Er zijn weinig artiesten die zo’n bizarre weg hebben afgelegd als Rebecca Black. In 2011 werd ze op haar dertiende wereldberoemd met ‘Friday’, een nummer dat destijds werd afgeschoten als het slechtste liedje ooit gemaakt. Vijftien jaar later is ze uitgegroeid tot een gerespecteerde naam in de hyperpop en electropop scene, met een tweede studioalbum dat zichzelf presenteert als een viering van exhibitionisme in een tijdperk waarin iedereen constant bekeken wordt. Het idee is sterker dan de uitvoering ervan.
Black is inmiddels 29 en heeft er duidelijk voor gekozen om terug te grijpen naar de campy, sleazy pop van vlak voor het smartphonetijdperk. ‘Hot Wet Delirious’ leunt zwaar op de Britney en Brandy invloeden van eind jaren negentig, en dat is precies het probleem met een groot deel van dit album. Het klinkt leuk, het is prima om op te dansen, maar het voelt zelden alsof Black zelf iets nieuws toevoegt aan een geluid dat we al kennen. ‘Anaheim Star’ probeert Fergie te updaten voor 2026, en hoewel de productie strak in elkaar zit, mist het nummer een reden om terug te keren voor een tweede luisterbeurt.
Waar het album wel overtuigt is in de momenten dat Black iets persoonlijker durft te worden. ‘Michael.’ en ‘Visions Again’ voelen alsof ze even door het feestje heen prikken en laten zien dat er meer speelt achter de glitter. Dat contrast tussen de constante performance en de momenten van twijfel is interessant, maar Black kiest er te vaak voor om dat spanningsveld snel weer dicht te gooien met nog een dansbeat. Het is jammer, want juist die kwetsbaarheid had dit album kunnen onderscheiden van de stapel electropop platen die dit jaar al zijn verschenen.
Productioneel is er weinig mis met deze plaat. Elk nummer klinkt gepolijst en de wisselingen tussen wubby synths, trip hop invloeden en meer klassieke dance elementen op nummers als ‘Pistol’ zorgen ervoor dat het geheel nooit saai wordt. Maar diezelfde perfectie werkt ook tegen de plaat. Er zit weinig ruwheid of risico in, en na een paar nummers begint het geheel wat voorspelbaar aan te voelen, ook al is elk afzonderlijk nummer prima in elkaar gezet.
Black heeft ongetwijfeld haar plek verdiend in de hedendaagse pop, en het feit dat ze zo ver is gekomen sinds haar viral debuut verdient respect. Maar ‘Age of the Exhibitionist’ voelt eerder als een bevestiging van waar ze al stond dan als een echte stap voorwaarts. Wie houdt van glimmende, dansbare pop met een knipoog naar het verleden zal zich hier prima vermaken, maar wie op zoek is naar een plaat die je bijblijft, zal na een paar luisterbeurten waarschijnlijk toch weer teruggrijpen naar de artiesten die Black hier duidelijk als voorbeeld heeft genomen. (7/10) (Republic Records)
