Iedere week komen er tientallen nieuwe albums binnen op de redactie van Maxazine. Veel te veel om ze allemaal te beluisteren, laat staan te recenseren. Iedere dag één recensie zorgt ervoor dat er te veel albums blijven liggen. En dat is zonde. Daarom plaatsen we vandaag een overzicht van albums die op de redactie binnenkomen in korte recensies.
Darren Litzie – On My Own Time
Volgens de credits is. ‘On My Own Time’ een album van pianist Darren Litzie, maar wat ons betreft hadden drummer John Riley en bassist Chris Deangelis prominenter op de cover gemogen. Zij zijn verantwoordelijk voor de grooves op dit album dat voor het leeuwendeel bestaat uit eigen composities van Litzie. Daarnaast trakteert het trio haar publiek nog op een paar fraai uitgevoerde covers, waaronder Monks ‘In Walked Bud’ (voorzien van een tegenmelodie waardoor het stuk spannender wordt, knap gevonden) en een heel bijzondere versie van de Zombies-hit ‘Time Of The Season’. Ja, het pianospel van Litzie is virtuoos, met originele en verrassende interpretaties. Mooi voorbeeld van dat laatste is de uitvoering van Suesdorfs klassieker ‘Moonlight in Vermont’ dat in de uitvoering van Litzie donkerder is geworden. Toch is het telkens het drumwerk van Riley dat de aandacht trekt. Neem een track als ‘Just After Three’ dat in de basis een eenvoudige, up tempo wals is, maar de brushes van Riley geven het een heerlijke swing. Of ‘If Only I Could Forget’, een eigen compositie met een langzame, maar toch stuwende, dwingende groove in 12/8 waarin Riley het sober houdt, maar tegelijk bewijst dat het ‘less is more’ ook en zeker opgaat voor jazzdrummers. Het is maar weinig drummers gegeven om echt een eigen vocabulaire te ontwikkelen, maar Riley heeft de techniek en de klank om tot de allergrootsten te worden gerekend, categorie Buddy Rich, Art Blakey en Max Roach. Dit album had echt op het conto van John Riley moeten staan. (Jeroen Mulder) (8/0) (Summit Records)

Duncan Parsons – Music for Stairlifts (Vol 3): Listening To Subtitles
Multi-instrumentalist Duncan Parsons bedacht ‘Music for Stairlifts’ als experiment voor improvisatie, dit doet hij helemaal solo. Zonder drums, verder alleen diverse gitaren, bas en Rhodes. Op deel drie is er één instrument meer: de celeste. De meeste tacks openen met één instrument, stapje voor stapje worden er meerdere instrumenten (en zang) aan toegevoegd. Zowel de woordeloze als de fantasie zang zijn ingezet als instrument. Regelmatig zijn er vrij veel herhalingen, door (subtiele) toevoegingen en/of details blijft het boeiend. Ook als de ritmes tegen elkaar gaan, blijft de balans bewaard. De melange van hoge en lage tonen is bijzonder, dat geldt ook voor ritme versus melodie. De tracks zijn intrigerend: soms minimalistisch en complex tegelijk. Er zijn enkele versnellingen of een onverwachte wending. De ambient muziek bevat onder andere funk en een vleugje rock. Het geluid is goed, waardoor zowel de details als de melanges goed tot hun recht komen. ‘Music for Stairlifts (Vol 3): Listening To Subtitles’ is een bijzonder album om in alle rust van te genieten. (Esther Kessel) (8/10) (Eigen Productie)

Salò or The 120 Days of Sodom – Original Sound Track
Salò or The 120 Days of Sodom is een controversiële film van Pier Paolo Pasolini die al in 1975 is gemaakt. De soundtrack van die film wordt nu voor het eerst officieel uitgebracht door het Britse label Cold Spring. ‘Salò o le 120 giornate di Sodoma’, zoals de titel van de film eigenlijk luidt, is een aaneenschakeling van geestelijke en lichamelijke vernederingen van negen jongens en negen meisjes door vier fascistische leiders. Een en ander wordt allerminst smakelijk in beeld gebracht. Wat voor muziek past daarbij? De kans is groot dat je dan niet meteen denkt aan Bach, Chopin, Puccini en Orff. Toch zijn de klassieke werken van deze componisten wel de basis, in combinatie met eigen composities van Ennio Morricone. Niet dat de stukken integraal worden uitgevoerd: je hoort fragmenten uit de Pastorale in F-majeur van Bach, verschillende preludes van Chopin, het Veris leta Facies uit Orffs ‘Carmina Burana’ en ‘Inno a Roma’ van Puccini. Heerlijke muziek bij een film waarbij menigeen bij het zien – aldus berichten – de maaginhoud niet op haar plek wist te houden. Laten we het bij de muziek houden. (Jeroen Mulder) (7/10) (Cold Spring)

Joe Bonamassa – B.B. King’s Blues Summit 100
Joe Bonamassa brengt 6 februari het dubbelalbum ‘B.B. King’s Blues Summit 100’ uit. Hier deden veel gastmuzikanten van allerlei leeftijden aan mee. Slash, Marcus King en Joanne Shaw Taylor e.v.a. laten je genieten van blues, soul, jazz en een vleugje rock. Tijdens de duetten en/of samenzang vormen de stemmen een prima blend. Een aantal nummers eindigt in een fade out. De meeste tracks zijn (grotendeels) laid back. Daar waar het tempo hoger ligt, zijn ritme en muziek vrij traditioneel. De balans in de muziek is goed, dat geldt ook voor ook de blazers en de ritmesectie. De piano of hammond is overwegend subtiel, maar mooi toegevoegd. Het gitaarspel is goed, regelmatig voel ik de passie. Toch lijkt het of de meeste gitaristen ‘op safe gespeeld’ hebben. De covers hebben een old school blues sfeer. Één van de weinige verrassende elementen zijn de “strijkers’’ in ‘The Thrill Is Gone’ (feat. Chaka Khan & Eric Clapton). Hoewel het geen must have is, is dit een mooi eerbetoon aan de 100-ste geboorte dag van de legendarische B.B. King. (Esther Kessel-Tamerus) (7/10) (Provogue Records)
Big Big Train – Woodcut
Het is nog maar februari. Het kan niet zo zijn dat de beste progplaat van 2026 nu al in de schappen ligt. Laten we dan zeggen dat Big Big Train met ‘Woodcut’, een conceptalbum geïnspireerd op de kunst en het leven van met name Edvard Munch, de lat onwaarschijnlijk hoog heeft gelegd. Alles klopt aan dit album, gemaakt in de beste tradities van symfonische rock, inclusief het intro ‘Inkwell Black’ voor orkest dat overgaat in ‘The Artist’ waarin de kunstenaar wordt voorgesteld en diens worsteling in het zoeken naar perfectie voor zijn kunst. Perfectie. In alles hoor je dat Big Big Train naar diezelfde perfectie heeft gestreefd… en daar bijna is in geslaagd. De composities, de arrangementen, de productie: het draagt allemaal bij aan een briljant album dat luistert als een grote symfonie, vanzelfsprekend opbouwend naar de apotheose in een ‘grand finale’, het afsluitende ‘Last Stand’. En waar menig band in dit genre zich verliest is bombast, weet Big Big Train alles precies, met de grootst mogelijke zorgvuldigheid te doseren. Het is eigenlijk ondoenlijk om een nummer te kiezen waarmee we het album kunnen duiden: dit is zo’n album dat je van voor naar achteren luistert, dat je in beschouwing moet nemen als ondeelbaar geheel, zoals je een kunstwerk in haar volle omvang bewondert. Munch maakte veel van zijn werk als verwerking van diepe trauma’s. Het tekende zijn beste werk. Wellicht schreef Alberto Bravin veel van de muziek op ‘Woodcut’ als verwerking van de dood van frontman David Longdon. Echter, waar bij Munch de rauwe randen zichtbaar bleven, zeker in diens gravures, is ‘Woodcut’ misschien iets te perfect. Muggenzifterij, want dit is zonder omhaal het meest indrukwekkende werk dat Big Big Train tot heden heeft uitgebracht. (Jeroen Mulder) (9/10) (InsideOutMusic)


