Er zijn nummers die je één keer hoort en nooit meer vergeet. Dan zijn er nummers die je hoort, even irritant vindt, en toch jaren later nog meezingt zodra de eerste akkoorden klinken. ‘Escape (The Piña Colada Song)’ van Rupert Holmes behoort tot die tweede categorie, maar dat doet niets af aan de prachtige, bijna literaire bouw van het nummer. Het werd uitgebracht in september 1979 en zou uitgroeien tot het allerlaatste Amerikaanse nummer één van de jaren zeventig. Een decennium vol muzikale revoluties, van punk tot disco en van funk tot prog-rock, eindigde dus met een zacht, vlot verteld verhaal over een vent die toevallig zijn eigen vriendin probeert te versieren via een contactadvertentie. Poëtischer kan een tijdperk nauwelijks worden afgesloten.
Rupert Holmes
Achter de naam Rupert Holmes schuilt een opmerkelijk levensverhaal. Hij werd op 24 februari 1947 geboren als David Goldstein in het Engelse Northwich, in de county Cheshire. Toen hij zes jaar oud was, verhuisde het gezin naar de staat New York, naar het plaatsje Nanuet, en de jonge David groeide op als een echte New Yorker. Na zijn opleiding aan de Manhattan School of Music begon hij zijn carrière als sessiemuzikant en songwriter voor anderen, waarbij zijn werk werd opgenomen door artiesten als Barbra Streisand, de Platters, de Drifters, Dolly Parton en Barry Manilow.
Zijn eerste noemenswaardige chartsucces als auteur was ‘Timothy’ in 1971, een nummer dat hij schreef voor de band The Buoys en dat de Billboard Hot 100 haalde. Maar zijn eigen naam dook pas in 1978 op in de charts, toen ‘Let’s Get Crazy Tonight’ een bescheiden hit werd. In de jaren zeventig had Holmes ondertussen vier eigen studioalbums uitgebracht, waarbij hij als componist, tekstschrijver, arrangeur en soms ook dirigent fungeerde. Het publiek wist hem echter nauwelijks te vinden. Hij leefde comfortabel als schrijver voor anderen, maar de beroemdheid bleef buiten bereik.
Dat veranderde dramatisch aan het einde van het decennium, met het album waarop ‘Escape’ zou verschijnen. Holmes was geen jonge gast met zijn eerste grensverleggende plaat, maar een doorgewinterde vakman die met zijn vijfde album eindelijk de publieke erkenning ontving die zijn talent al lang verdiende.
Escape (The Piña Colada Song)
Het verhaal achter ‘Escape’ begint op een avond waarop Holmes zat te bladeren door de Village Voice, het bekende New Yorkse weekblad. Zijn oog viel op de rubriek met contactadvertenties. Dat was de vonk voor een verhaal in drie aktes, drie coupletten en drie refreinen, met een klassieke verhaaldraai aan het einde die O. Henry waardig zou zijn geweest. De verteller is een man die het gevoel heeft dat zijn relatie tot een gewoonte is verworden. Terwijl zijn partner slaapt, leest hij de contactadvertenties en stuit op een vrouw die op zoek is naar een man die houdt van piña colada’s, van wandelen in de regen, van liefde om middernacht en van yoga. Intrigued schrijft hij haar terug en spreekt af in een bar genaamd O’Malley’s. Als hij zijn mysterieuze date ontmoet, blijkt het zijn eigen partner te zijn.
Oorspronkelijk heette het nummer simpelweg ‘Escape’, en zo werd het ook uitgebracht. Het refrein begon aanvankelijk met de tekstregel “If you like Humphrey Bogart”, maar Holmes besloot het te veranderen, omdat hij vond dat zijn eigen liedjes al te veel verwijzingen bevatten naar oude films. Hij koos uiteindelijk voor de piña colada, een cocktail die hij persoonlijk overigens helemaal niet kon uitstaan. Toen klanten naar de plaat vroegen bij platenzaken, vroegen klanten naar “dat nummer over piña colada’s”, en niemand kende het onder de titel ‘Escape’. Het platenlabel overtuigde Holmes om de subtitel toe te voegen, en zo werd het alsnog ‘Escape (The Piña Colada Song)’.
De opname zelf heeft ook een bijzonder verhaal. Holmes zong zijn vocale partij in één keer als een zogeheten scratch track, bedoeld als referentie voor gitarist Dean Bailin. Hij improviseerde ook een harmoniepartij een terts boven zichzelf. Toen hij de volgende dag terugkwam om de “echte” vocale opname te maken, lukte het hem niet meer om diezelfde energie en spontaniteit terug te vinden. Uiteindelijk werd die eerste scratch vocal de definitieve versie. Drummer Leo Adamian werd bijgestaan door een tweede drummer, omdat het ritmische patroon van het nummer te complex was voor één man alleen.
De single verscheen op 17 september 1979 via het label Infinity Records en klom gestaag door de hitlijsten. Hij bereikte de nummer één-positie in de Billboard Hot 100 op 22 december 1979, vlak voor de jaarwisseling, en bleef die positie vasthouden tot in januari 1980. Daarmee is het het enige nummer dat als nummer één stond in twee opeenvolgende jaren én in twee opeenvolgende decennia. In Canada stond het eveneens op de hoogste positie, in Australië werd het een top drie hit, in Ierland bereikte het de tiende positie en in het Verenigd Koninkrijk haalde het de top dertig. In het muzikale klimaat van 1979, dat werd gedomineerd door disco, punk en de opkomst van wat later als yacht rock bekend zou worden, was ‘Escape’ een perfect voorbeeld van de zachte, narratieve popmuziek die op dat moment breed werd omhelsd. Supertramp brak datzelfde jaar door met ‘Breakfast in America’; Christopher Cross deed het met zijn titelloze debuutalbum en artiesten als Kenny Rogers, Michael McDonald en Kenny Loggins domineerden de airplay. ‘Escape’ past naadloos in dat landschap van zorgvuldig geproduceerde, melodisch sterke muziek voor volwassenen.
Jack Johnson
Meer dan dertig jaar na de originele opname vond ‘Escape’ een nieuw publiek via een cover van de Amerikaanse singer-songwriter Jack Johnson. Johnson nam het nummer op voor de soundtrack van de film ‘The Secret Life of Walter Mitty’ uit 2013, geregisseerd door Ben Stiller. De film vertelt het verhaal van een dromer die eindelijk zijn fantasieën in de werkelijkheid omzet, en Johnsons interpretatie van ‘Escape’ past daar als gegoten bij. Zijn karakteristieke akoestische aanpak en warme stem geven het nummer een nonchalante, zomerse sfeer die het verhaal van het origineel versterkt zonder er afbreuk aan te doen.
De soundtrack, uitgebracht via Universal Republic Records en Brushfire Records in december 2013, bevatte meerdere nummers van Johnson, naast bijdragen van onder andere Junip en Of Monsters and Men. Johnson’s cover bereikte een generatie luisteraars die geboren was na de originele release van Holmes, en zorgde er tegelijkertijd voor dat het nummer opnieuw onder de aandacht kwam bij oudere fans. Het is een zeldzaam geval waarbij een coverversie in een filmcontext het origineel niet overschaduwt, maar er een nieuw laagje betekenis aan toevoegt.
Partners in Crime
‘Partners in Crime’, uitgebracht op 5 augustus 1979 via Infinity Records, is het vijfde studioalbum van Rupert Holmes en zijn commercieel meest succesvolle werk. Het album bevat tien nummers, allemaal geschreven en gearrangeerd door Holmes zelf, en werd opgenomen in de Plaza Sound Studios in New York City. Naast Holmes waren gitarist Dean Bailin, bassist Frank Gravis en drummer Leo Adamian betrokken bij de opnames.
Het album is in de eerste plaats een showcaseplaat voor Holmes als verteller en arrangeur. De nummers lopen uiteen van het narratieve poprock van ‘Escape’ tot ballads en meer experimentele composities. ‘Answering Machine’ is een nummer dat met bijna profetische blik de rol van de antwoordmachine in het dagelijkse leven bespreekt, en zelfs vandaag de dag klinkt het opvallend actueel. ‘The People You Never Get to Love’ is een van de mooiste ballads op het album, waarbij Holmes zijn vocale kwaliteiten op een intiemere manier tentoonspreidt.
‘Partners in Crime’ bereikte de 33ste positie in de Billboard 200 en werd in de Verenigde Staten gecertificeerd als goudschijf. Dat was mede te danken aan het succes van ‘Escape’, maar ook de opvolger ‘Him’ droeg bij aan de populariteit van het album. Het is een plaat die op het moment van uitbrengen misschien wat onderschat werd door de critici, maar die decennia later juist gewaardeerd wordt om zijn consistentie en verfijning.
Him
Waar ‘Escape’ eigenlijk bedoeld was als albumvuller, was ‘Him’ altijd de single die Holmes in gedachten had als de leadoff van zijn album. Na het onverwachte succes van ‘Escape’ werd ‘Him’ uitgebracht op 7 januari 1980 als de tweede single van ‘Partners in Crime’, dit keer via MCA Records, omdat het Infinity-label inmiddels was opgegaan in MCA.
Het nummer vertelt het verhaal van een man die een pakje sigaretten vindt dat niet van hem is, en tot de conclusie komt dat zijn vriendin hem bedriegt. De onbekende minnaar blijft anoniem in de tekst: hij is steeds slechts “him”, een vage bedreiging die de verteller dwingt tot een confrontatie. Muzikaal is ‘Him’ iets strakker en ingetogener dan ‘Escape’, met een prominent gebruik van synthesizers en een arrangement dat meer richting het vroege tijdperk van de nieuwe popmuziek van de jaren tachtig neigt.
Het nummer bereikte de zesde positie in de Billboard Hot 100 in maart 1980, en bleef twee weken op die plek staan. In de Adult Contemporary-hitlijsten, zowel in de Verenigde Staten als in Canada, piekte het op nummer vier. Daarmee bewees Holmes dat ‘Escape’ geen eenmalig geluk was geweest, maar dat hij werkelijk iets te bieden had als narratieve singer-songwriter.
Het succes van ‘Escape’ heeft Rupert Holmes altijd een dubbel gevoel gegeven. Het nummer heeft hem welgesteld en bekendgemaakt, maar het heeft ook de rest van zijn omvangrijke carrière in de schaduw gesteld. Met de financiële vrijheid die ‘Escape’ hem bood, nam hij de tijd om een volledig nieuw project aan te pakken: een Broadway-musical gebaseerd op de onvoltooide roman ‘The Mystery of Edwin Drood’ van Charles Dickens.
Die keuze bleek een meesterzet. ‘The Mystery of Edwin Drood’ ging in 1985 in première in Central Park als onderdeel van het New York Shakespeare Festival, en verhuisde later datzelfde jaar naar Broadway. De musical werd een groot succes en won vijf Tony Awards, waaronder Best Musical. Holmes ontving persoonlijk Tony Awards voor beste tekst van een musical én voor beste originele partituur. Daarmee werd hij de eerste persoon die in zijn eentje alle drie de schrijfprijzen van de Tony Awards won voor één productie.
Zijn werk aan Broadway stopte daar niet. Hij schreef samen met het legendarische duo Kander en Ebb de musical ‘Curtains’, waarvoor hij de Drama Desk Award voor beste tekst ontving. Hij werkte samen met Marvin Hamlisch en Steven Soderbergh, en zijn liedjes werden opgenomen door namen als Renée Fleming en Britney Spears. Naast zijn theaterwerk groeide Holmes ook uit tot een gelauwerd schrijver van misdaadromans. Zijn debuutroman ‘Where the Truth Lies’ werd verfilmd met Colin Firth en Kevin Bacon, en zijn latere roman ‘Murder Your Employer’ werd een bestseller van de New York Times.
‘Escape (The Piña Colada Song)’ zal altijd zijn bekendste werk blijven, en dat is eigenlijk een kleine ironie van de geschiedenis. Het nummer dat hij schreef als albumvuller, dat hij opnam in één spontane scratch vocal, dat bijna een andere naam had gekregen, dat hij eigenlijk nooit als potentiële hit beschouwde, bleef een decennium afsluiten en een oeuvre definiëren. Maar voor wie verder kijkt dan die tropische cocktail, ligt er een rijke wereld van composities, theaterstukken, romans en liedjes te wachten. Het verhaal achter ‘Escape’ is uiteindelijk het verhaal van een schrijver die te groot is voor één nummer, hoe goed dat nummer ook is.
