Er zijn artiesten die pas na jaren touren en veel geduld eindelijk hun debuutalbum uitbrengen, en Last Apollo, het alter ego van de Ierse zangeres Lucy Rice, is daar een mooi voorbeeld van. Ze bouwde de afgelopen drie jaar geduldig aan haar reputatie op de Ierse livescene, speelde uitverkochte shows in Dublin’s Grand Social en Button Factory, en deed dat allemaal nog voordat er ook maar één nummer van dit album was uitgebracht. Dat is best bijzonder voor een debutant.
Het verhaal achter deze plaat begint met een verhuizing. Nadat haar bandleden naar Londen vertrokken en ze net haar eerste echte liefdesverdriet had meegemaakt, pakte Rice haar spullen en verhuisde ze mee, simpelweg omdat dat de mensen waren met wie ze muziek wilde blijven maken. In Londen speelden ze eindeloos in kleine zaaltjes zoals de Windmill in Brixton, en juist die afstand van thuis gaf haar de ruimte om haar geluid uit te breiden.
De plaat opent met ‘Home’, een nummer dat begint met een sober pianomotief en de weemoedige regel ‘Goodbye, baby blue’. Het is een nummer dat pijn doet zonder wanhopig te worden, alsof Rice zegt dat je niet voor altijd vastzit aan de fouten van het verleden. ‘Hummingbird’ is misschien wel het hoogtepunt van de plaat, een nummer dat zich niet inhoudt en vol overtuiging een kant op beweegt die je niet had zien aankomen. De titeltrack zelf verandert steeds van vorm en voelt aan als een pijnlijk maar uiteindelijk hoopvol portret van liefde en verlies.
Wat deze plaat zo bijzonder maakt is hoe eerlijk alles aanvoelt. Rice zegt zelf dat het album overloopt van liefde, ook al zullen nieuwe luisteraars vooral het hartzeer en de onrust horen. Die twee kanten bestaan hier naast elkaar, en dat maakt de plaat rijker dan een simpele break-up plaat. Muzikaal beweegt ze moeiteloos tussen art rock, folk en chamber pop, met glinsterende pianopartijen en strijkersarrangementen die het geheel net dat beetje extra drama geven zonder overdreven te worden.
Het is duidelijk dat deze plaat drie jaar de tijd heeft gekregen om te rijpen, en dat hoor je ook. Niets voelt gehaast, elk nummer krijgt de ruimte om zich te ontvouwen, en de opnames, grotendeels vastgelegd in twee slaapkamers samen met haar trouwe bandleden, geven de plaat een intimiteit die je niet vaak tegenkomt bij een debuut. Voor een eerste album is dit een indrukwekkend volwassen statement, gemaakt door iemand die duidelijk niet bang is om zichzelf helemaal bloot te geven. (8/10) (Independent)
