Donderdagavond trad Kraftwerk op in een uitverkocht Klokgebouw in Eindhoven. Het Klokgebouw is zelf een stukje Eindhovense geschiedenis. Het markante gebouw op het voormalige Philips-terrein Strijp-S valt op door zijn bekende klokkentoren met het Philips-logo en drie grote klokken met de letters van de merknaam in plaats van cijfers. Het werd in de jaren twintig en dertig gebouwd door Philips als onderdeel van de snelle expansie van het bedrijf in Eindhoven. Strijp-S stond destijds bekend als de ‘verboden stad’, gesloten voor iedereen die geen Philips-medewerker was. Tegenwoordig is het het tegenovergestelde: een levendige en open hub van creativiteit, innovatie en cultuur. Een passendere locatie voor Kraftwerk is nauwelijks denkbaar.
Het publiek in het Klokgebouw bestond uit een enorme verscheidenheid aan mensen, verenigd door één ding: een diepe bewondering voor de band die elektronische muziek, zoals we die kennen, mede heeft uitgevonden. De zaal vulde zich met kenners en bewonderaars van muzikale vernieuwing, klaar voor een avond waarin verleden en toekomst elkaar opnieuw zouden ontmoeten. Vaders met zoons, complete gezinnen waarvan de oudste in de jaren 70 al dik volwassen was, en gewoon groepjes twintigers. Het bewijst de impact van Kraftwerk op meerdere generaties.

Kraftwerk begon het concert met een vocoderstem die het publiek welkom heette; het concert ging beginnen. Het eerste blok bestond volledig uit materiaal van het album ‘Computerwelt’, dat samen met ‘Die Mensch·Maschine’ vrijwel de helft van de setlist bevoorraadde. Zonder aftellen werd er in het Duits juist oplopend tot acht geteld en zo startte ‘Numbers’, waarin natuurlijk de reeks tot acht op- en aflopend werd benoemd. Eenvoudiger kan een nummer vrijwel niet worden opgebouwd, toch kon alleen Kraftwerk er een meesterwerk van maken. De lichtgevende pakken met het lijnenpatroon veranderden gedurende de nummers voortdurend van kleur, alsof de vier muzikanten volledig in symbiose met de visuals leefden. Aansluitend volgden ‘Computerwelt’ en ‘Computerwelt 2’, waarna het tweeluik van ‘Heimcomputer’ en ‘It’s More Fun to Compute’ het ritmische fundament van de openingsfase completeerde.
Het was duidelijk dat Kraftwerk na ruim 50 jaar niet was veranderd. Vrijwel stokstijf in alle rust vanachter hun desks brachten zij hun muziek. Maar daar zat dan wel het verschil met een doorsnee danceoptreden; dit waren geen plaatjesdraaiers, maar rasmuzikanten die elke noot met overtuiging speelden. En in tegenstelling, waar bij die plaatjesdraaiers het publiek wild springend over de dansvloer beweegt, bestaat bij het publiek bij Kraftwerk doorgaans puur uit muziekconnaisseurs. Echte liefhebbers.
Met ‘Spacelab’ uit 1978 verschoof de sfeer naar het buitenaardse, en dat voelde in Eindhoven heel anders dan waar ook. Sinds vele jaren gebruikt Kraftwerk in de clip op de achtergrond het Eindhovense Evoluon als UFO die de mannen vanuit een spacelab in de ruimte naar aarde brengt, naar de zaal van optreden. Maar hier gebeurde iets unieks… Op de schermen verscheen het iconische Evoluon, het aan een vliegende schotel gelijkende tentoonstellingsgebouw dat slechts een kilometer verderop staat, dat uiteindelijk over Eindhoven vloog en landde voor het Evoluon zelf, alsof het gewoon thuiskwam. De herkenning in de zaal was onmiddellijk: er steeg een luid gejuich op dat perfect aansloot op de dromerige, buitenaardse sfeer van het nummer. Nergens ter wereld kon dit moment zo raak zijn als hier, in de stad waar het Evoluon al decennialang als een gestrande UFO in het landschap staat. De stad, grootgebracht door datzelfde Philips dat de eigenaar was van het Klokgebouw, en eigenaar van het gelijknamige platenlabel, waarop Kraftwerk haar eerste vier albums uitbracht. En dus werd de cirkel met Eindhoven weer rondgemaakt op de plek waar halverwege het Klokgebouw en het Evoluon het Philips Natlab staat, waar onder anderen de ferroxcube werd uitgevonden, enorm belangrijk voor de kwaliteit van muziekoverdracht. Maar het was ook de geboorteplaats van baanbrekende muziektechnologieën zoals de compactcassette, de cd en enkele van de vroegste experimenten met elektronische muziek en synthesizers. Kraftwerk hoort hier thuis.
Na dat iconische Eindhovense moment in de show volgde ‘The Man-Machine’, waarna ‘Ätherwellen’ en ‘Tango’ de spanning verder opbouwden. ‘Electric Café’ sloot dit middendeel af, voordat de band de lange elektronische snelweg op ging met ‘Autobahn’ uit 1974. Een van de hoogtepunten van de avond, ondanks dat het nummer helaas niet in de originele versie werd gespeeld. Maar goed, met bijna 23 minuten zou de originele versie het concert nog langer hebben laten duren en een enkeling moest het concert al voortijdig verlaten om nog met de trein terug naar het Noorden te kunnen halen.
Het volgende blok bestond uit meer hits van ‘Die Mensch-Maschine’. ‘Computer Love’, natuurlijk ‘The Model’ (in het Engels gebracht in plaats van het originele ‘Das Model’) en ‘Neonlicht’ passeerden achter elkaar. Daarna sprak Ralf Hütter voor het eerst en vertelde hij over hun ontmoeting met Ryūichi Sakamoto in 1981, waarna de groep een fragment speelde van Sakamoto’s ‘Merry Christmas Mr Lawrence’. Een mooi eerbetoon aan de inmiddels drie jaar geleden overleden Japanse meester.
Vervolgens leidde ‘Geiger Counter’ naar de tot protestnummer veranderde versie van ‘Radioaktivität’, die deels in het Japans werd gezongen en de bekende lokaties van (bijna) kernrampen benoemde. Het werd gevolgd door het ‘Tour de France’-blok: ‘Tour de France’, ‘Tour de France Étape 3’, ‘Chrono’ en ‘Tour de France Étape 2’ vormden een dynamisch geheel, waarbij zelfs beelden van Michael Boogerd voorbij kwamen. Wederom een klein beetje Nederlandse trots in de show.
‘Trans Europa Express’ was zoals altijd een publieksfavoriet. Het bevat een van de meest herkenbare en gekopieerde fragmenten uit de elektronische muziekgeschiedenis, een ritmisch motief dat door de jaren heen tientallen keren is opgedoken in andere genres en generaties. Het nummer gleed naadloos over in ‘Metal on Metal’ en ‘Abzug’, waardoor het geheel uitgroeide tot een ijzersterk drieluik. In het Klokgebouw klonk het absoluut het beste.
Daarna volgden de verrassende ‘Pocket Calculator’ en ‘Planet of Visions’, voordat de band afsloot met een andere publieksfavoriet; het blok met de komische ‘Boing Boom Tschak’, ‘Techno Pop’ en ‘Musique Non Stop’. Tijdens dat laatste nummer liepen de vier muzikanten één voor één naar voren om te buigen terwijl het nummer bleef doorgaan. Ralf Hütter bleef als laatste achter en kreeg het grootste applaus, nadat hij afsloot met ‘Goedenavond, tot ziens’ in het Nederlands.
De avond eindigde natuurlijk met een toegift: het verplichte ‘The Robots’, een passend besluit van een concert waarin verleden en toekomst naadloos in elkaar overliepen. Kraftwerk had niet veel nodig. Kil staande vanachter de synthesizers hoefden de mannen geen uitgebreide lichtshow, anders dan de ledstrips op hun pakken. De visuals op de achtergrond hoefden niet te worden opgefrist; gewoon eenvoudige computervisuals zoals men in de jaren ’70 en ’80 al kon programmeren. In de jaren 70 en 80 was de band ver vooruitstrevend in zijn muziek, en in die tijd zijn ze blijven hangen met beeld en geluid. Maar die techniek is nog steeds onovertroffen. En dat samengebracht in wellicht het best mogelijke gebouw voor een concert als dit, het industriële Klokgebouw op Strijp-S. Een avond die uiteindelijk de boeken in zal gaan als wellicht een van de meest iconische Kraftwerkshows, tijdloze muziek samengebracht op de meest passende locatie.
Foto’s (c) Jostijn Ligtvoet / Muziekgebouw Eindhoven

