Nothing But Thieves heeft nooit stilgezeten, maar op ‘Stray Dogs’ staat de band weer met beide voeten in de modder. Na het gladde, elektronische ‘Dead Club City’ uit 2023 keert het vijftal terug naar het geluid waarmee het ooit begon: luid, rauw en met gitaren die weer mogen bijten.
De groep uit Southend werd in 2012 opgericht en brak door met het titelloze debuut uit 2015. Daarna volgden ‘Broken Machine’, ‘Moral Panic’ en ‘Dead Club City’, platen waarop de band steeds vaker de kant van pop en elektronica opzocht. Zanger Conor Mason kreeg daar alle ruimte voor zijn hoge, soepele stem, maar de scherpe randjes raakten wat versleten. Voor het vijfde album dook de band opnieuw de Angelic Studios in, waar ook het debuut werd opgenomen. Vijf maanden lang werd samen aan de nummers gewerkt, in plaats van ideeën los van elkaar uit te werken. Dat hoor je terug in een plaat die wat losser en vooral bandmatiger klinkt.
Het titelnummer is daarvan het beste bewijs. ‘Stray Dogs’ duurt ruim vijf minuten en opent met een sirene die je meteen wakker schudt. Daarna bouwt het nummer op tot een refrein met beukende drums en scheurende gitaren, om vervolgens weer even in te zakken voordat het een flinke climax bereikt. Het is geen keurig radionummer en dat is precies de bedoeling. De band zegt dat het stuk gaat over het vinden van je mensen, en dat gevoel van saamhorigheid kun je zo op een festivalveld voor je zien.
‘Evolution’, de eerste single, is vertrouwder terrein. Het nummer heeft een pakkend refrein en klinkt zoals je Nothing But Thieves kent. Sommige fans vonden het bijna te veilig, en dat is niet helemaal onterecht. Het nummer heeft zijn werk gedaan als opstapje, maar op de plaat zelf voelt het als de minst avontuurlijke keuze. ‘Baby Kool (Evelyn)’ liet daarna al horen dat er meer speelruimte is. Titels als ‘Testosterone’, ‘AI.Jesus’ en ‘American Confidence’ verraden bovendien dat de band de blik nog altijd naar buiten richt. Nothing But Thieves laat zich graag inspireren door wat er in de wereld misgaat en verpakt dat in een stevig rockjasje.
Helemaal foutloos is het niet. De productie blijft op sommige momenten wat te netjes voor een band die zegt terug te willen naar de basis. Een deel van de luisteraars zal de gladde kant van ‘Dead Club City’ missen, terwijl anderen juist vinden dat het nog ruiger had gemogen. Zo zit je met een plaat die op twee stoelen probeert te zitten, al lukt dat verrassend vaak.
Toch is dit een stap vooruit ten opzichte van de vorige twee albums. De band klinkt gretig, Mason zingt met meer vuur en de gitaren staan weer vooraan. In januari staat de groep tweemaal in de Ziggo Dome en met dit materiaal kan dat een luidruchtig feest worden. ‘Stray Dogs’ is een plaat die het beste tot zijn recht komt als je het volume ver opendraait en de buren even vergeet. Voor wie de band had afgeschreven is het een reden om terug te komen. (8/10) (RCA/Sony Music)
