Greg Dulli en zijn kompanen zijn terug met ‘Soft Control’, het vierde album van The Afghan Whigs sinds hun wederopstanding in 2014, dat werd ingeluid met het goed ontvangen ‘Do to the Beast’. Daarvoor zat er tussen het vorige album, ‘1965’ uit 1998, ruim zestien jaar stilte. In die periode zat Dulli echter bepaald niet stil. Hij bracht solowerk uit, waaronder ‘Amber Headlights’ (2005), vormde The Twilight Singers, die vijf albums afleverden, en nam samen met de in 2022 overleden Mark Lanegan het niet onverdienstelijke ‘Saturnalia’ (2008) op. Daarmee bouwde Dulli aan een oeuvre dat minstens zo interessant is als zijn werk met The Afghan Whigs.
Net als Lanegan kende ook Dulli zijn demonen. Vooral in de beginjaren van The Afghan Whigs vormden drank, drugs, passie en liefdesverdriet de brandstof voor zijn gekwelde zang en getormenteerde composities. Dulli vocht jarenlang tegen een alcohol- en drugsverslaving, totdat het plezier plaatsmaakte voor dwang. Dankzij zijn vastberadenheid, doorzettingsvermogen en de steun van goede vrienden wist hij uiteindelijk uit dat dal te klimmen. Waar de muziek van The Afghan Whigs ooit werd gevoed door die innerlijke onrust, lijkt Dulli inmiddels vanuit een aanzienlijk rustiger en helderder levensperspectief te opereren. Zijn enige overgebleven verslaving lijkt espresso te zijn.
De vraag is dan ook wat daarvan is overgebleven op ‘Soft Control’. Meer dan genoeg, zo blijkt. Dulli zingt nog altijd met die rauwe, doorleefde stem en de hartstocht van een klassieke soulzanger. Alleen lijken de diepe wonden in zijn ziel inmiddels wat minder open te liggen. De thematiek draait nog steeds om liefde en de valkuilen die daarmee gepaard gaan, maar de onbeteugelde lust en wanhoop hebben plaatsgemaakt voor meer relativering.
Muzikaal valt vooral de volheid van de nummers op. Waar ‘Do to the Beast’ veel ruimte liet voor de dynamiek van de gitaren, van ingetogen naar spannend en uiteindelijk explosief, klinkt ‘Soft Control’ compacter en meer dichtgesmeerd. Dat is niet per definitie minder interessant; binnen die stevige geluidsmuur valt juist veel subtiliteit te ontdekken.
Opener ‘Jungle Roux’ zet direct de toon met een uitdagende drive en een refrein dat in al zijn eenvoud uitnodigt om luidkeels mee te zingen. ‘House of I’ koppelt vervormde gitaren aan stuwende drums en biedt Dulli alle ruimte om zijn lijdende vocalen te etaleren. ‘Duvateen’ neemt vervolgens gas terug, om langzaam maar onvermijdelijk naar een climax toe te werken; een terrein waarop The Afghan Whigs zich al jaren thuis voelen.
Zo beweegt ‘Soft Control’ zich door vertrouwde, maar nog altijd overtuigende sferen. The Afghan Whigs klinken nergens als een band die slechts op nostalgie drijft. Integendeel: de inmiddels 61-jarige Dulli bewijst dat er nog altijd voldoende te bezingen valt. Ook zonder zijn oude demonen heeft hij de nodige scherpe randjes behouden. (7/10) (BMG)
