Wie Nickelback al jaren als stoplap voor grappen gebruikt, kan beter even gaan zitten. Op ‘Everything Under the Sun’, het elfde album van de Canadezen, klinkt de band rauwer, volwassener en een stuk zelfverzekerder dan je zou verwachten van een groep die zich zo lang heeft laten uitlachen. Dit is geen plaat van mannen die iets willen bewijzen. Dit is een plaat van mannen die weten wat ze kunnen.
Nickelback komt uit Hanna in Alberta en bestaat al ruim dertig jaar. Chad Kroeger, bassist Mike Kroeger, gitarist Ryan Peake en drummer Daniel Adair groeiden uit tot een band die stadions vult, ondanks of misschien juist dankzij alle spot. De documentaire ‘Hate to Love: Nickelback’ gaf de band een bijna sympathiek gezicht en de wereldtournee rond ‘Get Rollin’’ uit 2022 sloeg flink aan. Nu stapt de groep over van BMG naar Virgin Music Group, en Kroeger produceerde samen met vaste kracht Chris Baseford.
Het openingsnummer ‘Rattle the Cage’ met gitarist John 5 van Mötley Crüe zet meteen de toon. Zware riffs, een drummer die er vol in hangt en een Kroeger die zijn rauwe keel opentrekt. Het knalt als een deur die uit zijn scharnieren wordt getrapt. ‘Bones for the Crows’ houdt dat tempo vast en laat horen dat de band nog altijd weet hoe je een hook als een haak in je hoofd slaat. Daar tegenover staat ‘Leave Me Behind’, een grote powerballad die zonder schaamte emotie zoekt, en ‘Make Me Love You’, persoonlijker dan we van de band gewend zijn.
Opvallend is de invloed van Nashville. Op meerdere nummers kruipen countrytinten door het geluid, maar de band blijft zichzelf. Het klinkt nergens als een pose. ‘Technicolor Steamboat’ is een buitenbeentje dat uit de band kruipt waar je het niet verwacht, en op één nummer duikt een cameo van landgenoot Ryan Reynolds op. Het is een grapje, maar het werkt. De plaat sluit af met ‘Last Night Was Fun’, een titel die bijna een knipoog is naar de losse jaren van de band.
Dat de sex, drugs en rock-‘n-roll van vroeger grotendeels zijn verdwenen, geeft het album een andere kleur. De teksten gaan over twijfel, liefde, de tijd die doorgaat en het moeten leren leven met je eigen keuzes. Dat staat de band beter dan je denkt. Toch zit er ook een kanttekening in. Twaalf nummers zijn veel en niet elk liedje heeft evenveel bijt. Een paar ballads kabbelen voort alsof ze zonder haast naar de uitgang lopen, en de slogans in de refreinen zijn soms wat al te makkelijk.
Maar goed, wie een band met dertig jaar ervaring dat verwijt, vergeet dat vakwerk ook gewoon vakwerk mag zijn. ‘Everything Under the Sun’ is een brede, lawaaiige en soms verrassend tedere plaat die laat horen dat Nickelback geen zin heeft om zich nog langer te verontschuldigen. De band trekt de volumeknop open, steekt de handen in de zakken en kijkt je recht in de ogen. Als dat niet genoeg is, zoek je het maar uit. (8/10) (Virgin Music Group)
