Dat Josh Homme zich weinig aantrekt van verwachtingen mag inmiddels bekend zijn. Op ‘Perfecth’, het negende album van Queens of the Stone Age, gooit hij een flink deel van de gitaarmuur overboord en kiest hij voor iets wat bij deze band lang onwaarschijnlijk leek. Het is een plaat die rauw en open klinkt, bijna ongemakkelijk intiem, en juist daardoor blijft hij hangen.
Homme kwam begin jaren negentig uit de woestijn van Palm Desert, waar hij bij Kyuss de riff tot een kunstvorm verhief. In 1996 begon hij Queens of the Stone Age, een band die met ‘Rated R’ en ‘Songs for the Deaf’ een vaste plek veroverde in de rock. Het vorige album ‘In Times New Roman…’ uit 2023 klonk benauwd en vuil, geschreven toen zijn huwelijk uit elkaar viel. Daarna volgden ook gezondheidsproblemen. Dat hoor je terug. Waar de band vroeger vooral stampte, kijkt ze nu af en toe om naar wat er achter haar ligt. De opnames vonden verspreid over meerdere studio’s plaats, onder meer in New Orleans, en Homme produceerde samen met bassist Michael Shuman.
De opener ‘It’s Only Love’ zet meteen de toon. Strijkers kringelen om Hommes zuchten heen en de dood zit dichterbij dan je van deze band gewend bent. Daarna volgt ‘Easy Street’, met zangeres Nikki Lane naast hem. Het nummer klinkt zonnig, met akoestische gitaar en handclaps in een bijna flamencoachtig jasje, maar de tekst is een opsomming van drank, geweld en zelfsabotage. Die tegenstelling werkt bijzonder goed. De man grapt over zijn eigen puinhoop en weet precies dat hij zelf de dader is.
‘Insignificant Other’ is een gladdere kant van de band. Wurlitzerpiano, funky gitaar en falsetto met akkoorden uit de jaren zeventig leggen een breuklied bloot dat meer pijn doet dan het wil toegeven. ‘Where the Goth Girls At?’ is het stuk waar de oude Queens even om de hoek komt kijken. Een bewust domme riff loopt uit in een groot refrein, en ineens is er weer vuil onder de nagels. ‘Mono’ drijft traag voorbij en hoort bij de kwetsbaarste momenten. ‘Phantom Limb’ is een donkere boogie waarin Homme hardop toegeeft dat hij hulp nodig heeft. Met ‘Sunday’, een nummer dat Homme jaren geleden voor Iggy Pop schreef, krijgt de plaat nog een eigenzinnige coverbeurt.
Niet iedereen zal hier blij mee zijn. Wie hoopt op een plaat vol stuwende riffs en een stoere houding, komt gedeeltelijk bedrogen uit. De terughoudendheid is groot en de nummers zijn soms bijna te voorzichtig neergezet. Met negen tracks is het album bovendien snel voorbij. Toch voelt dat eerder als gedoseerd dan als te weinig. Er zit weinig vulling tussen en de samenhang is groot, ondanks de wisselende stijlen van country tot jazz en art rock.
‘Perfecth’ is geen plaat die zich verontschuldigt voor wat de band was, en ook geen poging om dat nog eens over te doen. Homme zingt beter dan ooit en durft zijn zwakte te laten zien, zonder dat de scherpe humor verdwijnt. Dertig jaar na de start klinkt Queens of the Stone Age nog altijd onrustig, nieuwsgierig en een tikje gevaarlijk. Dat het album kraakt en niet perfect is, maakt het juist geloofwaardig. (9/10) (Matador)
