Het openluchttheater OLT Rivierenhof vormde afgelopen vrijdag het sfeervolle decor voor de Fisherman’s Blues Revue, een bijzondere avond die in het teken stond van het gelijknamige, iconische album van The Waterboys.

De avond opende krachtig met ‘Don’t Bang The Drum’, tevens de openingsstrack van het album ‘This Is the Sea’. Aan het einde van dit nummer merkte zanger Mike Scott met een knipoog op hoe ironisch het was om een show met zo’n “waterige” titel af te trappen midden in het groen van een park. Het enige wat die avond namelijk met water te maken had, was een vergane roeiboot aan het begin van de laan die naar de ingang van het OLT Rivierenhof leidde.

Na sterke uitvoeringen van ‘Glastonbury Song’ en ‘How Will I Love You’ vond er een dynamische instrumentenwissel plaats. Mike Scott verruilde zijn gitaar voor een keyboard, James nam plaats achter het Hammondorgel van Brother Paul, en Paul zelf greep naar de keytar. Deze unieke opstelling vormde de perfecte basis voor de hit ‘A Girl Called Johnny’. De interactie tussen James en Paul was prachtig om te zien, en vooral de energieke, altijd vrolijke Paul werkte enorm aanstekelijk op het publiek.

Daarna volgde die andere grote hit: ‘The Whole Of The Moon’. Een bijzonder hoogtepunt van de avond was de introductie van het nieuwste bandlid, Roar Øien, op de pedal-steelgitaar. Hoewel dit op papier een ongewone combinatie leek met de sound van The Waterboys, klonk het resultaat fenomenaal. De talloze lichtjes van mobiele telefoons in het publiek maakten het sfeervolle plaatje compleet.

Het moment was vervolgens aangebroken om Steve Wickham en zijn viool aan te kondigen. Samen speelden ze ‘Will We Be Lovers’ en ‘The Pan Within’. Deze samenwerking met viool gaf een prachtige extra dimensie aan het vertrouwde geluid van de band. Wickham vertelde daarna over een Schots slaapliedje uit 1968, dat aansluitend werd uitgevoerd door louter Scott en Wickham zelf. Terwijl de rest van de band het podium verliet, zong het publiek op de achtergrond massaal mee met het nummer ‘The Raggle Taggle Gypsy’. Het eerste deel van de show werd afgesloten met ‘The Stolen Child’, waarbij het publiek getrakteerd werd op nóg een verrassing: Colin Blakey zorgde met zijn dwarsfluit voor een bijzonder mooie en gedenkwaardige uitvoering.

Na een korte pauze ging het tweede deel van start, waarin Mike Scott countryrock-legende Steve Earle uit Texas aankondigde. Met het daaropvolgende ‘Copperhead Road’ maakte het publiek direct kennis met de rauwe, kenmerkende sound van Earle. Hij speelde vervolgens zijn klassiekers ‘Guitar Town’ en ‘My Old Friend The Blues’, om daarna samen met Mike Scott het nummer ‘I Ain’t Ever Satisfied’ ten gehore te brengen.

Tijdens een van zijn anekdotes sprak Earle openhartig over de politieke situatie in de Verenigde Staten, en hoe veel Amerikanen tegenwoordig overwegen te emigreren. Hij deelde dat hij samen met zijn vrienden van Los Lobos een nieuwe single had uitgebracht, die hij die avond dolgraag samen met The Waterboys wilde laten horen. Inmiddels stond het podium vol met maar liefst negen muzikanten, die gezamenlijk ‘Volver A Celaya’ speelden. Dit werd gevolgd door ‘Kansas’, een nummer dat Scott en Earle samen hadden geschreven en dat ook op het meest recente album van The Waterboys staat.

Daarna keerde de band met ‘When Ye Go’ weer even terug naar het Fisherman’s Blues-tijdperk. Ook brachten de heren een uitvoering van ‘Dead Flowers’, een nummer dat beide frontmannen in het verleden al eens afzonderlijk hadden gecoverd. Earle had hiervoor inmiddels zijn gitaar verruild voor een mandoline, wat zorgde voor een unieke bluegrass-flair.

Het plezier waarmee dit negenkoppige ensemble stond te spelen was fantastisch om te zien; de muzikanten leken er zelf misschien nog wel het meest van te genieten. Het publiek vermaakte zich uitstekend en velen waagden zich in de gangpaden aan een dansje. Deze bijzondere uitvoering van de Fisherman’s Blues Revuewerd groots afgesloten met ‘Will The Circle Be Unbroken’, waarbij Mike Scott en zijn muzikale vrienden nog één keer alles gaven.
Met een luid “Thank you, Antwerp!” namen de muzikanten afscheid, waarna de rust en de stilte langzaam terugkeerden in het park.
Foto’s (c) Marcel van Oevelen
