Het is zeven jaar geleden dat Primus-frontman Les Claypool en Sean Ono Lennon voor het laatst van zich lieten horen als The Claypool Lennon Delirium. Met ‘South of Reality’ uit 2019 lieten ze de wereld al weten dat ze aan niemand verantwoording hoeven af te leggen, en dat gevoel kleeft als motorolie aan hun derde plaat, ‘The Great Parrot-Ox and the Golden Egg of Empathy’. Vijf woorden die je misschien even moet herkauwen, maar die de absurdistische ambitie van dit duo al perfect samenvatten.
Claypool is als bassist groot geworden met Primus, een band die altijd dicht bij het randje van het belachelijke opereerde zonder er ooit overheen te gaan. Sean Lennon, zoon van John en Yoko, bracht zijn eigen scheve kijk op muziek mee vanuit zijn jaren als soloartiest en als lid van The Ghost of a Saber Tooth Tiger. Samen vormen ze een combi die eigenlijk op geen enkel label past, en dat is precies de kracht van de Delirium.
Dit keer is het concept groter dan ooit. Het album speelt zich af in een denkbeeldig land genaamd Cliptopia, waar een kunstmatige intelligentie genaamd Cliptron de mensheid systematisch omzet in paperclips. Het klinkt als een gekkenhuis, en dat is het ook, maar er schuilt een echte boodschap onder het geraas. De ‘paperclip theory’ is een bekend gedachtenexperiment over de gevaren van ongecontroleerde AI. Claypool en Lennon vertalen dat naar een conceptalbum van veertien nummers, compleet met een bijgeleverd stripboek van vierentwintig pagina’s.
Muzikaal schieten ze alle kanten op, en dat is bedoeld als compliment. ‘WAP (What a Predicament)’ opent met Claypools onmiskenbare slap-bastoon en een dreigende, hallucinatie-psychedelische sfeer. Het nummer zet de toon: dit is geen album voor mensen die rust zoeken. ‘Meat Machines’ dendert vooruit met een groove die in de maag van een stevige progrockfan thuishoort, terwijl ‘Troll Bait’ klinkt alsof Captain Beefheart en Frank Zappa samen een aflevering van Black Mirror hebben geschreven. De samenwerking met WILLOW op ‘The Golden Egg of Empathy’ is een van de mooiste momenten op de plaat, een ruimtelijk, funky stuk dat de emotionele kern van het verhaal blootlegt zonder ook maar een seconde zoetsappig te worden.
Niet alles knalt even hard. ‘Through the Horizon’ en ‘Mantra of the Manatee’ zijn wat bedaarder van toon, maar ook die nummers hebben een tekstuur die voortdurend prikkelt. Het is de verdienste van Claypool en Lennon dat ze veertien nummers lang de spanning vasthouden zonder het gevoel te geven dat er ruimte is voor vulmiddelen.
‘The Great Parrot-Ox and the Golden Egg of Empathy’ is een toegankelijk album. Het vraagt aandacht, herlisteringen en een maag die niet van slag raakt door scheve ritmes en plotse wendingen. Maar wie bereid is om mee te gaan in de wereld die Claypool en Lennon hebben gebouwd, vindt hier een van de eigenaardigste en meest gedurfde rockplaten van het jaar. Zeven jaar wachten, en dan dit. Geen excuses nodig. (8/10) (ATO Records)
