Van model tot actrice tot muzikant, Suki Waterhouse blijft zich heruitvinden, en op 10 juli doet ze dat opnieuw met haar derde studioalbum ‘Loveland’. Na twee albums bij Sub Pop stapt ze nu over naar Island Records, het label waar ook Sabrina Carpenter en Chappell Roan hun thuis vonden. Een logische stap voor een artieste die steeds meer richting mainstream pop beweegt, al blijft de vraag of dat haar goed doet.
Waterhouse, bekend van rollen in ‘Daisy Jones & the Six’ en ‘Dalíland’, werd moeder in 2024 samen met partner Robert Pattinson, en die ervaring vormt het hart van dit album. Ze omschrijft ‘Loveland’ zelf als het gebied tussen wie ze vroeger was, gedreven door romantiek en fantasie, en wie ze nu probeert te worden, iemand die op zoek is naar stabiliteit. Voor de veertien nummers werkte ze samen met een indrukwekkende lijst producers, waaronder Amy Allen, Aaron Dessner van The National en Lorde-producer Joel Little. Een gezelschap dat garant zou moeten staan voor kwaliteit, al is dat niet automatisch een garantie voor originaliteit.
Opener en eerste single ‘Back in Love’ zet de toon met vrolijke trompetten en een tekst over het terugvinden van zichzelf na de bevalling. Het is een aangenaam nummer, maar ook een dat weinig verrassends biedt binnen het huidige landschap van bevestigende, feelgood pop. ‘Tiny Raisin’ bouwt daarop voort met een luchtige productie die goed in het gehoor ligt zonder lang te blijven hangen. Interessanter wordt het bij ‘Any Man’, waar Waterhouse met een zelfverzekerde brutaliteit zingt over haar leven als moeder die haar scherpe randjes niet is kwijtgeraakt. Het stripped-back nummer ‘Seasons’, opgenomen in Aaron Dessners studio Long Pond, laat een introvertere kant zien en is een van de weinige momenten waarop het album daadwerkelijk ademruimte krijgt. Slotnummer ‘Weirdo’ is een ode aan Pattinson en de afstand die hun beider carrières met zich meebrengt, en heeft de intimiteit die de rest van de plaat soms mist.
Het probleem met ‘Loveland’ is niet dat het slecht in elkaar zit, want daarvoor is het gezelschap producers simpelweg te ervaren. Het probleem is dat veel nummers voelen als variaties op hetzelfde thema, met een productie die vaker kiest voor de veilige, radiovriendelijke route dan voor het eigenzinnige geluid dat Waterhouse op haar debuut nog wel had. Waar ‘I Can’t Let Go’ nog schuurde en ‘Memoir of a Sparklemuffin’ zoekende momenten had die het interessant maakten, voelt dit album af en toe alsof het is geschreven met een checklist van wat een moderne popplaat nodig heeft. Dat is jammer, want de momenten waarop Waterhouse haar eigen stem laat horen, zoals op ‘Seasons’ en ‘Weirdo’, tonen dat ze meer in haar mars heeft dan de gepolijste vorm die Island Records er blijkbaar aan wil geven.
‘Loveland’ is een prettig te beluisteren album over een nieuw hoofdstuk in het leven van een artieste die moeder is geworden, maar het blijft te vaak steken in een comfortabele middenmoot. Voor fans van haar eerdere werk zit er genoeg in om van te genieten, wie op zoek is naar de scherpte van weleer zal die af en toe moeten missen. (7/10)(Island Records)
