Er zijn van die bands die weigeren rustig oud te worden. Terwijl menig thrashveteraan inmiddels teert op vervlogen roem of zichzelf pijnlijk herhaalt, komt Kreator binnenstormen met hun zestiende studioalbum alsof ze nog steeds iets te bewijzen hebben. En misschien is dat ook wel zo. Na het wisselvallig ontvangen ‘Hate Über Alles’ uit 2022 moesten de Duitsers laten zien dat de tank nog lang niet leeg is. Met ‘Krushers of the World’ slagen ze daar met verve in.
Het afgelopen jaar stond voor Kreator in het teken van reflectie. De autobiografie van frontman Mille Petrozza, ‘Your Heaven, My Hell’, verscheen, evenals de documentaire ‘Hate & Hope’. Waar andere bands na vier decennia terugblikken en vervolgens rustig met pensioen gaan, gebruikt Kreator die retrospectie als brandstof voor nieuwe woede. Producer Jens Bogren, die eerder al ‘Phantom Antichrist’ en ‘Gods of Violence’ van zijn handtekening voorzag, levert opnieuw een geluid dat zowel rauw als cinematisch klinkt. De productie is glashelder zonder steriel te worden, en geeft elk instrument ruimte om te ademen tussen het geweld door.
Opener ‘Seven Serpents’ zet meteen de toon. Na een statige, bijna koninklijke gitaarintro breekt de hel los op een manier die doet denken aan de gloriejaren van ‘Extreme Aggression’. Petrozza’s stem klinkt na veertig jaar keelverwoesting nog altijd giftig en krachtig, terwijl gitarist Sami Yli-Sirniö messcherpe riffs uitdeelt alsof zijn leven ervan afhangt. Het refrein is meteen een meezinger die live voor opgeheven vuisten gaat zorgen.
‘Satanic Anarchy’ schiet vervolgens uit de startblokken als een Formule 1-wagen in pole position. Het is precies het soort nummer waarvan je hoopt dat Kreator het kan blijven schrijven: venijnig, anthemisch, en met een refrein dat zich in je hersenen nestelt als een parasiet. Wie ooit ‘Flag of Hate’ hoorde en dacht dat Kreator nooit meer zo urgent zou klinken, mag zijn woorden inslikken.
Een van de verrassingen is ‘Tränenpalast’, een sfeervolle ode aan Dario Argento’s horrorklassieker ‘Suspiria’. Met gastbijdragen van Britta Görtz van Hiraes voegt de band death metal-elementen toe aan hun palet, terwijl de muziek knipoogt naar de legendarische soundtrack van Goblin. Het is Kreator op zijn meest avontuurlijk, zonder dat ze hun identiteit verliezen.
Het titeltrack kiest voor een andere aanpak. Waar de meeste nummers op snelheid draaien, stampt ‘Krushers of the World’ met de vasthoudendheid van een industriële machine. Het doet denken aan een kruising tussen Paradise Lost en Godflesh, met Frédéric Leclercq’s groovy baslijnen als ruggengraat. Het is een nummer gemaakt voor arenashows, compleet met meebrulrefrein.
Niet alles is even verrassend. ‘Barbarian’ en ‘Blood of Our Blood’ zijn solide thrashers, maar voegen weinig nieuws toe aan de Kreator-formule. Het zijn nummers die je direct herkent als Kreator, maar die ook op elk van hun recente albums hadden kunnen staan. ‘Combatants’ biedt met zijn progressieve elementen en complexe solo’s wat meer afwisseling, al blijft ook dit nummer binnen de comfortzone van de band.
De afsluiter ‘Loyal to the Grave’ is een emotionele liefdesverklaring aan de fans. Met zijn bijna Iron Maiden-achtige melodieën en teksten over eeuwige verbondenheid is het een perfecte afsluiter voor een band die snapt hoe waardevol haar publiek is. Het is het soort nummer dat tranen in metalhoeken niet zal doen opdrogen.
‘Krushers of the World’ gaat het wiel niet opnieuw uitvinden, en dat hoeft ook niet. Dit is Kreator die doet waar ze goed in zijn, met de overtuiging en energie van een band die weet dat elke plaat hun laatste zou kunnen zijn, maar die weigert het op te geven. In een tijdperk waarin veel tijdgenoten het opgeven of op automatische piloot draaien, klinkt Kreator relevanter dan ooit. De Teutoonse thrashkoningen bewijzen dat ouderdom geen excuus is voor middelmatigheid. (8/10) (Nuclear Blast)
