Iedere week komen er tientallen nieuwe albums binnen op de redactie van Maxazine. Veel te veel om ze allemaal te beluisteren, laat staan te recenseren. Iedere dag één recensie zorgt ervoor dat er te veel albums blijven liggen. En dat is zonde. Daarom plaatsen we vandaag een overzicht van albums die op de redactie binnenkomen in korte recensies.
Jared Hall – Hometown
Natuurlijk meet elke zichzelf respecterende jazztrompettist zich met Miles. Er is waarschijnlijk ook geen trompettist in dit genre die niet door de legende is beïnvloed. Ook Jared Hall schrijft dat Davis een bron van inspiratie is geweest. Zulks moet ook blijken uit de acht stukken die op het nieuwe album ‘Hometown’ staan. Technisch doorstaat het elke toets. Halls spel is beheerst en verzorgd, met een fraaie, volle toon die hij ook weet vast te houden in snellere, meer virtuoze passages. Helaas is daarmee vrijwel alles gezegd. Want Hall verrast nergens. Composities, arrangementen en spel zijn solide, al is veilig hier meer op haar plaats als term. Menig liefhebber zal dit derhalve als een aangename plaat ervaren. Geen enkel stuk dringt zich op en eist alle aandacht. Het enige stuk dat er bovenuit steekt is ‘Little B’s Poem’ en dat is vooral te danken aan de baspartij, inclusief de upright-solo,van Michael Glynn. In zijn biografie roemt Hall de expressie in het spel van zijn helden en de wil om voortdurend te vernieuwen, precies hetgeen mist op dit ‘Hometown’. Het resultaat is een plaat waar je gerust de afwas bij kunt doen. Het stoort geenszins. (Jeroen Mulder) (5/10) (Jared Hall)

Sweet – Reincarnation
Aangenaam verrast ben ik met dit ‘nieuwe’ Sweet of The Sweet, dezelfde band, bekend van de glamrock-hits ‘Fox On The Run’ en ‘Ballroom Blitz’. ‘Reincarnation’ bestaat uit opnames die op de plank zijn blijven liggen en te verstoffen zijn sinds de midjaren ’80. Normaal geef ik geen volledige bandbezettingen bij korte recensies, maar in dit geval is dit toch wel relevant. Hier komen ze dan. Andy Scott, gitaar en zang, en samen met drummer/zanger Mick Tucker originele leden van de klassieke jaren ‘70-bezetting. Dan hebben we Mal McNulty op zang en bas, hij werd later de leadzanger. De belangrijkste muzikanten op ‘Reincarnation’ zijn toetsenist Phil Lanzon, later bekend van Uriah Heep, en hoofdcomponist van de nummers op dit album. Last but not least is zanger Paul Mario Day, de allereerste zanger van een bandje dat de meeste lezers wel zullen kennen, Iron Maiden. Hoewel hij geen officiële albums met hen opnam, was hij wel de frontman in de periode 1975/1976 totdat hij uiteindelijk werd vervangen door Dennis Wilcock wegens een gebrek aan podiumuitstraling. Aan zijn fantastische stem kan het in ieder geval niet gelegen hebben. Later maakte hij furore met andere bands, waarvan More, die hij oprichtte na zijn vertrek bij Iron Maiden, de bekendste was. In de periode 1985/1988 maakte hij deel uit van Sweet. Hij is te horen op het live-album ‘Live at the Marquee’ (1986). In 1986 emigreerde hij naar Australië. Daar blijft hij actief in de muziekscene. Op 29 juli 2025 is hij gestorven aan de gevolgen van kanker. Dit album markeert de overgangsfase van Sweet waarin de band afstand nam van de pure glamrock en meer richting melodieuze AOR/jaren ‘80-hardrock ging. Het eerste en laatste nummer is een bewerking van de Four Tops-klassieker ‘I’ll Be There’. Verplichte aanschaf voor liefhebbers van hoge kwaliteit AOR/hardrock. (Ad Keepers) (9/10) (Metalville)

Ben Markley Big Band – Tuesday Morning Feeling
Elf stukken met een gezamenlijke speelduur van maar liefst 78 minuten. Pianist, componist en arrangeur Ben Markley levert met ‘Tuesday Morning Feeling’ een in alle opzichten indrukwekkend bigbandalbum af, dat zich moeiteloos laat meten met de grote klassiekers binnen het genre. ‘The Atomic Mr. Basie’ van Count Basie uit 1958 geldt onder puristen nog altijd als het ultieme bigbandalbum: strak, swingend en perfect in balans. ‘Ellington at Newport’ van Duke Ellington volgt als goede tweede, vooral door de ruimte die Ellington biedt aan individuele solo’s.Markley slaagt erin om die twee werelden te verenigen. Dat doet hij deels met nieuwe interpretaties van bestaande composities van onder anderen Thelonious Monk, maar ook met zeven eigen stukken. In zijn arrangementen legt hij de nadruk op de ritmesectie en het koper, waarmee hij duidelijk aansluit bij de bigbandtraditie. We horen de swing en precisie van Basie, gecombineerd met Ellingtons gevoel voor dynamiek, waarin solo’s alle ruimte krijgen en tegelijk worden gedragen door het orkest. Een fraai voorbeeld zijn de solo’s van vibrafonist Steve Nelson en tenorsaxofonist Peter Sommer in Monk’s ‘Off Minor’. Ze voegen een nieuwe laag toe, een eigen kleur binnen een rijk palet, en blijven tegelijkertijd volledig verweven met het geheel van de band. Het hoogtepunt moet dan nog komen: de trompetsolo van Terell Stafford in ‘Old Folks’. Zonder overdrijving: een van de mooiste solo’s ooit binnen een bigbandarrangement. Het stuk duurt ruim acht minuten, maar had moeiteloos nog eens zo lang mogen doorgaan. (Jeroen Mulder) (8/10) (OA2 Records)

Against The Grave – Deathproof 101
Against The Grave is een groovemetalband afkomstig uit Los Angeles en brengt met ‘Deathproof 101’ zijn debuutalbum uit. Wanneer je dit album beluistert, zou je niet zeggen dat je naar een relatief nog onervaren band aan het luisteren bent. Against The Grave en de nummers op ‘Deathproof 101’ klinken erg volwassen. Ook het geluid van dit in eigen beheer opgenomen album is verre van amateuristisch. De nummers knallen eruit en voor de extra ‘punch’ is Ulrich Wild, die onder andere met Pantera en Deftones heeft gewerkt, verantwoordelijk. Er staan zeven nummers op ‘Deathproof 101’, waarvan de twee laatste covers zijn. ‘Wrong’ van Depeche Mode en ‘Civil War’ van Guns N’ Roses worden door Against The Grave met succes in een metaljasje gestoken. Beste nummer is opener ‘Deathproof’. Houd je van moderne groovemetal met invloeden uit de hardrock en thrash, dan is Against The Grave een band om in de gaten te houden en dit debuutalbum een aankoop waar je geen spijt van krijgt. (Ad Keepers) (8/10) (Eigen productie)

Jessie Ware – Superbloom
Met haar nieuwste worp ‘Superbloom’ bewijst Jessie Ware eens te meer dat zij de onbetwiste koningin van de moderne disco en verfijnde pop is. Het album bouwt voort op het fundament van haar eerdere successen, maar voegt daar een organische en bloemrijke textuur aan toe. De nummers vloeien naadloos in elkaar over en creëren een sfeer die zowel nostalgisch als vooruitstrevend aanvoelt. In tracks zoals de titeltrack ‘Superbloom’ horen we een artieste die volledig in haar kracht staat en geen genoegen neemt met minder dan perfectie in productie. De vocalen zijn zoals gebruikelijk loepzuiver en dragen de melodieën met een schijnbare moeiteloosheid. Het album slaagt erin om de luisteraar mee te nemen naar een wereld vol glitter en emotionele diepgang zonder dat het ergens geforceerd overkomt. Het is een verzameling liedjes die zowel op de dansvloer als in een rustige setting uitstekend tot hun recht komen. Met ‘Superbloom’ verstevigt zij haar positie in het huidige muzikale landschap en laat zij zien dat kwaliteit altijd komt bovendrijven. Een absolute aanrader voor wie houdt van hoogwaardige popmuziek met een ziel. (William Brown) (9/10) (EMI Records)

