Een rivier houdt nooit op met stromen, en wie er twee keer in kijkt, ziet nooit hetzelfde water. Dat beeld ligt ten grondslag aan het vijfde album van Viva Belgrado, de band uit Córdoba die sinds eind 2011 het landschap van post-hardcore, screamo en post-rock doortrekt. Na ‘Flores, carne’, ‘Ulises’ en ‘Bellavista’ voegde de groep in 2024 met ‘Cancionero de los Cielos’ een bonte verzameling luchten toe, vol toetsen, melodie en zelfs een ranchera. Nu richt de blik zich op de Guadalquivir zelf, de stroom die door de stad loopt en voor de band de tijd, het geheugen en de langzame slijtage van het leven draagt. De bezetting is vernieuwd, onder meer met bassiste Cris G. Sánchez. De productie kwam in handen van Ricky Falkner, die samen met Jordi Mora de nummers in de studio La Casamurada een nieuwe richting gaf.
De drie vooruitgeschoven nummers tonen drie gezichten van dezelfde rivier. ‘Un andalucito más’ is donker, direct en gespierd. De band laat de uitgesponnen kanten van haar eerdere werk even rusten en kiest voor spanning, een riff die blijft hangen en teksten vol ironie en maatschappelijke boosheid. Het is Viva Belgrado op zijn meest bijtend, zonder dat de screamo wordt verloochend.
‘Súper Futuro’ is het tegenovergestelde. Schone, galmende gitaren en een weemoedige mellotron geven het nummer een lichtheid die de band nog niet eerder liet horen. Men hoort The Cure in zijn popperiode terug, al noemt de band zelf Turnover en Wild Nothing als inspiratie. Er is zelfs een twaalfsnarige gitaar bij, een primeur in hun discografie. ‘Menquitofla’ speelt met de letters van ‘flamenquito’ en met de flamencoprogressie in mi majeur, die in een vijfkwartsmaat wordt geschoven. Het resultaat is hypnotisch, een viering van vriendschap in rockkleren. Alain Johannes, bekend van Eleven, Chris Cornell en Them Crooked Vultures, stuurde zijn arrangementen en een solo vanuit zijn studio in Chili. Zijn gastoptreden is de enige samenwerking op het album, en het past er als gegoten.
Wat deze nummers verbindt, is een zekere zachtheid tegenover de eigen verandering. De band lijkt niet bang meer voor de vraag of vernieuwing verraad is. Het album accepteert dat mensen, invloeden en liedjes komen en gaan, terwijl de bedding herkenbaar blijft. De hoes en het visuele universum zijn van Josu Larrea.
Er schuilt een zekere onzekerheid in zo’n evenwicht. Wie in Viva Belgrado vooral de rauwe schreeuw zoekt, zal ‘Súper Futuro’ misschien te zoet vinden, en wie de verfijning van ‘Cancionero’ verkiest, mist wellicht de zachte overgangen. Een volledig oordeel hangt af van hoe het album als geheel stroomt, iets wat de singles alleen kunnen aanduiden.
Toch past deze koers bij een band die vijftien jaar lang zelfstandig groeide, ver van de schijnwerpers. Viva Belgrado schrijft liedjes over wat er gebeurt terwijl het leven doorgaat, zoals een rivier die zijn eigen loop onverstoorbaar vervolgt. Het is een album dat nu al naar het water zelf ruikt: vochtig, vol herinnering en verrassend helder. (8/10) (Fueled By Salmorejo)
