Daar waar het afgelopen zaterdagavond in de grote zaal van de Effenaar een groot meezingfestijn was met de Dutch Sing Along, werd er in de kleine zaal vooral geluisterd naar de imposante stem van de Canadese artiest Ben Caplan. Inmiddels een graag geziene gast in de concertzaal, er waren dan ook niet veel kaartjes meer beschikbaar.
Als support mocht Tim Crabtree mee. De Brit, die al twintig jaar in Canada woont en zo Ben Caplan heeft leren kennen. Hij treed op onder Paper Beat Scissors en leek oprecht verbaasd na het eerste nummer hoe aandachtig de zaal naar zijn muziek stond te luisteren. Wellicht bang voor de beruchte dutch disease, die deze avond gelukkig bij niemand de kop op stak.
Crabtree vertelde tussen de nummers door wat over zijn reis door het leven, hoe hij in contact kwam met Caplan en over hoe sommige nummers tot stand zijn gekomen. Met open uitstraling op het podium en een dromerige stem wist hij de mensen in te pakken. Al stelde hij ook wat moeilijke vragen. Zo wist niemand een antwoord te geven op wat hij in Eindhoven nog moet bezoeken voor ze doorgaan. Hij grapte dat hij na de show hij het nog wel wilde horen, mochten de mensen nog op iets komen.
Stipt op de aangegeven tijd van 20.30 kwam Caplan opgelopen, zonder al te veel poespas ging hij achter zijn keyboard zitten. Wie even niet zijn ogen op het podium gericht had, had gemist dat de Canadees inmiddels op het podium zat. Met zijn eerste noten op het instrument en de klanken uit zijn keel werd de kleine zaal weer een kamer waar je een spelt kon horen vallen. Iedereen was direct onder de indruk van die krachtige, diepe stem.
Bij het nummer ‘Night Like This’ vertelde hij het verhaal achter dit nummer. Destijds deed hij nog langere tours dan deze en zat op een gegeven moment in de trein. Hij zag een bordje langs de weg en dacht: ‘’Fuck this shit, I wanna go home.’’ Inmiddels zijn de tournees van Caplan dus wat korter en benadrukte dat hij het deze avond niet zo voelde, maar dat het nummer toch ‘Night Like This’ heet.
Het viel hem op dat er nog niet uitbundig meegezongen werd. Dat past ook niet op zo’n avond, dit is mond dicht en genieten muziek. Daar had hij wat op bedacht. Hij ging een oud Canadees folk nummer brengen, die hij zelf had geschreven. Het kreeg de lachers wederom op zijn hand. Dat lukte hem iedere keer als hij het publiek toesprak. Zonder het deel voor te zingen, zong het publiek de tekst van ‘I Got Me A Woman’. Hij keek de zaal in en zei dat zijn tripjes naar Eindhoven eindelijk zijn vruchten af beginnen te werpen, maar dat er nog een man of zeven nog niet meezongen. Dus opnieuw en wat harder zong iedereen de woorden. Het enige woord wat Caplan daarop kon antwoorden: ‘’Godverdomme!’’.
De hele avond wisselde Caplan regelmatig tussen nummers op de keys en de gitaar, wat zorgde voor een lekkere afwisseling. Van luchtiger klinkende songs tot de zware, duistere nummers. Ook de nummers van zijn album van vorig jaar zaten al goed in het geheugen van de fans. ‘The Oracle’ en ‘The Flood’ die tegen het einde van de set zaten, werden zachtjes meegezongen. Met ’40 Days & 40 Nights’ werd de avond echt afgesloten. Nog een laatste keer haalde Caplan alles uit zijn stem en ging het publiek nog een keer mee in zijn verhaal. Wat volgde was een luid en lang applaus wat nog maar eens benadrukte dat de Canadees een zeer geliefde artiest is en ook echt een band heeft ontwikkeld met de Eindhovense zaal.
