Volgende week brengt Tori Amos haar nieuwe album ‘In Times of Dragons’ uit. Een album waarin ze reflecteert op de huidige politiek, en in het bijzonder de bescherming van de democratie die in gevaar is. Met twee uitverkochte concerten in Koninklijk Theater Carré gaf ze er een week van tevoren al een voorproefje van. Net als drie jaar geleden, toen ze ook met een andere tournee in hetzelfde Amsterdamse circustheater optrad, werd het geen doorsnee ‘greatest hits’ show van de Amerikaanse zangeres die inmiddels alweer een bijna 35 jarige solocarrière heeft.
Voordat Amos het podium zou betreden, gaf ze nieuw talent de kans in haar voorprogramma: de Britse singer-songwriter Isaac Levi. Het voordeel van een theater als Carré is dat het, anders dan in een popzaal, dwingt tot volledige aandacht. Ook voor een voorprogramma. Slechts solo op het podium met akoestische gitaar wist hij Carré aardig stil te krijgen. Of mee te laten zingen met een cover van ‘Iris’ van de Goo Goo Dolls. Wat natuurlijk heel makkelijk was voor een voorprogramma om met een cover van een klassieker te komen. Het werkte wel. Maar of het hem zonder die cover zou zijn gelukt blijft de vraag.
Tori werd begestaan door een drummer, bassist en drie jonge achtergrondzangeressen die net als haar geheel in het paars gekleed waren. Terwijl de band het experimentele ‘iieee’ al had ingezet, liep ze naar haar piano en keyboards midden vooraan het podium. Aan haar linkerkant een piano, en rechts twee keyboards. Virtuoos als ze is speelde ze regelmatig tegelijk. Het podium was verder sober met enkel een lichtgevende cirkel noven het podium waar slechts een spaarzaam moment lichtprojecties op waren te zien. Zoals bij het onheilspellende nieuwe nummer ‘Shush’, waarbij de lichtprojectie van een draak is te zien. Het inmiddels 27 jaar oude ‘Bliss’ paste er perfect achteraan. Met ‘Don’t Make Me Go To Vegas’ werd de onheilspelbaarheid luchtig onderbroken.
Hoewel Tori met haar 62 jaar tegenwoordig niet tot de oude garde hoort (drie generaties popmuzikanten voor haar hebben de leeftijd aardig opgerekt), viel het wel op dat ze nummers soms in een lagere toonsoort zong dan in de jaren ‘90 en ‘00. Dat werd dan weliswaar perfect opgevangen door haar drie achtergrondzangeressen. Van sleet leek ook nog geen sprake. Want fan favoriet ‘Horses’ kwam die kenmerkende hoge stem uit de jaren ‘90 wel weer tevoorschijn.
Tori kiest dus niet specifiek voor een hitshow. Toch was er een opleving te merken toen tegen het einde haar grootste hit in de Verenigde Staten, ‘A Sorta Fairytale’, voorbij kwam. Ook dit zong Tori zelf in een lagere toonsoort, maar haar achtergrondzangeressen zorgden ervoor dat het weinig verschilde van de studioversie. Ook ‘Crucify’ van haar debuutalbum ‘Little Earthquakes’ kon op bijval rekenen van Carré. Het werd een lang uitgesponnen versie die een bijna jammens intro kreeg.
In de toegift wist ze nog mooi zowel een ‘deep cut’ uit haar oeuvre te combineren met een hit. Na de deep cut ‘Tombigbee’ kon haar grootste Europese hit ‘Cornflake Girl’ uiteraard niet uitblijven als afsluiter.
Doordat ze ervoor kiest om willekeurig uit haar backcatalogus nummers te spelen, kiest ze niet voor de makkelijke weg. Toch lijkt haar publiek dat te slikken als zoete koek. Op haar 62ste is er dan ook nog lang geen sprake van sleet en weet ze Carre nog altijd op haar manier te betoveren.
