Met ‘Chorales (Live)’ brengt de Ivoriaanse reggaezanger Tiken Jah Fakoly een EP uit van zeven liveopnames waarop hij wordt begeleid door twee koren: het Grand Choral van het Franse festival Nuits de Champagne in Troyes en een koor uit zijn thuisstad Abidjan.
Wie Tiken Jah Fakoly al langer volgt, weet dat hij zelden de gemakkelijke weg kiest. De man die in 2003 zijn vaderland moest ontvluchten na doodsbedreigingen, die in 2007 tot persona non grata werd verklaard in Senegal en die al sinds zijn debuut ‘Mangercratie’ uit 1996 onverdroten de corrupte Afrikaanse machthebbers de huid vol scheldt, gaat doorgaans liever de confrontatie aan dan dat hij meedeint op een commerciële golf. Op ‘Chorales (Live)’ doet hij iets dat in de geschiedenis van de Afro-Europese muziekuitwisseling opmerkelijk weinig voorkomt: hij neemt een Frans muziekformat mee naar huis, in plaats van andersom.
Honderd jaar Afrikaanse muziek in Europa is grofweg één lange eenrichtingsstraat. Ouverture van de Parijse wereldmuziekscène, opname in Londense studio’s, mixage door Britse producenten, vermarkting via Franse labels en West-Afrikaanse artiesten die hun materiaal letterlijk komen halen waar de infrastructuur staat. Tiken Jah Fakoly weet daar alles van: zijn eigen ‘Dernier Appel’ werd opgenomen in Ferber Studio in Parijs en gemixt in Londen, de productie was in handen van Jonathan Quarmby en Kevin Bacon. Hij heeft het zelf vaak betreurd dat hij in Afrika nauwelijks de podiuminfrastructuur vindt om te doen wat in Europa wel kan, omdat sponsors bang zijn voor zijn boodschap.
Met ‘Chorales (Live)’ draait hij dat schema voor één keer om. Het Grand Choral, een vast onderdeel van het festival Nuits de Champagne sinds 1988, is een typisch Frans fenomeen: 850 amateurkoorzangers uit het departement Aube, jaarlijks gegroepeerd rond een eregast uit de chansontraditie. Bernard Lavilliers heeft er zeven keer aan deelgenomen sinds 1998. Toen Tiken Jah er in oktober 2024 als eerste Ivoriaan ooit op het podium stond, schreef Brice Baillon polyfone arrangementen rond ‘Plus rien ne m’étonne’ en ‘Africain à Paris’. De videoregistratie van France Télévisions ging viraal. Tiken Jah pakte de telefoon en organiseerde een vergelijkbare sessie met een koor in Abidjan. Niet de Fransen kwamen ditmaal Afrikaanse muziek halen. Een Afrikaan kwam Frans formaat halen.Daarmee is meteen de scherpste politieke claim van deze EP geformuleerd, en wel zonder dat Fakoly er één strijdtekst voor hoefde te schrijven. De handeling zelf is het statement.
De Abidjan-versies openen sterk. ‘Plus rien ne m’étonne’ krijgt in zijn West-Afrikaanse uitvoering een grotere intimiteit dan in Troyes. Het koor klinkt minder gepolijst maar warmer, alsof de zangers de tekst over wapenleveranties en Afrikaanse marionettenleiders van binnenuit kennen. ‘Tata’ en ‘Nationalité’ borduren voort op die directheid, met ritmesecties die het reggaeskelet stevig overeind houden zonder de West-Afrikaanse percussie te verdringen.
In de Troyes-opnames hoor je een ander verhaal. Het koor is daar groter, technisch preciezer, en het arrangement van Baillon haalt op ‘Plus rien ne m’étonne’ werkelijk een gospelachtige cathartische lading naar boven. ‘Africain à Paris’, Fakoly’s eigen verbouwing van Stings ‘Englishman in New York’ tot een lied over Afrikaanse migranten, krijgt door het massieve koor in de refreinen een dramatiek die een Sting nooit zou kunnen oproepen. Het is een fraaie ironie dat een Frans amateurkoor uit Champagne een Brits popnummer heroriënteert tot een Afrikaans migrantenlied. ‘Tonton d’America’ met Bernard Lavilliers is een gulle bonus voor de Franse markt, en ‘Arriver à rêver’ sluit af met een ingehouden zacht moment dat na al die polyfone bombast precies op zijn plaats valt.
‘Chorales (Live)’ is geen perfecte plaat. Tiken Jah is 57 en zingt al veertig jaar in volle zalen. Op verschillende momenten, vooral in de hogere registers van de Troyes-opnames, hoor je dat zijn stem niet meer de lenigheid heeft van pakweg ‘Françafrique’ uit 2002. Een paar zanglijnen schuren langs de zuiverheid heen. Wie deze plaat afmeet aan een studio-album doet hem onrecht. Wie hem afmeet aan een puur live-document zal de imperfecties juist op waarde schatten. Bovendien is dit een EP van dertig minuten, geen volwaardig album, een feit dat de prijs van de vinyluitvoering niet helemaal ondersteunt.
Wat ‘Chorales (Live)’ uiteindelijk doet, en doet zeer goed, is de liefde voor de West-Afrikaanse reggaesoldaat opnieuw aanwakkeren. In een muziekklimaat waarin protest steeds vaker neerkomt op een tweet en een hashtag, zingt hier een man die in 2009 een hele campagne ‘Un concert, une école’ op gang bracht om in Mali scholen te bouwen. Dat West-Afrika hem nog altijd op handen draagt, blijkt uit de hoorbare bevlogenheid van het Abidjan-koor. Deze muziek mag niet verdwijnen. Ze hoort, om zijn eigen beeld te lenen, als een baken aan de wand te blijven hangen. Eerder besprak Maxazine zijn ‘Live Salle Pleyel’ uit 2025, eveneens beoordeeld met een 7. Tussen die twee live-platen door tekent zich een Tiken Jah Fakoly af die zich niet laat reduceren tot één formule, en die op zijn zevenenvijftigste nog altijd nieuwe contexten zoekt voor zijn oude strijdliederen. Dat hij die contexten dit keer niet importeert maar zelf exporteert vanuit Frankrijk naar Côte d’Ivoire is, in een muziekgeschiedenis die de andere kant op pleegt te lopen, een prestatie waar nog over wordt nagedacht. (7/10) (Chapter Two Records / Wagram Music)
