Bij mij in de buurt is een pop-up store ingericht. Verkopen van alles: T-shirts, games, posters en, zo tipt iemand mij, beneden staan bakken met platen. Dat hoef je niet twee keer te zeggen tegen een verwoed verzamelaar van vinyl. Op vrijdagochtend fiets ik, zoals elke week, naar het centrum, haal een paar broodjes, loop even langs de tabaksspeciaalzaak voor een paar goede sigaren en besluit dan om te gaan ‘crate diggen’. De bakken staan er, maar om nou te zeggen dat ik er erg warm van word… nee, niet echt. Het aanbod bestaat goeddeels uit platen die letterlijk miljoenen keren over de toonbank zijn gegaan, niks speciaals.
Dan valt mijn oog op een dame in en bevallige pose voor een drumkit. Boven haar in kapitalen ‘I Love Art Blakey’, onder de dame de titel van het werk: ‘Tough!’. De plaat ken ik, maar deze hoes is nieuw voor mij. Op mijn telefoon open ik ‘Discogs’ en voer het catalogusnummer in. Discogs kent de plaat: het betreft een Nederlandse uitgave uit 1966, de tweede lp die in de ‘I Love Jazz on Chess’-reeks werd uitgegeven door platenlabel Artone. Niet zeldzaam, wel bijzonder. Volgens Discogs is het tientje dat de plaat moet kosten, goed besteed.

Thuis zoek ik naar meer informatie over deze uitgave, want wat heb ik nu eigenlijk gekocht? Om te beginnen: Art Blakey, een van de grootste drummers aller tijden in hardbop. Dat is altijd goed. De man begon al op jonge leeftijd te drummen, speelde in de jaren veertig en vijftig bij Miles en The Monk, voordat hij zijn eigen Jazz Messengers oprichtte. ‘Moaning’ hoort tot een van de standaarden in jazz.
Boplijn
De opnames op ‘Tough!’ zijn in 1957 gemaakt, om precies te zijn in Minneapolis. Blakey is op dat moment bezig om de Jazz Messengers opnieuw vorm te geven. In ’57 speelt hij met trompettist Bill Hardma, saxofonist Jackie McLean, Sam Dockery op piano en Spanky DeBrest als bassist. Wat mij betreft een van de sterkste bezettingen van de Messengers, al zijn de meningen hierover verdeeld, vooral door de wetenschap dat het succes pas kwam in de Blue Note-periode met Lee Morgan, Wayne Shorter en Benny Golson.
‘Tough!’ wordt pas in 1966 uitgebracht en aanvankelijk alleen in de Verenigde Staten. Op de hoes van deze persing staat ook een dame afgebeeld, half en profil en alleen het gezicht, waarbij ze haar wijsvinger over haar mond heeft gelegd. Grappig detail is de boplijn in het kapsel, passend bij de hardbop-stijl die Blakey ten gehore brengt. Heette dat kapsel destijds ook ‘bop’ in de VS? Want dan zou dit een geniale vondst zijn.

Boris Bollebal
In Nederland mag Artone ‘Tough!’ uitbrengen. De platenbazen vinden echter dat de hoes wel wat aantrekkelijker mag. De opvallende pop-artachtige vormgeving met het fotomodel op de voorkant, typisch voor deze jazzuitgaven op het Chess-label, is bedoeld om vooral jonger publiek aan te trekken. De hoezen zijn ontwerpen van illustrator en striptekenaar Dick Fijnheer. In de jaren zestig tekent Fijnheer voor het stripblad Sjors, naast het illustratiewerk voor uitgeverij Gottmer in Haarlem waarvoor hij boekomslagen ontwierp. Later kwam daar het werk voor de platenlabels Artone en Palette bij. Volgens het internet was Fijnheer vooral bekend vanwege zijn voetbalstrip ‘De schijnbewegingen van Boris Bollebal’.

En het model op de hoes? De credits vermelden keurig dat het hier Sacha Beels betreft, een Nederlands fotomodel uit Heemstede. Sacha prijkt op menig Artone-hoes. Voor de Volkskrant was ze interessant genoeg om er in 2015 nog een verhaal aan te wijden. En niet alleen de Volkskrant had belangstelling in het model: in 2009 maakte Jaap Jongbloed een aflevering van ‘Het Mooiste Meisje van de Klas’ met haar.
De reden is niet zozeer dat ze model stond op jazzplaten, maar omdat haar vader een bekend persoon is in de wereld van het autoracen. Via haar vader leert ze Wolfgang Berghe von Trips kennen, een Duits autocoureur. Ze verloven zich, maar een huwelijk zal er nooit komen: Trips overlijdt in 1961 na een ongeluk tijdens de GP in Monza. Ten tijde van het tv-programma en het interview met de Volkskrant woont Beels in Zuid-Afrika.
Oranje label
De aantrekkelijke hoes zorgt er niet voor dat de Chess-platen gemakkelijker over de toonbank gaan; in 1966 hebben de jongeren het al veel te druk met vooral de British Invasion, een vloedgolf aan Britse bandjes die met slechts drie akkoorden prima uit de voeten kunnen. Wegens het uitblijven van het gewenste verkoopsucces, brengt Chess slechts een handvol platen uit in de serie, waaronder werk van Kenny Burrel, Roland Kirk, Yusef Lateef en Ramsey Lewis. Prima platen, maar niet van het kaliber Blakey.
De plaat leg ik op de draaitafel. Het vinyl ziet er schoon uit en is op het eerste gezicht vrij van al te diepe krassen. Ik word niet teleurgesteld: de plaat klinkt nog als een klok. De grote vraag is dan of het tientje dat ik betaal, een goede prijs is geweest. Anders gezegd: heb ik een eerste persing uit de bak gevist of een heruitgave.
Een tientje voor een eerste persing is een topdeal. Voor een latere uitgave is tien euro nog steeds OK, maar beslist niet meer waard. Om dit te achterhalen moet je toch wat huiswerk doen. Het label verschaft doorgaans de informatie die cruciaal is. Lay-out, lettertypes en eventuele matrixinformatie moeten matchen met de aanduidingen zoals die zijn aangebracht op de allereerste Artone-persing uit 1966.
Alles lijkt te kloppen: het oranje Chess International-label met het paardlogo is het label dat Artone in 1966 gebruikte. Check.
Catalogusnummer en matrix-nummers komen overeen met deze eerste persingen. Check.
En dan de aanduiding ‘Cadet Master – Recording first published 1964’. Cadet was het oorspronkelijke label dat ‘Tough!’ in licentie gaf aan Artone, specifiek voor het Chess International-label. Check.
Ik heb een vroege Nederlandse persing gekocht. Voor een tientje. In deze staat was veertig euro helemaal niet gek geweest.

Leuk voor de verzamelaar. De muziekliefhebber maalt er verder niet om. Die vindt het veel interessanter om te lezen dat Bruce Sweden wordt genoemd als opnametechnicus, dezelfde Sweden die later de vaste technicus werd van Quincy Jones en verantwoordelijk was voor de opnames van Michael Jacksons ‘Thriller’ en ‘Bad’. Sweden was dus al sinds de vijftiger jaren actief.
De verzamelaar kijkt nog een keer naar de hoes.
Zou Blakey de foto met Het Mooiste Meisje ooit hebben gezien?
