Ray Wilson (ex Genesis, ex Stiltskin) treedt al lange tijd jaarlijks op in De Bosuil, in Weert. Zo ook afgelopen zaterdag. Ruim voordat de lichten uitgingen was de zaal behoorlijk vol, maar dat is altijd als Ray optreedt. Dat is heel terecht, want iedere show die hij speelt is goed, natuurlijk verwachtte men dat ook op deze laatste zaterdag van november.

In het donker kwamen de band op, ze begonnen met ‘There Must Be Some Other Way’. Ray’s eerste gezongen woorden waren meteen goed. Hij en zijn broer Steve speelden wireless. Toetsenist Kool Lyczek, multi instrumentalist Marcin Kajper, violist Alicja Chrząszcz en drummer Mario Koszel speelden allemaal op een verhoogd podium. Er werd gebruik gemaakt van live in-ear monitor systeem. Daarom stonden er geen monitoren op het podium, dat zorgde voor meer ruimte. In de sterk gespeelde delen was de viool niet zo goed te horen. Maar in de zachter gespeelde delen van bijvoorbeeld ’Home by the Sea’ was ze goed te horen. Dit nummer eindigde prachtig.

Take It Slow

Al bij het horen van de eerste tonen van ‘That’s All’ klapten fans spontaan mee. Hier speelde Marcin nog bas, deze zette hij weg om zijn saxofoon te pakken, zijn bijdrage zorgde voor vrolijke sfeer. Dit werd opgevolgd door het meer ingetogen ‘Take It Slow’. Mario zat achter een drumscherm, zodat zijn pittige manier van drummen iets “gedempt” werd. Hierdoor hoefde de rest niet extra hard te klinken, waardoor het totale geluid zeer goed van volume was.

‘Lemon Yellow Sun’ startte met solo gitaarspel en zang van Ray, de viool smolt hiermee mooi samen. Steve bespeelde zijn (elektrische) gitaar meeslepend. Het publiek, zeker vooraan, was stil. Sommige intro’s herken je al vanaf de eerste seconde, dat geldt zeker voor het tikkende geluid van ‘No Son of Mine’. Fans zongen “Hoo hoo” spontaan mee. Tussen enkele nummers door vertelde Ray iets, al dan niet met een grapje.

‘The Carpet Crawlers’ werd met gejuich ontvangen. Ray zong prachtig solo, hij werd begeleid door Kool op de toetsen. Doordat de microfoon wireless was, kon hij zonder hinder van een snoer rond lopen; Hij had zijn eigen microfoon standaard meegenomen. Zijn naam was boven in de standaard gefreesd, zijn initialen op de voet van de standaard. Weer zongen fans spontaan mee. Steve speelde met emotie. Dit oude Genesis nummer werd beloond met een royaal applaus, dat werd zichtbaar gewaardeerd door de bandleden. Het ene mooie nummer volgde het andere op, waardoor de eerste set om vloog.

Makes Me Think of Home

Na de pauze werd er gestart met ‘Calling All Stations’, Alicja’s bijzondere manier van viool spelen paste goed bij de rockende elementen van dit gave Genesis nummer. ‘Makes Me Think of Home’ is een nummer van Ray, van zijn gelijknamige album. Op sommige delen van Ray’s zang zat een echo. Dit was één van de nummers waarin Marcin op de dwarsfluit speelde. Het vioolspel in het minimalistische deel was prachtig. Marcin had de dwarsfluit verruild voor de saxofoon, terecht kreeg hij applaus. Het zacht gezongen deel was heel mooi, dat gold ook voor het ingetogen, meeslepende gitaarspel van Steve. Fans reageerde enthousiast op het intro van ‘In the Air Tonight’ en zongen enthousiast mee. De reacties op het intro van ‘Solsbury Hill’ waren nog uitbundiger. Ray en Steve speelden op akoestisch gitaar. De sfeer op de bühne en in de zaal was vrolijk. Alicja kwam naar voren gelopen en stond half dansend te spelen. Marcin bespeelde de dwarsfluit en trok één been ala Jethro Tull op. Er werd een gevarieerde set van Genesis, Stiltskin en eigen nummers gespeeld, het ingetogen ‘Alone’ (van het live album Time and Distance), paste er absoluut tussen. De samenzang van Steve en Ray was super. Hier drumde Mario (op een ander drumstel) passend zacht. In een enkel ander nummer drumde hij af en toe misschien net iets te fel.

Inside

Het licht was de finishing touch: de solo’s werden mooi belicht. Tijdens ingetogen nummers zoals ‘Symptomatic’ was het licht sfeervol. In ‘Land of Confusion’ (het laatste nummer) was het licht “uitbundiger”. Ray moedigde het publiek aan om mee te klappen, dat deed men natuurlijk. De ene zong de hele tekst, mee, maar iedereen brulde “Ooho” luidkeels mee. Marcin liet vette bas grooves horen. De band had het podium nog niet verlaten, of er werd al luidkeels geroepen en geklapt om een toegift. Ray kwam in zijn eentje terug, en zong “You are…” waarom het publiek spontaan reageerde met “so beautiful”. Er werden wat grapjes gemaakt en gelachen.

Ray vroeg: “Kunnen jullie zingen?” Het antwoord was volmondig “ja”. Hij had de woorden “Hey little girl” nog niet gezongen of uit vele monden klonk: “is your daddy home”. Velen zongen het hele nummer mee. Dit werd een mooie medley, met ‘Knockin’ on Heaven’s Door’ (Bob Dylan ) was de band weer compleet. Ze sloten af met het Stiltskin nummer ‘Inside’. Normaal komen de (meeste) bandleden na het concert naar de merchandise tafel. Omdat de Covid nog niet voorbij is, wilde Ray (en zijn band) het risico niet nemen. Hoewel men het natuurlijk wel jammer vond, hadden de fans alle begrip hiervoor. Men kan terug kijken op een zeer geslaagde avond. Want Ray Wilson voldeed ruimschoots aan de hoge verwachtingen.

Foto’s (c) Jack Kok

Deel: