Shania Twain hoeft zich al decennia niet meer te bewijzen. De Canadese zangeres verkocht wereldwijd meer dan honderd miljoen platen en geldt met ‘Come On Over’ uit 1997 nog altijd als de bestverkochte countryartiest aller tijden. Na ‘Queen of Me’ uit 2023 komt ze nu met haar zevende studioalbum ‘Little Miss Twain’, een plaat die nadrukkelijk teruggrijpt op haar jeugd in het Canadese Timmins, waar ze als kind al optrad in kroegen om het gezin te onderhouden.
Dat autobiografische uitgangspunt geeft de plaat meteen zijn sterkste moment. Het titelnummer, met een gastbijdrage van countryveteraan Tanya Tucker, schetst het beeld van het jonge meisje Eilleen dat nog kleiner is dan haar eigen gitaar en droomt van een uitweg uit het noorden van Ontario. De Mellotron en pedal steel geven het nummer een weemoedige laag die goed past bij het verhaal. Ook ‘Dirty Rosie’, de leadsingle, doet het degelijk, met een speelse tekst over een geliefde die net zo onvoorspelbaar is als de pick-uptruck waar het nummer naar vernoemd is.
Waar het album minder overtuigt, is in het middenstuk. Nummers als ‘Quit My Life’ en ‘Scary Little Thing’ vallen terug op het vertrouwde recept van Twain uit de jaren negentig, met vlotte melodieën maar weinig tekstuele diepgang. Het is muziek die makkelijk wegluistert, maar die de belofte van een persoonlijk en kwetsbaar album niet altijd waarmaakt. ‘New Love’ vormt daarop een prettige uitzondering, met een lichtvoetige beat en warme strijkers die het nummer net iets meer richting geven dan de rest van de plaat. Jammer genoeg wordt dat gevoel weer verwaterd door het volgende nummer, ‘Down the Middle’, dat op eenzelfde thema leunt zonder er iets nieuws aan toe te voegen.
Ook de samenwerkingen leveren wisselend resultaat op. ‘Take It to the River’, met Ronnie Wood en The War And Treaty, is prettig om te horen, maar blijft binnen de gebaande paden van soul en country die Twain al vaker heeft bewandeld. ‘Faded Blue Jeans’, met Josh Homme, is een van de weinige momenten waarop het album een randje krijgt, al blijft ook dat randje beperkt. Producer Zach Dawes kiest doorgaans voor een gepolijste, gladde productie, waardoor de rauwere randjes die de plaat soms belooft, grotendeels weggepoetst worden.
Het resultaat is een album dat oprechter oogt dan het uiteindelijk klinkt. Twain vertelt een persoonlijk verhaal over haar jeugd en de weg naar het succes, maar laat dat verhaal muzikaal grotendeels los zodra de eerste nummers voorbij zijn. Wie op zoek is naar de vertrouwde mix van country en pop waarmee Twain groot werd, krijgt die alsnog geserveerd, compleet met de luchtige humor die haar werk altijd heeft gekenmerkt. Wie hoopte op een plaat die net zo eerlijk klinkt als het verhaal erachter, komt enigszins bedrogen uit. ‘Little Miss Twain’ is geen slechte plaat, maar wel een gemiste kans om de nostalgische aanzet echt door te trekken. (6/10) (Republic Records)
