Doctor Bionic, het studioproject van Cincinnati-producer Grimez, levert met ‘Electric Pollen’ een soepele, instrumentale jazz-funk-plaat af die het vierde deel vormt van zijn Terrestrial Radio-reeks, uitgebracht op 15 mei 2026 via Chiefdom Records.
Wie de eerdere afleveringen van de serie volgde, weet wat hij ongeveer kan verwachten: zestien korte tracks, een lopende DJ-vertelling die het geheel als radiomontage aaneenrijgt, en een rooster aan Cincinnati-sessiemuzikanten die in de studio gewoon op record drukken en gaan jammen. Grimez, schat, zelf dat negentig procent van zijn werk improvisatie is. Dat klinkt risicovol, maar bij Doctor Bionic is het inmiddels een handelsmerk. De producer maakt platen zoals een vinylverzamelaar een mixtape: eerst de hoes vinden, dan de muziek erbij zoeken. Voor ‘Electric Pollen’ leverde de Amerikaanse kunstenaar Automatic Bastard een poster aan in de stijl van een sciencefictionfilm uit de jaren tachtig, een half mensengezicht omringd door rode bloemen, en daar bouwde Grimez de plaat omheen.
De eerste echte track, ‘Eyes Of Chavez’, vat het project in drie minuten samen. Een korte intro van rapper Crunch Ex, een hypnotiserende gitaarriff van Brad Myers, en dan komt het vaste ritmesectie-fundament van drummer Marvin Hawkins en bassist Kevaugh Byers binnen. Daarbovenop spelen saxofonist Charlie Suits, trompettist Eric Snyder en toetsenist DJ On Tha One een refrein in unisono dat blijft hangen. Het is de blauwdruk van de plaat: warme analoge productie, een groove die nergens haastig wordt, en blazers die geen solo’s komen vechten maar de melodie dragen.
Vanaf daar pakt Grimez zijn radiokiezer en draait hij langs verschillende decennia tegelijk. ‘Moment Of Clarity’ is een rokerige cocktailbar uit een vergeten gangsterfilm, met een loom pianoloopje en een gitaar die zachtjes meeloopt. ‘Chopping Block’ is droger, hip-hopperiger, dichter bij wat fans van El Michels Affair of Surprise Chef herkennen. ‘In The Water’ kantelt richting psychedelische soul, ‘Over The Mountain’ duikt in trippy library music van het type dat soundtrackcomponisten uit de jaren zeventig zonder schroom zouden hebben ingezet. Het titelnummer aan het slot is de meest sciencefictionachtige track, met blazerlijnen die rondzweven alsof ze door een omroep van een ander stelsel zijn opgenomen.
Op papier is dit een producersproject, in de praktijk staat of valt het met de musici. En die zijn van een niveau dat respect afdwingt. Wie zo strak kan jammen, zo natuurlijk kan luisteren naar elkaar, en zonder repetitie zo’n samenhangende groove uit de grond stampt, verdient gewoon dat je twee keer luistert voor je iets zegt. De diepe P-funk bassen van Kevaugh Byers zitten precies onder de huid, de Rhodes-riedeltjes die over verschillende tracks heen opduiken zijn zacht en soulvol zonder ooit smakeloos te worden, en de blazers spelen alsof ze al jaren in dezelfde club staan. Dit soort instrumentale soul-jazz-hiphop kantelt makkelijk richting corny of cheesy, maar Grimez houdt overal de smaak hoog. Niets klinkt overgeproduceerd, niets klinkt karikaturaal, alles klinkt alsof het op de juiste avond in de juiste kamer is gebeurd.
Wie iets nodig heeft als referentiekader: dit is het terrein waar Madlib’s “Shades Of Blue” uit 2003 ooit de standaard zette voor instrumentale hiphop met jazzbloed. Doctor Bionic doet het minder gelaagd en minder gesampled, maar wel met een levende band die in één ruimte speelt. Dat is precies waar de plaat haar kracht haalt. Een kanttekening is er ook. Zestien tracks in zesendertig minuten betekenen dat veel ideeën vroeg eindigen. ‘Fools Errand’ is na 1:12 alweer voorbij, ‘Never Enough’ krijgt amper twee minuten om iets op te bouwen. Het radio-concept verklaart de korte fragmenten, maar wie buiten dat conceptkader luistert, voelt soms dat een goede schets niet uitgewerkt mag worden tot een echt nummer. Op ‘Be Your Own Man’ en ‘Tried & True’ krijgen de muzikanten net iets meer adem, en dan hoor je hoe sterk deze band kan worden als Grimez de schaar even laat liggen.
“Electric Pollen” is een heerlijke plaat. Niet een plaat die je omverblaast op eerste luisterbeurt, wel een plaat die je opzet en die je twee weken later nog altijd opzet, omdat hij precies de juiste hoeveelheid warmte, ritme en knipoog levert zonder ooit irritant te worden. In een hiphoplandschap dat steeds meer leunt op laptopproducties, is het bovendien een vriendelijke herinnering aan wat sessiemuzikanten met analoge apparatuur kunnen, mits een producer hen vertrouwt en de bandrecorder laat lopen.
De Terrestrial Radio-reeks krijgt met dit deel geen breuk, maar een logische voortzetting. Grimez weet wat hij doet, zijn musici weten wat hij wil, en de plaat klinkt alsof iedereen in dezelfde kamer naar hetzelfde luistert. Dat klinkt vanzelfsprekender dan het is. (8/10) (Chiefdom Records)
