Patrick Watson keerde terug naar een Nederlands podium en streek neer in 013 Tilburg, waar hij zijn meest recente album ‘Uh-Oh’ centraal stelde. Voordat de Canadese singer-songwriter het podium betrad, was het eerst de beurt aan landgenote La Force uit Montréal.
La Force, oftewel Ariel Engle, wist met haar bewerkte akoestische gitaar en warme stemgeluid het publiek moeiteloos mee te nemen in een smaakvolle en intieme set. Met zichtbaar plezier gebruikte ze de gelegenheid om enkele nieuwe nummers uit te proberen, waarbij ze het publiek gekscherend als haar “guinea pigs” bestempelde. Gelukkig, zo voegde ze eraan toe, hield ze ook van huiscavia’s.
In een wijdvallende jurk bracht ze een reeks kleine, maar boeiende liedjes. Tussen de nummers door vertelde ze openhartig over haar broer, die een zware depressie wist te overwinnen met behulp van ketamine behandelingen. Dat Canada een meertalig land is, bewees ze door naast Engels en Frans ook een Spaanstalig nummer te zingen. Daarbij deed haar stem geregeld denken aan de helaas veel te vroeg overleden zangeres Lhasa de Sela.
Tegen het einde van haar optreden kreeg Engle ondersteuning van de drummer en bassist/gitarist van Patrick Watson. Met gevoel voor theatrale presentatie transformeerde ze haar podiumoutfit door laag voor laag haar rode jurk los te maken, waarna ze in een meer zwoele verschijning het slot van haar set bracht. La Force bewees een artieste te zijn die graag buiten de lijntjes kleurt en die artistieke vrijheid overtuigend weet om te zetten in een sterke live-ervaring.
Vervolgens was het tijd voor Patrick Watson. De Canadese muzikant verscheen op het podium alsof hij zich een half uur eerder had gerealiseerd dat hij nog een optreden moest geven en rechtstreeks vanuit bed naar Tilburg was gereden. Met zijn warrige grijze haren, een bedrukt T-shirt, joggingbroek en een kop thee nam hij plaats achter een piano die omringd werd door allerlei curiositeiten.
De podiumaankleding balanceerde ergens tussen het laboratorium van Dr. Frankenstein en de rommelige, maar gezellige opslagruimte van Guust Flater. Het leverde een licht surrealistische sfeer op die wonderwel aansloot bij Watsons muziek. Samen met zijn twee bandleden en ondersteund door La Force begon hij aan een zorgvuldig opgebouwde set, terwijl op de achtergrond regelmatig vintage filmbeelden werden geprojecteerd.
Wat vooral opviel, was hoe Watson erin slaagde zijn introspectieve muziek overeind te houden in een grote zaal als 013. Zijn nummers lenen zich bij uitstek voor momenten van afzondering en zelfreflectie, maar toch wist hij diezelfde intimiteit over te brengen op een volle concertzaal. Ook het publiek speelde daarin een rol. De aanwezigen, variërend van jonge stellen tot zoekende jongvolwassenen, vormden een aandachtige en betrokken luistermassa.
De persoonlijke gebeurtenissen uit Watsons leven – het verlies van zijn moeder, een verbroken relatie en het tijdelijke verlies van zijn stem – hebben duidelijk hun weerslag gehad op ‘Uh-Oh’. Ook het creatieve gebruik van autotune op het album was te horen. Waar veel artiesten het effect gebruiken om vocale tekortkomingen te verhullen, zet Watson het juist in als een artistieke verrijking van zijn geluid.
Eén van de hoogtepunten van de avond was ‘Ode to Vivian Maier’, afkomstig van ‘Better in the Shade’. Watson vertelde daarbij over de fotografe wier indrukwekkende straatfoto’s pas na haar overlijden brede erkenning kregen. Toen het nummer aanvankelijk technisch vastliep, reageerde hij met een luchtig “Don’t worry, I’m a professional”, waarna hij de draad ogenschijnlijk moeiteloos weer oppakte.
Het optreden wisselde intieme momenten af met grootse muzikale uitbarstingen. Watsons pianospel bewoog zich ergens tussen Erik Satie en Ludovico Einaudi, terwijl de meer weidse arrangementen deden denken aan het geluid van London Grammar. De fraaie lichtshow ondersteunde die dynamiek, al stonden sommige fel pulserende lampen wel erg direct op het publiek gericht.
De absolute parel van de avond was echter ‘Here Comes the River’. Vooraf vertelde Watson dat het soms beter is om je over te geven aan de kwetsbaarheden van het leven dan er voortdurend tegen te vechten. In die gedachte schuilde de essentie van het concert: van breekbaarheid naar heling, van verlies naar zelfliefde. Patrick Watson heeft zijn eigen stem en kracht hervonden en deelde die deze avond met het publiek van 013. Kwetsbaarheid bleek daarbij zijn grootste kracht.
