‘Echomyr’, het vijfde album van de Zweedse bassist en componist Lars Danielsson onder de naam Liberetto bewijst opnieuw dat Danielsson tot de zeldzame componisten behoort die de tijd als bondgenoot beschouwen in plaats van als vijand.
De naam Liberetto sloeg Danielsson veertien jaar geleden als een spijker in de Europese jazz. Het woord combineert ‘libretto’, de compositie, de klassieke architectuur, de operatieke lyriek, met ‘liber’, de Latijnse vrijheid van de improvisatie. Dat was geen marketingtruc maar een geloofsverklaring. En na vier albums die stuk voor stuk de belofte inlosten, begint ‘Echomyr’ opnieuw bij dezelfde vraag: wat klinkt er werkelijk vanuit de diepte? De albumtitel is wederom een zelfbedacht woord. ‘Echo’ staat voor een klankveld dat resoneert, een ruimte waar geluid iets doet nadat het gespeeld is. ‘Myr’ is Oud-Noors voor veen, dat geheimzinnige, donkere landschap waar alles langzaam zinkt en bewaard blijft. Samen verwijst ‘echomyr’ naar muziek die opstijgt uit een bijzonder diepe plek in de ziel. Voor een man die al veertig jaar de diepte opzoekt, klinkt dat niet als pose.
Het bezit van Liberetto is bewonderenswaardig stabiel. Drummer Magnus Öström en gitarist John Parricelli spelen al sinds 2009 in Danielssons band, en de Frans-Martiniquaanse pianist Grégory Privat voegde zich in 2016 bij het kwartet. Dat is in jazzmaatstaven een eeuwigheid. En precies die continuïteit geeft ‘Echomyr’ zijn bijzondere kwaliteit: dit is geen plaat van vier individuen die toevallig in dezelfde studio staan, maar van vier muzikanten die elkaars zinnen afmaken. Parricelli kennen Maxazine-lezers ook van het TRIO-album dat Danielsson eind 2024 opnam met trompettist Verneri Pohjola, opgenomen in de houten salon van Château Palmer in Bordeaux. Dat album bewoog zich, zoals we toen schreven, tussen kamermuziek en Nordic jazz, met Parricelli in een smaakvolle, terughoudende rol. Op ‘Echomyr’ keert hij terug naar zijn eigenlijke thuis, het kwartet waar zijn akoestisch gitaarspel in unisono met de piano een van de onmiskenbare kenmerken van het Liberetto-geluid vormt.
Grégory Privat heeft de schaduw van zijn voorganger Tigran Hamasyan allang achter zich gelaten. Hij is iemand die weet wanneer hij ruimte moet laten en wanneer hij het vuurwerk kan afsteken, iets dat cruciaal is in een ensemble dat zo nauwkeurig op elkaar is afgestemd als Liberetto. De tracklist, met titels als ‘Pre Allan’, ‘Sensitiva’, ‘Ascending’, ‘Himlen Över Dig’, ‘Presto’ en ‘Something She Said’, weerspiegelt de karakteristieke Liberetto-mix van het persoonlijke en het universele. Het album beweegt tussen intimistische solomomenten, spontane eerste-take-opnames en lyrisch ensembleschrijven en navigeert tussen introspectie, vreugde, spiritualiteit en stille hoop.
Danielsson heeft zijn compositorische filosofie de afgelopen jaren drastisch omgegooid. Vroeger verborg hij zich achter complexiteit. Nu zoekt hij het tegenovergestelde. Zijn eigen woorden: ‘It’s not difficult to write complicated music. But writing music that people will understand and that nevertheless has personality and depth, that’s my goal.’ Voor een bassist die opgroeide met rock-‘n-roll en free jazz, is die zoektocht naar helderheid de meest radicale keuze die hij kon maken. De consistentie van de Liberetto-reeks is haar kracht, maar ook haar meest kwetsbare punt. Luisteraars die vertrouwd zijn met ‘Cloudland’ (2021) of ‘Liberetto III’ (2017) zullen op ‘Echomyr’ weinig schokkends tegenkomen. Danielsson koerst bewust op verdieping, niet op vernieuwing. Dat levert schitterende muziek op, maar geen revolutie. Wie een radicale stilistische wending verwacht, zoekt die elders.
‘Echomyr’ plaatst Liberetto stevig in de traditie van de Scandinavische kamerjazz, maar het overstijgt zijn directe voorgangers door een warme, toegankelijke melodisiteit die nooit zoet wordt. Als oriëntatiepunt voor nieuwe luisteraars: zoek ‘Orange Market’ op uit het eerste Liberetto-album (2012). Die sierlijke, wiegelende melodie, gespeeld in unisono door gitaar en piano, is het DNA van alles wat daarna volgde, inclusief dit vijfde hoofdstuk. In ‘Echomyr’ klinkt datzelfde DNA, rijper, stiller, dieper in het veen. Lars Danielsson is een componist die eindeloos met hetzelfde verhaal nieuwe dingen te zeggen heeft. Vijf hoofdstukken in en hij is nog lang niet klaar. (9/10) (ACT Music)
