ze horen dat het vuur nog brandde. Rolling Stone zette dat album op de tweede plek van de metalplaten van dat jaar. ‘Decay’ komt uit dezelfde sessies. Broadrick koos destijds wat bij ‘Purge’ paste en bewaarde de rest, en na twee jaar zoeken vond hij bij Relapse het juiste thuis voor deze nummers.
Opvallend is hoe zuiver en geconcentreerd de plaat klinkt. Er staan zes nummers op, samen goed voor ruim veertig minuten, en dat geeft elk stuk de ruimte om te ademen. ‘Master and Slave’ opent langzaam en zwaar, en afsluiter ‘Consume Me’ zakt in een sombere, slepende mars die je vasthoudt tot de laatste noot. Samen nemen die twee de helft van het album in beslag, en Broadrick noemt ze zelf de kern van de plaat. Dat is goed te begrijpen. Ze vormen een stevig raamwerk waarbinnen de rest zijn plek vindt.
In het midden staan de vijfminutenstukken met hun eigen haatgrooves, zoals de band ze zo goed kan spelen. ‘Living/Ending’, de eerste single, is daar een mooi voorbeeld van. Een dreunende bas en gehijg openen het nummer, daarna volgen ritmes van de drumcomputer die door merg en been gaan en een elastische gitaarlijn die blijft hangen. Broadrick grauwt er korte, rauwe zinnen overheen. Het doet denken aan de gebroken snelheid van ‘Streetcleaner’, maar met de dikte van hun vroege EP’s. Voor wie de band kent, voelt dit direct vertrouwd.
Ook het verhaal achter de opnames verdient aandacht. Broadrick onderging dit jaar een operatie aan een liesbreuk, veroorzaakt door jaren van schreeuwen op het podium. De zang was grotendeels klaar, maar een paar uitloopstukken nam hij op terwijl hij er last van had, en de plaat werd na zijn herstel gemixt. Hij zegt dat Godflesh altijd draait om het uiten van pijn, meestal van geestelijke en existentiële aard, en dat het nu ook lichamelijk was. Dat geeft de plaat een eerlijkheid die niet te veinzen valt.
De herhaling die bij de band hoort, werkt ook hier als een soort hypnose. Na een paar luisterbeurten ontdek je details in de lagen en de bas, en dan blijkt hoeveel uitgekiende arbeid in deze ogenschijnlijk eenvoudige nummers zit. Het is een plaat die vertrouwen wekt: Godflesh weet precies wie het is en hoeft niets te bewijzen.
‘Decay’ is geen plaat om even tussendoor te draaien, maar wie de tijd neemt en het volume ver openzet, krijgt een intens en oprecht afscheid van een band die de industrial metal heeft gevormd. Het is bovendien nog niet het laatste woord, en daar kun je alleen maar blij mee zijn. (8/10) (Relapse Records)
