De naam is een streep tegen deze band, maar de muziek maakt alles goed. Man/Woman/Chainsaw ontstond in Londen toen Billy Ward en Vera Leppänen als veertienjarigen samen muziek begonnen te maken op school. Jaren later, aangevuld met violiste Clio Starwood, drummer Lola Cherry, toetseniste Emmie-Mae Avery en gitarist Billy Doyle, groeide dat schoolproject uit tot een zeskoppige band die zich al jaren opbouwt als een van de opvallendste live-acts van de Londense scene. Na een reeks singles en de veelgeprezen EP ‘Eazy Peazy’ brengt de groep nu haar debuutalbum ‘Cannonball’ uit, opgenomen met producers Margo Broom en Seth Evans in de legendarische RAK Studios.
En wat een debuut. ‘Cannonball’ opent met ‘Only Girl’, een nummer dat binnenkomt als een golf, met shoegaze-gitaren en opzwepende violen die toch ruimte laten voor pure popmelodie. Het is meteen duidelijk dat deze band zich weinig aantrekt van conventies. Waar veel jonge Londense bands zich verschuilen achter ingewikkelde structuren om maar interessant te lijken, klinkt Man/Woman/Chainsaw juist alsof ze precies weten wanneer een nummer simpelweg moet knallen.
‘Goddamn, Lizard Man!’ is het scherpste moment op de plaat, een nummer dat begint als een gecontroleerde explosie en langzaam uit elkaar valt in gitaarspasmes en schreeuwerige uitbarstingen. Het contrast met een nummer als ‘Canyons’, dat begint als een pianoballad en uitmondt in een dramatische climax vol wisselende ritmes, laat zien hoe breed het palet van deze band is. Ze zijn niet bang om binnen één nummer van fluisterende kwetsbaarheid naar volledige chaos te schakelen, en dat zonder ooit geforceerd te klinken.
Waar de plaat af en toe wat overweldigend wordt, is in de opeenstapeling van ideeën. Met twaalf nummers die stuk voor stuk een andere kant op gaan, van ‘Nosedive’ met zijn dansbare, bijna LCD Soundsystem-achtige drive tot de rauwe post-punk clatter van ‘The Thing’, is het niet altijd makkelijk om als luisteraar op adem te komen. Toch is dat precies waar de charme zit. Deze band weigert zich vast te leggen op één geluid, en juist die onvoorspelbaarheid maakt ‘Cannonball’ een plaat die telkens nieuwe details prijsgeeft.
Slotnummer ‘Something Else to Give’ vat de plaat mooi samen, met een breder instrumentarium en strijkers die het geheel een bijna filmische afsluiting geven. Het is een statement dat past bij een band die weet dat ze iets bijzonders in handen hebben, zonder dat ooit uit te spreken. Voor een debuutalbum is ‘Cannonball’ verbluffend volwassen, precies het soort plaat waarmee je aankondigt dat je gekomen bent om te blijven. Een luidruchtig, rommelig, en uiteindelijk overtuigend eerste statement van een band die duidelijk nog veel meer te vertellen heeft. (8/10) (Fiction Records)
