Iedere week komen er tientallen nieuwe albums binnen op de redactie van Maxazine. Veel te veel om ze allemaal te beluisteren, laat staan te recenseren. Iedere dag één recensie zorgt ervoor dat er te veel albums blijven liggen. En dat is zonde. Daarom plaatsen we vandaag een overzicht van albums die op de redactie binnenkomen in korte recensies.
Braxton Keith – Real Damn Deal
Op zijn debuutalbum ‘Real Damn Deal’ zet de uit Midland afkomstige Braxton Keith zijn vlag in de honky-tonkmodder en weigert er weer weg te wandelen. Vijftien tracks, vier en twintig minuten netto plezier, en een productie van Alex Torrez en David Dorn die schippert tussen Bob Wills-swing en radiovriendelijke Nashville-polish. ‘I Ain’t Tryin” rolt op een two-step uit een Texaanse danshal van zestig jaar geleden, terwijl ‘Wind Blows’ en ‘Baby You Do’ eerder naar Dierks Bentley lonken. De stem heeft die haastkomische, hoge twang van een man die werkelijk gelooft dat hij de echte deal is. Het probleem zit in de credits: tien co-writes met Liz Rose, Chris Stapleton, Jim Lauderdale en consorten roken naar een hitfabriek. Wie ‘I Own This Bar’ eerder hoorde, weet wat de formule oplevert. Toegankelijk, vakkundig, zonder ook maar één moment dat naar gevaar smaakt. (Elodie Renard) (8/10) (Warner Records Nashville)

Melani Granci – To Some Place New
‘To Some Place New’ is het debuut van de Frans-Italiaanse componist en pianist Melani Granci. En zoals debutant is ook Granci op zoek naar een eigen geluid. Of dat helemaal is gelukt, laat zich betwijfelen. De acht tracks getuigen van vakmanschap, iets dat je mag verwachten van een alumna aan het Saint Louis in Rome, gevolgd door een verdere opleiding in Londen, aan de Guildhall School of Music and Drama. Ondertussen speelde ze de blaren op de vingers in lokale jazzclubs. Vlieguren voldoende en met die wetenschap leg je als luisteraar de lat hoog. De composities zitten best goed in elkaar en dat geldt zeker voor de arrangementen, waarin naast de piano ook de accordeon van James Pettinger een grote rol vervult, zoals in verstilde ‘Maria’s Song’. Toch worden we nergens verrast. Integendeel, bepaalde elementen werken zelfs op onze zenuwen, zoals het woordloze gezang van Aitzi Cofre Real. Als Real eindelijk is uitgemurfd in ‘When You Feel Like It’, mag Granci laten horen dat ze met 88 toetsen nieuwe werelden kan openen, nieuwe plekken om te gaan. Al met al geen onaardig debuut, maar de lat is niet aangetikt. (Jeroen Mulder) (6/10) (Milena Granci)

Rhododendron – Ascent Effort
De Portlandse drie-eenheid Rhododendron levert met ‘Ascent Effort’ (The Flenser, 2026) een tweede plaat af die zich nergens laat indelen en daar trots op is. Vijf nummers, veertig minuten, opgenomen door Nicholas Wilbur in Anacortes. Ezra Chong (gitaar, zang), Gage Walker (bas) en Noah Mortola (drums) opereren in het schemergebied tussen math rock, post-hardcore, jazz fusion en de hoekige nalatenschap van Slint en Rodan. Opener ‘Firmament’ begint synthetisch en mistig om in acht minuten uit te lopen op iets dat naar Biffy Clyro neigt zonder het te worden. ‘Like Spitting Out Copper’ kantelt halverwege van filmische bas naar regelrecht geschreeuw. De afsluiter ‘Within Crippling Light’ van dertien minuten reikt naar het sublieme en houdt het dan ongeveer twee minuten te lang vol. Een plaat die de luisteraar verovert door hem niet tegemoet te komen. (Anton Dupont) (8/10) (The Flenser)

Olivia Marsh – Paraglider
Met haar tweede EP ‘Paraglider’ (Warner Music Korea, 2026) levert de Australisch-Koreaanse Olivia Marsh vijf nummers af die net zo zweven als de titel belooft. De voormalige songwriter voor Kep1er en Kiss Of Life, opgegroeid tussen Newcastle (NSW) en Seoul, ontwikkelt zich verder als zangeres en componiste op een EP die naar eigen zeggen ontstond na hevige turbulentie op een vlucht. Focustrack ‘Roll’ is propulsieve indiepop over een vluchtige ontmoeting die alleen in het donker bestond. De ijle, ademende productie staat dichter bij Tame Impala dan bij de K-popmachinerie waar Marsh haar vak leerde. ‘Stranger Tides’ en ‘One Touch’ bevestigen dat ze beter is in sfeer dan in refreinen. Wie ‘Strategy’ van haar debuut-EP ‘Meanwhile’ kende, hoort dezelfde fluisterende intimiteit, nu met meer zelfvertrouwen. Kort, mooi, en het is jammer dat het bij vijf nummers blijft. (Jan Vranken) (7/10) (Warner Music Korea)

Kemuel Roig – Both Sides Now
Een ruime tachtig minuten. Dat is de speelduur van de in Cuba geboren pianist Kemuel Roig. Waarvoor je geld en toegegeven, tot aan track tien is er niks aan de hand en laten we ons gewillig meevoeren in de interpretaties die Roig maakt van songs die hem na aan het hart staan. De opening ‘Junk’, geschreven en in 1970 opgenomen door Paul McCartney, is direct een statement. In Roig’s interpretatie wordt de wals nog verder vertraagd, waarbij hij noten lang aanhoudt. Je hoort de fenomenale techniek van de pianist, de enorme beheersing en de absolute liefde voor de melodie. Zo trekt een keur aan songwriters en componisten aan ons voorbij. Van Joni Mitchell (het titelstuk is van haar hand) tot Cole Porter en Michel Legrand. Daarbij laat Roig in ‘Contigo Aprendí’ en ‘Esta Tarde Vi Llover’ ook horen waar zijn roots liggen. Cubaans sentiment, maar met subtiele accenten, afkomstig uit jazz en klassiek-romantiek. Het is Roig en zijn piano. Dat is voor een uur best te doen, maar tachtig minuten is voor een solo-pianoplaat in dit genre toch echt aan de lange kant. Hier had een producent moeten ingrijpen met een selectie uit de dertien stukken die nu op het album zijn beland. Kill your darlings. (Jeroen Mulder) (7/10) (Life In Music)

