Olivier Le Goas, de Franse drummer en componist die eerder opnam met John Abercrombie en Larry Grenadier, presenteert met ‘The Chaining Loops’ zijn meest ambitieuze werk tot nu toe: een album van vijf uitgebreide composities voor septet, opgenomen in juni 2024 in de Studios de la Seine in Parijs en uitgebracht op Double Moon Records.
Le Goas is geen nieuwkomer. Na zijn opleiding aan de Dante Agostini Drum School in Parijs vertrok hij in 2003 naar New York, waar hij aan The New School studeerde bij onder anderen Jeff Ballard en Eric McPherson, en speelde met Ben Monder, Avishai Cohen en Jacques Schwartz-Bart. Die transatlantische vorming hoor je terug in alles wat hij maakt. Zijn debuut als leider, ‘Gravitations’ uit 2007, bracht hem samen met Abercrombie, Ralph Alessi en Drew Gress. Sindsdien volgden albums als ‘Reciprocity’ (2016, met Nir Felder en Kevin Hays) en ‘On Ramp of Heaven Dreams’ (2020, met Larry Grenadier), die hem een viersterrenreputatie opleverden bij zowel DownBeat als All About Jazz. ‘The Chaining Loops’ is zijn zevende plaat als leider en de eerste met Ensemble Pulse, een septet dat ontstond tijdens een creatieve residentie in Bretagne in 2021.
Wat maakt dit album bijzonder? Het antwoord zit in de architectuur. Le Goas componeert zoals een bouwmeester ontwerpt: in grote vormen met verschuivende maatsoorten, ineengrijpende ritmische cellen en melodische lijnen die zich over minuten uitstrekken. De vijf stukken duren samen 46 minuten, waarbij het langste, het titelnummer, ruim twaalf minuten beslaat. Dat klinkt als een recept voor academische droogheid, maar het tegendeel is waar. De muziek beweegt. Het vibrafoonintro van David Patrois op ‘The Chaining Loops’ lokt je naar binnen, waarna de band als een geoliede machine op gang komt. Frédéric Borey snijdt met zijn sopraansaxofoon door het ensemble, terwijl contrabassist Yoni Zelnik en Le Goas zelf een ritmepatroon leggen dat eerder aan de downtown-scene van New York doet denken dan aan de Parijse jazztempel.
‘Direction’, oorspronkelijk geschreven voor Le Goas’ kwartetproject Reciprocity, is met vier en een halve minuut het kortste nummer, maar ook het meest directe. Vibrafoon en gitaar zetten een doelgerichte melodie neer, de blazers voegen gewicht toe, en het geheel raast voorbij met de urgentie van een sprint. Wie ooit ‘Bitches Brew’ van Miles Davis hoorde en dacht “dit mag wel compacter”, vindt hier een verwant temperament in miniatuur.
Het werkelijke hoogtepunt is ‘Friction’, een suite waarin elk thema aan een andere solist is toevertrouwd: trombone (Gueorgui Kornazov), tenorsaxofoon (Borey), vibrafoon (Patrois) en gitaar (Michael Felberbaum). De textuurwisselingen zijn vernuftig, de solo’s scherp, en het geheel klinkt alsof je naar een bigband luistert met de intimiteit van een kamermuziekensemble. Médéric Collignon, op cornet en stem, voegt op ‘Fifteen Miles’ en ‘Light in the Sky’ een element van onvoorspelbaarheid toe dat het album naar een hoger plan tilt. Zijn woordloze zang op ‘Fifteen Miles’ behoort tot de sterkste momenten van de plaat.
De keerzijde van zoveel compositorische controle is dat het album af en toe naar adem hapt. De stukken zijn zo zorgvuldig geconstrueerd dat de improvisaties soms dienend blijven aan het grotere ontwerp, in plaats van er echt uit te breken. Op een album van deze lengte en complexiteit zou een moment van werkelijk ongecontroleerde vrijheid, een passage waarin het septet alle touwen loslaat, welkom zijn geweest. Dat gebeurt bijna op ‘Light in the Sky’, waar de solo’s hun avontuurlijkste zijn, maar zelfs daar voel je de hand van de componist op de schouder van de improvisator. Daarnaast is de productie helder maar tamelijk uniform. Bij vijf stukken van vergelijkbare textuur en dynamiek had meer contrast in de mix het album ten goede gekomen.
‘The Chaining Loops’ is het werk van een componist-drummer die weigert te kiezen tussen structuur en energie, tussen Europese precisie en de rauwe vitaliteit van de New Yorkse scene. In het landschap van de hedendaagse Europese jazz, waar septetten als dat van Mats Gustafsson of het Avishai Cohen Tentet de grens verleggen tussen compositie en improvisatie, claimt Le Goas een eigen plek. Dit is geen plaat die traditionalisten naar de mond praat. Het is ook geen vrijblijvend experiment. Het is het bewijs dat een drummer uit Oise, gevormd in Parijs en New York, in staat is om grootschalige jazznarratieve te schrijven die zowel het hoofd als het lijf in beweging zetten. (7/10) (Double Moon Records)
