Vanaf het moment dat de akoestische gitaar inzet en de luchtige melodie loskomt, ben je terug in het midden van de jaren negentig, een tijd van flanellen hemden, slenterend gitaarpop en radioprogramma’s die de grens tussen alternative rock en mainstream nauwelijks meer bewakten. Maar achter die zorgeloze klank schuilt een verhaal van literaire inspiratie, onverwacht succes, juridische conflicten en een band die nooit volledig de erkenning kreeg die haar debuuthit misschien had verdiend. ‘Breakfast at Tiffany’s’ van Deep Blue Something is zo’n nummer.
Deep Blue Something
De band werd in 1991 opgericht in Denton, Texas, door de broers Todd en Toby Pipes, die op dat moment studeerden aan de University of North Texas. De broers namen drummer John Kirtland en gitarist Clay Bergus aan boord. De groep trad aanvankelijk op onder de naam Leper Messiah, ontleend aan een regel uit het nummer ‘Ziggy Stardust’ van David Bowie. De uiteindelijke bandnaam was afkomstig van een lang instrumentaal nummer op de setlist, een naam die nergens op sloeg en juist daardoor goed bleef hangen.
Denton was in die jaren een vruchtbare voedingsbodem voor alternatieve muziek, en de Pipes-broers dronken gretig van die cultuur. Anders dan de grungeacts die destijds de toon zetten, kozen zij voor een folkrockaanpak. Dat onderscheidde hen van tijdgenoten als Nirvana, Pearl Jam en Stone Temple Pilots, die het landschap domineerden met zware gitaren en donkere thematiek. Deep Blue Something klonk luchtig, melodisch en toegankelijk, dichter bij de Gin Blossoms of Counting Crows dan bij de hardere kant van de alternatieve rock.
Bergus verliet de band voordat het eerste album werd opgenomen. De groep bracht in 1993 onafhankelijk het album ’11th Song’ uit. Na de release sloot Kirk Tatom zich als gitarist aan. De band groeide organisch, steunend op de levendige plaatselijke muziekscene en een groeiende schare lokale fans in de Dallas-Fort Worth-regio.
Breakfast at Tiffany’s
Het verhaal van ‘Breakfast at Tiffany’s’ begint bij een bank, een televisie en een blik op de klok. Todd Pipes werkte aan zijn masterstudie en volgde een cursus prozapoëzie. Hij vroeg zich af of het mogelijk was een hit te schrijven die niet rijmt. Tegelijkertijd had hij de frase ‘Breakfast at Tiffany’s’ in zijn hoofd, zonder precies te weten waarom die zo goed klonk. Op een middag zette hij zich thuis op de bank, zette de televisie aan en zag een Audrey Hepburn-film. Dat zette hem aan het denken, hij pakte een gitaar, de akkoorden D, A en G kwamen vanzelf, het refrein volgde onmiddellijk, en voor hij het wist moest hij naar zijn bijbaan in de bibliotheek. De film ‘Roman Holiday’ inspireerde de tekst, maar Pipes vond dat een andere Hepburn-film een betere songtitel zou opleveren.
Het resultaat was een nummer over een stervende relatie, waarbij de verteller wanhopig zoekt naar iets wat de twee mensen bindt. Het enige gemeenschappelijke wat hij kan bedenken, is dat ze allebei vaag een film hebben gezien. Het is een even komische als ontroerende premisse, en precies die gewone menselijkheid maakte de song tijdloos.
Het nummer verscheen oorspronkelijk op het album ’11th Song’ uit 1993, maar werd later opnieuw opgenomen voor het album ‘Home’ uit 1994. Toen lokale radiostations de nieuwe versie massaal begonnen te draaien, tekende de band bij Interscope Records, dat ‘Home’ opnieuw uitbracht met de volle promotionele kracht van een groot label achter zich. Als single uitgebracht in juli 1995, bereikte ‘Breakfast at Tiffany’s’ de vijfde positie in de Amerikaanse Billboard Hot 100 in januari 1996. Buiten de VS haalde het de eerste plaats in de Britse hitlijst en de top tien in Australië, Vlaanderen, Canada, Denemarken, Duitsland, IJsland, Ierland en Zweden.
De muziekvideo droeg sterk bij aan het succes. Daarin arriveert de band bij een ontbijttafel die door butlers wordt bediend, voor de deur van Tiffany & Co. in Midtown Manhattan. Aan het einde loopt een jonge vrouw voorbij die gekleed is als Holly Golightly uit de openingsscène van de film, maar dan in het wit in plaats van zwart. De video werd in zware rotatie gedraaid op MTV en hielp de single over de hele wereld door te breken.
De single paste wonderwel in het tijdsgewricht. In 1995 en 1996 domineerden nummers als ‘Waterfalls’ van TLC, ‘Gangsta’s Paradise’ van Coolio en ‘You Oughta Know’ van Alanis Morissette de hitlijsten. Te midden van al dat geweld klonk ‘Breakfast at Tiffany’s’ als een verfrissend, bijna onschuldig tegengeluid. De reacties van critici waren verdeeld. Het Britse vakblad Music Week gaf het nummer vijf sterren en noemde het de single van de week, lovend over het radiofriendelijke karakter, het verrassende refrein en het gitaarwerk. Aan de andere kant plaatsten VH1 en Blender het op een lijst met de vijftig slechtste songs ooit. Zelden was een single zo tegelijkertijd geliefd en verguisd.
Andrea Begley
Dat ‘Breakfast at Tiffany’s’ zijn kracht niet verloor na de jaren negentig, bleek onder meer uit de cover die de Noord-Ierse zangeres Andrea Begley er in 2013 van opnam. De versie verscheen op haar debuutalbum ‘The Message’, dat zij uitbracht na haar overwinning in de tweede reeks van The Voice UK.
Begley, die al op negenjarige leeftijd officieel als blind werd geregistreerd, groeide op in het dorpje Pomeroy in County Tyrone, Noord-Ierland, in een rijke traditie van Ierse muziek. Ze deed mee aan The Voice UK mede omdat het format van rechters die de auditie niet zien haar aansprak. Haar interpretatie van het nummer was sober en gedragen, ver verwijderd van de energieke gitaarpop van het origineel. Waar Deep Blue Something de tekst speels en luchtig bracht, gaf Begley er een melancholieke ondertoon aan, waarmee ze een nieuwe dimensie ontdekte in een lied dat velen al lang kenden. Haar debuutalbum bereikte de zevende positie in de Britse albumlijst en bewees daarmee dat ‘Breakfast at Tiffany’s’ generaties en genres kon overstijgen.
Home
‘Breakfast at Tiffany’s’ was de onbetwiste parel van het album ‘Home’, maar dat album verdient meer aandacht dan het door de schaduw van zijn eigen hit heeft gekregen. In 1994 bracht de band ‘Home’ uit via het onafhankelijke label RainMaker Records, waarna het een jaar later opnieuw verscheen via Interscope.
Het album telt twaalf nummers en beslaat een breed spectrum van invloeden, van shoegaze tot arena-rock. Het opent met het instrumentale ‘Gammer Gerten’s Needle’ en bevat naast de titeltrack nummers als ‘Halo’, ‘Josey’, ‘A Water Prayer’ en ‘Red Light’. Als b-kant verscheen bovendien een cover van ‘Dear Prudence’ van The Beatles. Critici stonden ambivalent tegenover het geheel. Sommigen prezen de ambitie en de gevarieerde invloeden, anderen vonden dat het album de belofte van de hit niet inloste. Toch bereikte ‘Home’ een gouden status in de Verenigde Staten, met meer dan vijfhonderdduizend verkochte exemplaren. Het bewees dat er een publiek was voor de band, ook al zou dat publiek uiteindelijk worden herinnerd als de som van één enkel nummer.
Halo
Wie verder graaft in het werk van Deep Blue Something, stuit op ‘Halo’, een nummer dat op hetzelfde album staat als de grote hit, maar een heel andere kant van de band laat zien. Waar ‘Breakfast at Tiffany’s’ direct en toegankelijk is, klinkt ‘Halo’ mysterieuzer en atmosferischer, met teksten die cirkelen rond verlangen, verslaving en spirituele onzekerheid. Het nummer werd uitgebracht als single, maar bereikte niet de reguliere Billboard Hot 100, al piekte het wel in de Bubbling Under-lijst net onder de officiële top honderd.
‘Halo’ illustreert waarom het etiket ‘one-hit wonder’ in het geval van Deep Blue Something enigszins onrechtvaardig is. De band had meer te bieden dan het soms cartooneske beeld van een groep die geluk had met één nummer. Maar de muziekindustrie en het grote publiek waren weinig genadig. De enorme populariteit van de hit en het uitblijven van vervolgsucces bezegelden hun reputatie.
De verdere geschiedenis van de band werd bepaald door juridische strijd. De groep werkte aan een derde album, ‘Byzantium’, maar liep tegen auteursrechtelijke problemen aan rondom de rechten op eerder uitgebracht werk. Nadat de rechtszaken waren geschikt, legde Interscope het album op de plank om zich te richten op andere artiesten. Het album werd uiteindelijk in 1998 uitgebracht, maar uitsluitend in Japan. De band scheidde in 2001 haar wegen, om aan het einde van 2014 opnieuw samen te komen.
Het verhaal van Deep Blue Something is een verhaal van schitterend toeval en pijnlijke omstandigheden. Een student muziek schreef een liedje terwijl hij haast had om naar zijn bijbaantje te gaan, en dat liedje reisde de wereld over. Dertig jaar later staat ‘Breakfast at Tiffany’s’ in vrijwel elke nineties-playlist, klinkt het in films en televisieseries, en wordt het gezongen door mensen die nauwelijks wisten dat er een band achter zat.
Na de hereniging in 2014 tekenden alle leden bij het onafhankelijke label Kirtland Records en bleef de band toeren en nieuwe muziek maken. De broers Pipes zijn actief gebleven in de muziekwereld als producers en solo-artiesten. Bij het dertigjarig jubileum stond de teller op bijna vierhonderd miljoen streams. Dat zijn geen cijfers van een vergeten curiositeit uit de jaren negentig. Dat zijn de cijfers van een evergreen, van een parel van de popmuziek.
