Er zijn nummers die pas jaren na hun verschijning hun ware formaat aannemen. Nummers die bij de eerste release nog even moeten wachten op het publiek dat hen verdient, totdat de tijd hen het gezag geeft dat ze altijd al hadden verdiend. ‘The Whole of the Moon’ van The Waterboys is zo’n nummer: uitgebracht in oktober 1985, aanvankelijk slechts een bescheiden vermelding in de hitlijsten, maar in de loop der decennia uitgegroeid tot een van de meest gekoesterde popliedjes van de jaren tachtig. Het is een hymne aan wijsheid en verwondering, aan het besef dat sommige mensen de wereld met een bredere blik zien dan anderen. En het is bovenal een monument voor de poëtische kracht van één man: Mike Scott.
The Waterboys
The Waterboys zijn een rockband gevormd in Londen in 1983 door de Schotse muzikant en songwriter Mike Scott. De bezetting van de band is door de jaren heen voortdurend veranderd, waarbij Scott de enige constante factor bleef. In meer dan vier decennia putte de band uit uiteenlopende stijlen: van punkrock en rock-‘n-roll tot folk, Keltische soul, country en rhythm-and-blues.
Scott werd geboren in Edinburgh en groeide deels op in Ayr. Van jongs af aan was hij gepassioneerd door muziek, mede beïnvloed door soulmuzikanten als Otis Redding. Op zijn vijftiende richtte hij zijn eerste band op, begon hij een eigen muziekfanzine genaamd Jungleland en speelde hij mee in lokale punkbandjes. Later studeerde hij een jaar Engelse literatuur en filosofie aan de Universiteit van Edinburgh, een achtergrond die zijn tekstschrijven voorgoed zou kleuren. De Britse dichters William Blake en William Butler Yeats zouden hem voor de rest van zijn leven blijven inspireren.
Scott begon zijn loopbaan als gitarist en frontman van de Edinburghse band Another Pretty Face, die hij later naar Londen verhuisde en omdoopte tot Funhouse. Toen hij ontevreden raakte over de richting van die band, begon hij solonummers te schrijven, wat uiteindelijk leidde tot de oprichting van The Waterboys.
In hun vroege periode combineerden The Waterboys een rocksound verwant aan het vroege U2 met elementen van klassieke trompet, jazzsaxofoon en hedendaagse keyboards. Critici omschreven dit geluid als ‘Big Music’, een term die Scott zelf had bedacht en die hij deelde met tijdgenoten als Simple Minds en Big Country. Waar U2 de wereld omhelsde met grootschalige boodschappen van hoop, koos Scott voor een eigenzinnigere, literaire koers.
The Whole of the Moon
Het begon op een koude januarinacht in New York City in 1985. Het nummer was het enige dat bij aanvang van de opnamesessies voor ‘This Is the Sea’ nog niet grotendeels af was. Het begon als een kladje op de achterkant van een envelop op een winderige straat in New York en werd pas in mei 1985 in een Londense studio volledig afgerond. Scotts vriendin had hem gevraagd of het makkelijk was om liedjes te schrijven. Terwijl hij om zich heen keek en de maan aan de hemel zag, drong de openingszin zich aan hem op. Hij schreef de woorden op die envelop en werkte het nummer in de maanden daarna verder uit.
De boodschap van het nummer was weloverwogen. In elke regel beschrijft de zanger zijn eigen beperkte perspectief en stelt dat onmiddellijk tegenover het grotere vermogen van degene die hij bezingt. De inspiratie voor de tekst kwam voort uit Scotts bewondering voor mensen die een veel rijker innerlijk universum leken te bewonen dan hijzelf, met als voorbeelden Jimi Hendrix en Syd Barrett. Het officiële standpunt is dat het nummer gaat over een samengesteld portret van vele mensen, en niet over één specifiek persoon.
De muzikale invloed op het arrangement was ondubbelzinnig: Scott vroeg toetsenist Karl Wallinger een synth-lijn te spelen die leunde op het geluid van Prince, wiens werk hij en Wallinger samen hadden leren kennen na het zien van de film ‘Purple Rain’. Een opvallend kenmerk van het nummer is het trompetwerk van de klassiek geschoold Roddy Lorimer. Scott wilde dat de trompetten een vergelijkbare impact zouden hebben als de flugelhorns in ‘Penny Lane’ van The Beatles, als zonlicht dat door wolken breekt. Lorimer bracht drie dagen door met Scott om het arrangement uit te werken. Saxofonist Anthony Thistlethwaite verzorgde een solo aan het eind, terwijl een explosieachtig geluid werd bereikt door echo toe te voegen aan een vuurwerkgeluid van een BBC-geluidseffectenplaat.
Bij de eerste release in oktober 1985 was het nummer geen groot succes. Het haalde slechts de onderste regionen van de hitlijsten, al bereikte het in Australië de twaalfde positie en in het Verenigd Koninkrijk nummer 26. De promotie werd bemoeilijkt doordat Scott weigerde op te treden in het populaire Britse televisieprogramma Top of the Pops, dat van zijn artiesten vereiste dat zij playbackten. Het was een principiële beslissing die hem commercieel duur te staan zou komen, maar die zijn artistieke integriteit onderstreepte.
Bij de heruitgave in maart 1991, als onderdeel van de compilatie ‘The Best of the Waterboys 81-90’, bereikte ‘The Whole of the Moon’ alsnog de derde positie in de Britse hitlijst. In 1992 won het de Ivor Novello Award voor het beste nummer, muzikaal en tekstueel. Het nummer heeft inmiddels meer dan 138 miljoen streams op Spotify achter zijn naam staan, bijna vier decennia na de eerste release.
Prince
De cirkel sloot zich op een bijzondere manier toen Prince, de muzikant die mede als inspiratiebron voor het geluid van ‘The Whole of the Moon’ had gediend, het nummer jaren later zelf ten gehore bracht. Scott had de muzikale schatplichtigheid al vastgelegd door op het label van de plaat te schrijven: ‘For Prince, U saw the whole of the moon’, als verwijzing naar de Prince-geïnspireerde klankwereld die hij en Wallinger samen hadden gecreëerd.
In februari 2014 speelde Prince in de kleinste zaal van zijn Londense ‘Hit and Run’-tour: het jazzclubje Ronnie Scott’s met een capaciteit van slechts 250 mensen. In een intimistisch optreden, begeleid door zijn band 3rdEyeGirl, bracht hij als verrassing een cover van ‘The Whole of the Moon’. Het was een moment dat door de aanwezigen als haast onwerkelijk werd ervaren: de man die onbewust de blauwdruk voor het nummer had geleverd, zong het nu zelf.
In zijn versie draaide Prince de perspectieven van de tekst volledig om, zodat hij zelf degene was die de volle maan zag. Hij paste ook enkele tekstregels aan en voegde knipogen in naar zijn eigen werk, een typisch Princelijke interventie: hij omarmt het nummer, maakt het van zichzelf en geeft het tegelijkertijd terug aan de wereld met een extra laag betekenis. In 2015 coverde Prince het nummer opnieuw, ditmaal in Minneapolis bij Paisley Park Studios, opnieuw met 3rdEyeGirl als begeleiding. Dat het nummer hem genoeg bleef boeien om het meerdere keren uit te voeren, zegt alles over de blijvende kracht ervan.
This Is the Sea
‘This Is the Sea’ is het derde studioalbum van The Waterboys, uitgebracht op 16 september 1985 door Ensign Records. Het geldt als het laatste album uit de ‘Big Music’-periode van de band en wordt door critici beschouwd als het hoogtepunt van hun vroege, op rock gerichte geluid. Het bereikte de 37e positie in de Britse albumlijst.
Scott beschrijft het zelf als de plaat waarop hij al zijn jeugdige muzikale ambities wist te verwezenlijken, de definitieve uitdrukking van het vroege Waterboys-geluid. Hij noemde The Velvet Underground, Van Morrison’s ‘Astral Weeks’ en het minimalisme van Steve Reich als invloeden. Het is een album dat grootsheid nastreeft zonder pompeus te worden, en dat poëzie schrijft zonder te vervallen in gewichtigdoenerij.
‘This Is the Sea’ was tevens het laatste album waarop Karl Wallinger een substantiële bijdrage leverde. Zijn relatie met Scott was creatief vruchtbaar maar ook gespannen: beide mannen hadden moeite om elkaars aandeel in de totstandkoming van het materiaal te erkennen. Wallinger verliet de band aan het eind van 1985 om zijn eigen project World Party te beginnen. Zijn vertrek markeerde het einde van een creatieve wisselwerking die het album mede zijn karakter had gegeven. Tegelijkertijd maakte het de weg vrij voor een nieuwe fase: Scott trok naar Ierland, omarmde de Keltische volksmuziek en maakte in 1988 het meest persoonlijke album van de band tot dan toe, ‘Fisherman’s Blues’.
In 2024 werd de ontstaansgeschiedenis van ‘This Is the Sea’ vastgelegd in een uitvoerige boxset getiteld ‘1985’, met demo’s, alternatieve versies en live-opnamen die het creatieve proces van dag tot dag documenteren. Het is een zeldzaam diep inkijkje in de keuken van een album dat zijn tijd ver overleefde.
Don’t Bang the Drum
‘Don’t Bang the Drum’ is de openingstrack van ‘This Is the Sea’ en een nummer dat de toon van het hele album onmiddellijk zet. Het nummer werd mede vormgegeven door Karl Wallinger, die op dat moment een centrale creatieve rol speelde binnen de band. Scott verfijnde en herschreef het arrangement meerdere malen voordat het zijn definitieve vorm aannam: een gedreven, krachtig nummer dat saxofoon, piano en elektrische gitaar met elkaar verweeft tot een geluid dat groter klinkt dan de som der delen.
Waar ‘The Whole of the Moon’ een ode is aan verlichting en visie, is ‘Don’t Bang the Drum’ een strijdkreet voor eigenzinnigheid en onafhankelijk denken. Samen vormen ze twee kanten van dezelfde artistieke overtuiging: dat er meer is dan wat de alledaagse wereld toont, en dat het de taak van de kunstenaar is om dat meerdere op te sporen. Het nummer werd uitgebracht als single in onder meer Duitsland en bleef een vast bestanddeel van de livesets van The Waterboys.
Het verhaal van ‘The Whole of the Moon’ is in essentie het verhaal van een nummer dat zijn tijd ver vooruit was. Of beter gezegd: een nummer dat tijd nodig had om te bewijzen dat het die tijd zou overleven. The Waterboys losten zichzelf in 1993 op, maar werden in 2000 door Scott nieuw leven ingeblazen en brengen nog steeds albums uit en toeren over de hele wereld. ‘The Whole of the Moon’ reist al die jaren met hen mee, avond na avond, als bewijs dat de beste liedjes geen vervaldatum kennen. Ze groeien. Ze verdiepen. Ze vinden steeds nieuwe oren die ze begrijpen.
Misschien is dat precies de boodschap die het nummer zelf uitdraagt: dat sommige dingen de volle omvang van de maan beslaan, terwijl wij mensen vaak slechts de sikkel zien.
