Iedere week komen er tientallen nieuwe albums binnen op de redactie van Maxazine. Veel te veel om ze allemaal te beluisteren, laat staan te recenseren. Iedere dag één recensie zorgt ervoor dat er te veel albums achterblijven. En dat is zonde. Daarom plaatsen we vandaag een overzicht van albums die op de redactie binnenkomen in korte recensies.
The Garden – Bootleg
Aan het huis op de albumcover is nog een hoop werk aan de winkel. Renoveren zal nog wel even duren. ‘Bootleg’ is de nieuwe plaat van The Garden en zou een eindproduct moeten zijn. Toch kunnen we er niet omheen dat de mix behoorlijk rommelig klinkt. Nou wordt de band in het hokje experimentele punk neergezet. Dat hoort natuurlijk ook niet gelikt te klinken, maar de zang is wel erg pitchy. Ze hebben wel behoorlijk wat succes met hun muziek, maar ook dat kan te maken hebben met het feit dat de broers Wyatt en Fletcher Shears ook modellen zijn voor niet de minste merken. Uiterlijk doet veel op platformen als TikTok. De band gaf aan dat dit een soort compilatie is van nummers zonder duidelijk doel, dat is te horen. Al met al is deze ‘Bootleg’ met zijn slechts 32 minuten toch een behoorlijk vermoeiende zit. (Rik Moors) (3/10) (Epitaph)

Emptiness – Nowhere Speaks
Emptiness maakt geen muziek om vriendjes mee te worden en dat is precies de bedoeling. Op ‘Nowhere Speaks’, het zevende album van de Brusselse band, wordt de riff waarmee ‘Nothing But The Whole’ in 2014 abrupt eindigde weer opgepakt, en dat cirkel sluiten past bij hoe deze band altijd heeft gewerkt. Anders dan het isolement van ‘Vide’ werd dit album live in de studio opgenomen, en dat is te horen: de klank is dicht, fysiek en drukkend, zonder dat het ooit comfortabel wordt. Nummers als ‘The Threat’ en ‘Darkness Commands’ bewegen zich tussen black metal, doom en industrial, met songstructuren die zich weinig aantrekken van verwachtingen. De titeltrack ‘Nowhere Speaks’ fluistert eerder dan dat hij schreeuwt, tot de druk zich langzaam opbouwt tot iets dreigends. Niet alles landt met evenveel kracht; een paar passages blijven ronddobberen zonder ergens uit te komen, wat het geen gemakkelijke plaat maakt om in één ruk door te luisteren. Wie houdt van muziek die zich niet laat temmen, vindt hier precies wat hij zoekt, al vraagt deze plaat wel om geduld en volle aandacht. (Anton Dupont) (8/10) (Season of Mist)

Syd – Beard
Vier jaar na ‘Broken Hearts Club’ keert Syd terug met ‘Beard’, haar derde soloalbum en een plaat die vooral draait om zelfacceptatie. De titel verwijst naar het donshaar op haar bovenlip, ooit een bron van onzekerheid, nu een teken van eigenheid, en dat thema klinkt door in de manier waarop ze zich muzikaal opstelt. Van de twaalf nummers staat haar naam op tien als producer, een duidelijk signaal dat deze plaat dicht bij haarzelf staat. Opener ‘Callin’, met Blu June, is een intiem duet met een jaren negentig-sfeer, terwijl ‘My Love’ leunt op een bossanovaritme dat de plaat een zomerse lichtheid geeft. Bijdragen van Raphael Saadiq, Rodney Jerkins en James Fauntleroy zorgen voor variatie zonder dat Syds eigen signatuur naar de achtergrond verdwijnt. ‘GMFU’ oogt aanvankelijk luchtig, maar draagt onder de oppervlakte een scherpere ondertoon. Het resultaat is een subtiele, doorleefde plaat die vooral wint aan kracht bij herhaald luisteren, en die laat horen dat Syd zich sinds haar jaren bij Odd Future verder heeft ontwikkeld tot een eigenzinnige stem binnen de eigentijdse R&B. (Elodie Renard) (8/10) (Warner Records)

Ferg’s Imaginary Big Band – The New Atomic
Zoals Sjostakovitsj en Strawinsky de ‘Wagneriaanse Leidmotiven’ verwerkten in hun werk, zo gaat Ferg’s Imaginary Big Band aan de haal met de erfenis van ‘The Atomic Mr. Basie’. En hoe. Dit is het derde album van dit gezelschap waarop ‘vol gas’ een bijna kolderiek understatement is. Dit is van de eerste seconde tot de laatste noot een op hol geslagen horde kinderen op schoolreis, tot de nok toe afgevuld met Red Bull en stijf van de Fruitella, stuiterend van attractie naar attractie terwijl de begeleiders amechtig hijgend proberen enigszins orde te houden. Kansloos. In acht stukken ramt deze bigband een mix van jazz, pop en punk door de speakers. Wat ooit in het Engelse Leeds begon als een Sun Ra-tribute is inmiddels uitgegroeid tot een genre op zichzelf. Maar vergis je niet: het is allemaal bloedserieus. In knappe arrangementen ontaardt niets in chaos, maar blijft elk stuk moeiteloos overeind en bovenal boeien, vooral door de zinderende grooves en solo’s die misschien technisch niet verfijnd zijn, maar wel uit het hart komen. Uit 25 harten die hoorbaar van elke seconde hebben genoten tijdens de opnames. Een rammer van de bovenste plank. (Jeroen Mulder) (9/10) (Trash City Records)

The Waterboys – Atlantic Rain
Mike Scott opende de archieven van The Waterboys en daaruit ontstond ‘Atlantic Rain: The Lost Fisherman’s Blues Recordings’. Het drieluik verzamelt vijfentwintig opnames uit de sessies van ‘Fisherman’s Blues’, gemaakt tussen 1986 en 1988, en laat horen hoe vruchtbaar die periode voor de band was. Nieuwe nummers als ‘Come Back To Galway’ en ‘The Man With The Wind At His Heels’ hadden zo op de originele plaat gepast, gedragen door blazers en viool die de Keltische sfeer versterken. ‘Light Shine On Me’ voegt een gospelrand toe, terwijl de covers, van Dylans ‘Knockin’ On Heaven’s Door’ tot een gedurfde versie van Prince’s ‘When Doves Cry’, tonen hoe breed de invloeden van de band altijd zijn geweest. Niet elk spoor is noodzakelijk; de derde schijf zakt terug in improvisaties zonder duidelijke richting, en het geheel had compacter gekund. Toch overheerst het plezier van ontdekking. Voor wie ‘Fisherman’s Blues’ als een hoogtepunt in de discografie van The Waterboys beschouwt, is dit een welkome aanvulling die het beeld van die periode vollediger maakt, ook voor luisteraars die het origineel al jaren kennen. (Cian Murphy) (7/10) (Chrysalis Records)

