Het is een goede timing van Bob Spitz om een nieuwe biografie over The Rolling Stones uit te brengen nu (deze week) hun nieuwste album ‘Foreign Tongues‘ verschijnt, en ze weer volop in de belangstelling staan. Spitz heeft een naam als biograaf gemaakt (nadat hij in de jaren ’70 heeft gewerkt als manager voor Elton John en Bruce Springsteen) met eerdere biografieën over The Beatles, Bob Dylan en Led Zeppelin. Aan zulke grote namen mochten blijkbaar generatiegenoten als de Stones niet ontbreken. Maar net als bij The Beatles zijn er in de afgelopen decennia ook over de Stones honderden boeken verschenen. In enkele gevallen door bandleden zelf (de amusante autobiografie ‘Life’ van Keith Richards uit 2010, en ex-bassist Bill Wyman heeft zelfs twee autobiografieën op zijn naam staan). Valt er nog wel iets daaraan toe te voegen?
Er valt natuurlijk genoeg te vertellen over de inmiddels ruim 64 jaar durende loopbaan van de Britten. Het seks, drugs en rock ’n roll cliché is zo wat door de Stones uitgevonden. Je kunt Spitz ook niet verwijten dat hij niet zorgvuldig is en zich er als een jantje van leiden ervan afmaakt. Want vooral de decennia van de jaren ’60 en ’70 (toegegeven, dat waren ook echt de hoogtijdagen van de Stones) worden gedetailieerd beschreven. Niet alleen hoe albums en klassiekers tot stand kwamen, maar ook de tal van privé strubbelingen en rechtzaken die de band aan z’n broek had hangen (vooral Keith ging in deze decennia bijna van de ene naar de andere rechtzaak door zijn uitbundige drugsgebruik). Het nadeel is alleen dat het soms, hoe spannend seks, drugs en rock ’n roll verhalen ook zouden mogen zijn, gedurende het lezen wat gaat vervelend. Op een gegeven moment lijkt het bijna een slechte grap te worden als Keith zich wèèr moet verantwoorden voor een rechter.
Interessanter wordt het als Spitz meer duikt in het proces van de muziek, of in (voor de minder grote Stonesfan) minder bekende feitjes. Bijvoorbeeld dat Mick Jagger serieus met Paul McCartney om de tafel heeft gezeten om te overwegen om The Beatles en de Stones onder één bv onder te brengen (waar Jagger op het laatste moment toch niet helemaal iets voor voelde vanwege de avant gardistische ideeën van The Beatles). Het zou wat zijn als de twee grootste bands uit de jaren ’60 de handen in één zouden hebben geslagen.
Het is onvermijdelijk dat Spitz ook platgebaande paden omschrijft. Zoals de anekdote dat Charlie Watts ooit in Amsterdam Jagger van een klap voorzag, nadat hij aan de telefoon had gevraagd: ‘Waar is mijn drummer?’ In biografieën van grote namen als de Stones is dat nou eenmaal onvermijdelijk.
Wat wel jammer is, is dat er vanaf de jaren ’80, als de Stones in zwaar weer verkeren door het conflict tussen Mick en Keith, steeds meer afgeraffeld wordt. Helemaal nadat het vertrek van Bill Wyman ter sprake is gekomen. Bekende feitjes uit de jaren ’90 en ’00 (Keith die in 2006 uit een palmboom viel met alle gevolgen van dien) komen vluchtig voorbij.
Toch leest het boek wel als een soort jongensboek. Vanaf het moment dat Mick en Keith elkaar in 1961 op een treinperron hadden ontmoet, tot een omschrijving van de laatste tournee naar aanleiding van het goed ontvangen vorige album ‘Hackney Diamonds’. Waarmee Spitz als het ware een happy end geeft. Alsof ze na jaren van doorgaan tegen de bierkaai toch eindigen met een hoogtepunt. Alleen is daarvoor het boek net te vroeg uitgekomen. Want wie weet hoe ‘Foreign Tongues’ zal worden ontvangen.
Voor de minder grote Stonesfan zal het 700 tellende boek ongetwijfeld veel nieuws te bieden hebben. Ook al duren de omschrijvingen van de vele rechtszaken net te lang. Zorgvuldig heeft Spitz wel drie decennia omschreven. Misschien had de titel beter kunnen benadrukken dat vooral deze drie decennia centraal staan. Dat was een betere omschrijving geweest van een biografie die wel wegleest als een jongensboek van een band die ook altijd jongetjes zijn gebleven. (7/10)
Uitgeverij: Spectrum
ISBN: 9780241836040
