Suzanne Vega bewees zaterdagavond in een uitverkocht Muziekgebouw Eindhoven dat een groot concert niet afhankelijk is van bombast. Met slechts gitarist Gerry Leonard en later ook celliste Stephanie Winters aan haar zijde, vulde ze de zaal met verhalen, humor en tijdloze songs. Het werd een avond waarop nostalgie, nieuw werk en persoonlijke anekdotes moeiteloos in elkaar overvloeiden.
Vega en Gerry Leonard betraden samen het podium. Nadat ze het publiek had begroet, pakte ze haar karakteristieke hoed van een kruk, klapte die open en zette hem op. Vanuit de zaal klonk meteen de vraag: “Where’s the rabbit?” Leonard stak lachend zijn vinger op, waarna Vega gevat antwoordde: “No rabbits today.” Zonder verdere aankondiging begon ze aan ‘Marlene on the Wall’.
Na ‘99.9F’ stelde ze haar gitarist voor. “This is Gerry Leonard on guitar.” Vervolgens schakelde het duo direct door naar ‘Caramel’. Tussen dat nummer en ‘Gypsy’ nam Vega uitgebreid de tijd om het publiek toe te spreken. Ze begroette Eindhoven en vertelde dat het concert van de vorige dag vanwege de extreme hitte was afgelast. Hoewel het buiten die zaterdag nóg warmer was, voelde het in de zaal volgens haar gelukkig aangenaam.
Daarna verraste ze het publiek met een voorzichtig Nederlands lesje. “Ik spreek een beetje Nederlands”, zei ze, waarna ze lachend vervolgde: “De man eet rijst, de man eet vis, de man eet geen kip.” De zaal reageerde enthousiast op haar poging, waarna ze weer overschakelde naar het Engels.
‘Gypsy’ kondigde ze aan als een ouder nummer, “want daar houden de mensen van”. Ze vertelde dat het lied was gebaseerd op een zomerliefde die slechts zes weken duurde. Kort daarna voegde celliste Stephanie Winters zich bij het gezelschap voor een prachtig uitgevoerde versie van ‘The Queen and the Soldier’, dat Vega omschreef als “een oud nummer, heel tragisch”.
Een van de verrassingen van de avond was ‘When Heroes Go Down’, dat ze opdroeg als eerbetoon aan Elvis Costello. Grappig, want die legende staat op 8 juli nog in het Muziekcentrum in Eindhoven. Helaas is Vega dan al niet meer in ons land aanwezig. Vervolgens maakte ze ruimte voor recenter werk met de titeltrack van haar nieuwe album, ‘Flying with Angels’. Kaatschappelijke thema’s ontbreken op dat nieuwe album ook niet. Voor ‘Speaker’s Corner’ vertelde Vega over het First Amendment en de vrijheid van meningsuiting, war het nummer over gaat. Volgens haar is de boodschap van het nummer vandaag de dag nog altijd even actueel.
Bob Dylan kwam eveneens uitgebreid ter sprake. Vega vertelde dat ‘I Want You’ haar favoriete Dylan-compositie is en grapte dat hij het nummer voor zijn kamermeisje schreef. Zij besloot daarop ‘Chambermaid’ te schrijven als antwoord vanuit het perspectief van die kamermeid. Daarna bekende ze ooit Bob Dylan een kus te hebben gegeven. Sindsdien had ze hem nooit meer gezien. Lachend sloot ze af met: “But when he wants me, he knows where to find me.”
Gedurende de avond werd het zaallicht regelmatig licht aangedaan, waardoor Vega het publiek goed kon zien. Dat zorgde zichtbaar voor een warme wisselwerking tussen artiest en zaal, alsof ze haar verhalen rechtstreeks aan individuele bezoekers vertelde.
Via onder meer ‘I Never Wear White’ en ‘Some Journey’ werkte de avond toe naar de klassiekers. ‘Luka’ en het onvermijdelijke ‘Tom’s Diner’ werden enthousiast ontvangen en leken het slot van het concert te vormen.
Voor de eerste toegift keerde Vega terug met een eerbetoon aan Lou Reed. “Eindhoven is taking a ‘Walk on the Wild Side'”, glimlachte ze voordat ze ‘Walk on the Wild Side’ inzette. Daarna leek ‘Blood Makes Noise’ definitief het einde te betekenen.
Maar het publiek bleef applaudisseren en kreeg onverwacht nóg een toegift. Omdat het geannuleerde concert van vrijdag niet had kunnen plaatsvinden, grapte Vega dat ze best nog even door konden gaan. Als afsluiting koos ze voor ‘In Liverpool’, dat ze omschreef als het vervolg op het eerder gebrachte ‘Gypsy’, maar geschfeven toen ze oude liefde uiteindelijk terug vond. Een mooi eindr dat de cirkel rond maakte.
Suzanne Vega liet in Eindhoven zien dat haar kracht nog altijd schuilt in eenvoud. Geen grote showelementen of overdadige productie, maar sterke liedjes, subtiele humor en een bijna intieme band met het publiek. Het leverde een warm en persoonlijk concert op waarin zowel oude favorieten als nieuw materiaal volledig tot hun recht kwamen.
