Op donderdagavond 21 mei was de Shepherds Bush Empire het toneel van een concert dat meteen duidelijk maakte waarom Thomas Dolby al meer dan vier decennia tot de meest eigenzinnige en veelzijdige muzikanten van zijn generatie wordt gerekend. Als producer, componist en performer wist hij destijds elektronische pop te verbinden met cinematische ambitie, en die combinatie bleek op deze avond nog even fris en overtuigend als ooit. Met Martin McAloon van Prefab Sprout als voorprogramma en een setlist die dwars door een decennium popgeschiedenis sneed, was het een avond die zijn verwachtingen ruimschoots inloste.
Prefab Sprout
De keuze voor Martin McAloon als voorprogramma was geen toeval. Thomas Dolby produceerde enkele albums van Prefab Sprout en bleef ook na de jaren tachtig goed bevriend met het enige overgebleven lid van de band. McAloon is misschien niet de meest technische zanger of gitarist, en dat geeft hij zelf ook toe, maar zijn natuurlijke innemendheid maakte van het voorprogramma een aangenaam en warmhartig begin van de avond. Geheel alleen op het podium, met een selectie nummers van weleer, wist hij bij het niet meer zo jonge publiek onmiddellijk een flinke bron van herkenning aan te boren. Dat de Shepherds Bush Empire al bij aanvang van de supportact afgeladen vol stond, zegt genoeg.
Toen vanuit het publiek om ‘Appetite’ werd geroepen, lachte McAloon: “Don’t worry, that one will come soon.” Enkele nummers later loste hij die belofte in, en het publiek reageerde royaal. Daarvoor passeerden onder meer het fijne ‘Life of Surprises’ de revue, nadat hij het publiek grappend had gevraagd of Mickey er ook was, waarop iemand uit de zaal droogjes antwoordde: “No.”
‘Appetite’ werd gevolgd door ‘When Love Breaks Down’, dat eveneens op onverdeelde bijval kon rekenen. Opvallend was dat bij vrijwel elk nummer het grootste deel van de zaal al tijdens het voorprogramma volledig meezong, wat des te duidelijker maakt hoe groot Prefab Sprout in Engeland nog steeds is. De laatste nummers waren pure meezingers, waarbij McAloon ook nog even de tijd nam om Coldplay op de korrel te nemen: “Glad I’m not Chris Martin.” Het absolute hoogtepunt was ‘The King of Rock ‘n’ Roll’, waarbij de gehele zaal de tekst “hot dog, jumping frog, Albuquerque” naar het plafond zong. Een meer dan geslaagde opwarmer.
Thomas Dolby
Thomas Dolby betrad het podium zonder omhaal, aanvankelijk in zijn eentje, en kondigde aan enkele nummers solo te spelen voordat hij de band erbij zou halen. De opening was ‘The Flat Earth’, voorafgegaan door een kwinkslag over de Flat Earth Community, compleet met samples van Martin Luther King. Hij vertelde dat hij op een mijl afstand van de zaal geboren is en zijn eerste concert in 1964 bijwoonde, toen de Beatles in de nabijgelegen Hammersmith Odeon speelden. Londen was dan ook zijn thuispubliek. Daarna volgde ‘Evil Twin Brother’, met vooraf opgenomen zang van Regina Spektor als Yelena, terwijl Dolby als een leraar achter zijn synthesizer en sampler stond.
Bij ‘One of Our Submarines’ werd eens te meer duidelijk dat een van de pioniers van de synth pop nog steeds actueel is. Op de achtergrond waren oude filmbeelden van onderzeeërs te zien, met soms een recenter beeld van Dolby zelf in een onderzeëer ertussen verweven, en in het nummer werd een fragment uit ‘Cars’ van de al eveneens legandarische Gary Numan ingemengd. Op dat moment verliet Dolby zijn deck om met een mini-synthesizertje het podium verder op te lopen.
Een van de hoogtepunten volgde al snel, toen hij terugkeerde naar 1985, het jaar dat hij David Bowie ontmoette op het heliplatform van de Battersea Power Station. Bowie wilde dat er geen foto’s zouden worden gemaakt, maar Dolby maakte er stiekem één. Die foto werd aan het publiek getoond, waarna ook footage van Live Aid op het scherm verscheen: het was immers de vlucht naar Wembley voor dat legendarische concert, waar Dolby in de band van Bowie optrad. ‘Heroes’ klonk vervolgens als een mooi en welgemeend eerbetoon aan de man die hij daar die dag leerde kennen.
Hij vertelde ook dat hij tegenwoordig in de Verenigde Staten lesgeeft, en dat het merkwaardige is dat zijn studenten allemaal in deze eeuw geboren zijn, maar zijn oude muziek toch weten te vinden. Over de jaren tachtig zelf was hij genuanceerd: niet alleen maar glitter en glamour, maar ook de donkere tijden. De Falklandoorlog, een vreemde Royal Wedding, hij somde wat mindere dingen op, en gaf aan dat toen al het idee bij hem opkwam om een symfonie te schrijven. Zonder formele opleiding in orkestratie schreef hij voor deze tournee toch een symfonie in zijn eigen stijl. Voor volgend jaar hoopt hij die met een echt symfonisch orkest te brengen. Voor nu werd het een symfonieorkest op tape, en verder een band van vrienden.
Dolby stelde daarvoor die band voor. Op gitaar stond Jakko Jakszyk, bekend van King Crimson en Level 42, ofwel een oude vriend met wie Dolby als kind samen voetbalde. Achter het drumstel zat Mat Hector, bekend van zijn werk met Iggy Pop. Bassiste Ana Pshokina uit Oekraïne had eveneens op het podium moeten staan, maar mocht het Verenigd Koninkrijk afgelopen zaterdag niet binnen omdat haar werkvergunning was ingetrokken. Zij speelde mee via een TikTok-video op het scherm, wat de avond een onverwacht politiek randje gaf.
Na zijn vroege jaren met werk voor Foreigner (‘Waiting for a girl like you’) te hebben aangehaald, dirigeerde Dolby het orkest op het videoscherm en opende met een uitgebreide medley die begon als de Iconic ’80s Symphony, 2nd Movement. Dolby’s humor om toch een symfonie te schrijven. De zaal werd meegenomen langs klassiekers als ‘Comfortably Numb’, ‘Here Comes the Rain Again’ en ‘Red Rain’, om verder te gaan met ‘Sign Your Name’, ‘Little Red Corvette’, ‘Billie Jean’ en ‘Thriller’. Via ‘This Must Be the Place (Naive Melody)’ en zijn eigen ‘Cajun Moon’ sloot het geheel af met ‘With or Without You’. Tijdens ‘Little Red Corvette’ danste hij uitbundig over het podium, en bij ‘Billie Jean’ nam hij in Orson Welles-stijl het woord terwijl hij via zijn sampler Michael Jackson ‘belde’ en bij hem langs ‘ging’. Een mooi kijkje in de keuken van Dolby’s verleden.
Voor de derde beweging van de symfonie werd Martin McAloon uitgenodigd terug het podium op te komen om mee te spelen bij ‘Bonny’, het bekende Prefab Sprout-nummer. Op het moment dat het nummer begon verscheen de albumhoes van Steve McQueen op het scherm, wat een lach door de zaal stuurde. McAloon keek om en deed verrast, zoals alleen McAloon kan overkomen. De medley liep daarna verder via Grace Jones versie van ‘Libertango’ en ‘New Year’s Day’ naar ‘The Killing Moon’, waarbij Dolby zijn gitaar pakte, en sloot af met ‘The Things That Dreams Are Made Of’, ‘Sweet Dreams (Are Made of This)’ en ‘Ordinary World’. Bij Grace Jones verliet McAloon het podium, waardoor zijn gastoptreden maar erg kort bleef, voor nu.
Na een bandintroductie volgden ‘Set the Controls for the Heart of the Sun’, ‘How Soon Is Now?’, ‘Head Over Heels’ en ‘Shout’, waarbij het publiek enthousiast meeklapte. Zonder onderbreking gleed ‘Shout’ over in de bekende baslijn van ‘Don’t Give Up’, waarop Ana Pshokina vanaf het scherm zei: “For all the people of our home”, begeleid door de Oekraïense vlag.het werd plotsklap emotioneel. Op de achtergrond verschenen beelden en citaten van Michael Douglas, de bruiloft van Charles en Diana, rellen en marcherende fanfares, die naadloos overliepen in een slotdeel van de symfonie met ‘White Wedding’, ‘Love Will Tear Us Apart’, ‘Dancing with Tears in My Eyes’, ‘Vienna’ en ‘Don’t Dream It’s Over’.
Daarna haalde Dolby herinneringen op aan Jason Mraz, die ooit een nummer van hem wilde coveren. Mraz verscheen als beeld op de achtergrond tijdens ‘My Brain Is Like a Sieve’ en zong zo samen met Dolby een duet. ‘Europa and the Pirate Twins’ bracht de set echter weer terug naar de elektro, alvorens het hoogtepunt kwam bij de grote hit ‘She Blinded Me with Science’, waarop op het scherm grote delen van de videoclip werden getoond, inclusief natuurlijk Magnus Pyke, de beroemde wetenschapper, die daarna werd afgelost door diverse andere wetenschappers, die meezongen met het woord “science”. Het werd echter hilarisch afgesloten door Hillary Clinton met de woorden: “I believe in science.” Het is en blijft immers Thomas Dolby en van hem kan je alles verwachten.
Als toegift keerden Martin McAloon, Jackszyk en Hector terug voor ‘Hyperactive’, wat natuurlijk volledig werd meegezongen door de bijna 2000 man publiek, waarna de band het podium verliet en Thomas Dolby alleen achterliet voor het magistrale ‘Airwaves’. Na een laatste buiging was het voorbij, maar de indruk die deze avond naliet was die van een artiest die zijn verleden koestert zonder er door gevangen te worden gehouden. Dolby is en blijft een geniale zonderling, maar wel een die wellicht het beste concert van 2026 achter zijn naam heeft staan.
