Met ‘The Last Balloon’ sloot Tank and the Bangas via Verve Forecast de losse ballontrilogie af die in 2019 begon met ‘Green Balloon’ en in 2022 doorgroeide met ‘Red Balloon’. Het is hun vijfde studioalbum, opgenomen in The Complex in Los Angeles onder executive productie van Austin Brown, en het bevestigt wat na de Grammy-winst voor ‘The Heart, The Mind, The Soul’ vorig jaar al voelbaar was: deze band uit New Orleans heeft de overgang van eigenzinnige Tiny Desk-winnaars naar volwassen genrearchitecten definitief gemaakt. Wie The Roots koestert om de manier waarop Questlove en de zijnen hip-hop al decennia behandelen als bandmuziek met poëtische wortels, krijgt hier het zuidelijke equivalent voorgeschoteld.
Wie zijn Tank 7 the Bangas ? De kern is nog steeds het tandem Tarriona ‘Tank’ Ball en multi-instrumentalist Norman Spence II, aangevuld met drummer Deven Trusclair, bassist Kenaniah Turner, toetsenist Rob Kellner en saxofonist Etienne Stoufflet. Wie ze ooit in het Parkstad Theater Limburg in Heerlen samen met het Metropole Orkest aan het werk heeft gezien (zie eerdere bespreking op Maxazine), weet hoe naadloos ze schakelen tussen poëzie, funk, gospel, hiphop en jazz. Op ‘The Last Balloon’ wordt dat live-DNA hoorbaar bewust als bouwprincipe gebruikt: gang vocals, handclaps, gelaagde call-and-response. Ball verklaarde het zo: “This is my part, but your part’s coming up next, so get ready.”
Wat maakt dit album zo bijzonder, want bijzonder is het. Hier wordt het interessant. ‘The Last Balloon’ laat een ongebreidelde experimenteerdrift horen zonder zijn populaire toegankelijkheid te verliezen, en dat is de zeldzame combinatie waar een band als deze al jaren naar zocht. Het album groovet onophoudelijk, maar slaat tegelijk een geloofwaardige brug tussen het soul- en funkverleden van New Orleans en het beste wat hedendaagse hiphop en spoken word te bieden hebben. Het resultaat is een hybride vorm die naar meer doet smachten.
Beluister ‘No Invite’ als bewijsstuk. Rap wordt hier gebruikt als ritmische bouwsteen, gelaagd over een strijkarrangement dat eigenlijk niet zou moeten werken in deze context, en toch werkt. Het is precies het soort beslissing dat onderscheid maakt tussen een goed soulalbum en een gedurfd soulalbum, en het is exact het terrein waarop The Roots ooit ‘Things Fall Apart’ bouwde. ‘Honeycomb’ opent met een intro dat meteen aan Prince op zijn hoogtepunt doet denken, met een fenomenaal vocaal arrangement boven een gebroken ritme dat opgevangen wordt door een baslijn waar geen been stil bij blijft. ‘Move’, met Lucky Daye, is de duidelijkste hitpretentie van de plaat, en het is geen schande dat die ambitie er gewoon staat. ‘Don’t Count Yourself Out’ met Dawn Richard en ‘Whole World’ met Ledisi tonen Ball als gastvrouw die nooit overschaduwd wordt door wie ze uitnodigt.
Naast Lucky Daye, Ledisi en Dawn Richard horen we Big Freedia, Trombone Shorty, Shirazee, HaSizzle, Jelly Joseph (voormalig bandlid), Akeem Ali, David Shaw en Austin Brown zelf. Op papier is het een drukke gastenlijst, maar Brown houdt de productie strak genoeg om versnippering te voorkomen. ‘Nighttime’ weeft een Kindred the Family Soul-sample door een spacey, reflectieve setting waarin Balls poëtische instinct vrij baan krijgt, en waar haar jongere broer meedoet, wat het stuk iets diep persoonlijks meegeeft. Het slotnummer functioneert eerder als afscheidsbrief dan als afsluiter, en dat is precies wat een sluitstuk van een trilogie hoort te zijn.
Wie ‘The Heart, The Mind, The Soul’ beschouwde als het meest avontuurlijke en spoken-word-zuivere werk van de band tot nu toe, zal merken dat ‘The Last Balloon’ iets toegankelijker, iets meer op feest gericht en iets minder verstild is. De plaat is geen radicale heruitvinding maar een geconcentreerde synthese van alles wat deze band kan, en wie verwacht dat de slottitel een definitief experimenteel statement zou worden, kan licht teleurgesteld worden. Dat is geen tekortkoming, dat is een keuze, en die keuze past bij een band die uit haar live-set een blauwdruk maakt.
‘The Last Balloon’ is het soort album dat poëzie omzet in feest zonder dat de poëzie verdampt. Tank and the Bangas slagen erin de slotsteen van hun trilogie te leggen op een manier die de eerste twee delen niet alleen recht doet maar overtreft. Voor wie van The Roots houdt, van de manier waarop een liveband hip-hop en poëzie laat ademen zonder te kiezen tussen beide, is dit album verplichte kost. Het is een plaat die zal verdwijnen onder de huid van wie hem laat binnenkomen. (9/10) (Verve Forecast)
