Iedere week komen er tientallen nieuwe albums binnen op de redactie van Maxazine. Veel te veel om ze allemaal te beluisteren, laat staan te recenseren. Iedere dag één recensie zorgt ervoor dat er te veel albums blijven liggen. En dat is zonde. Daarom plaatsen we vandaag een overzicht van albums die op de redactie binnenkomen in korte recensies.
Distant Birds – Vol. 1 & Vol. 2
Distant Birds is het project van toetsenist Chris Abrahams en bassist David Symes. Laatstgenoemde heeft niet veel te doen gehad en toch is die repeterende baslijn een cruciaal element in de vier composities op deze plaat. Samen met drummer Evan Manell vormt de bas het pulserende fundament onder de improvisaties, zeker in de openingstrack ‘Drill’ dat aanvoelt als een soundrack onder een misdaadfilm uit de jaren zeventig. Het bijna nostalgische geluid uit de Fender Rhodes, de Moog-synthesizer en de Hammond draagt zeker bij aan deze ‘seventies-sfeer’. Maar behalve een keur aan toetsen, hebben Abrahams en Symes ook trompettist Ellen Kirkwood en saxofonist Matt Ottignon uitgenodigd. Vooral de diepe tonen uit de baritonsax van Ottignon zijn een fraaie toevoeging. In de kern zijn de vier composities op deze plaat namelijk tamelijk eenvoudig. De kracht zit in het repeteren terwijl Abrahams, Ottignon en Kirkwood telkens, heel subtiel en nauwkeurig gedoseerd, laagjes toevoegen. Een kort thema gespeeld door de blazers, een aanhoudend Hammond-akkoord, een verschuiving van een paar noten in de baslijn, een fill op de snare: het wordt allemaal heel klein gehouden, maar voldoende om de vier tracks spannend te houden, knap als je bedenkt dat de vier stukken elk tussen een kwartier en twintig minuten van je leven vergen. Als vanzelf word je de muziek ingezogen, op zoek naar die subtiele accenten. Distant Birds staan daarbij garant voor verrukkelijke vintage vibes. (Jeroen Mulder) (8/10) (Earshift Music)

Eddie Kold Band ft Larry ‘Doc’ Watkins – Blues In My Heart
Al sinds zijn eerste bezoek aan Chicago wijdt de Duitse zanger/gitarist Eddie Kold zijn carrière aan de Chicagoblues. Jorg Fennekold, zoals hij bekend staat bij de burgerlijke stand, bezocht de diverse clubs en zag de legendes spelen: Eddie Clearwater, Magic Slim, Junior Wells, Fenton Robinson, om er maar een paar te noemen. Bij dit eerste bezoek in 1986 is het niet gebleven, hij keert nog regelmatig terug naar de bakermat van deze cityblues. Thuis in Duitsland richtte hij de Eddie Kold Band op, waarmee hij regelmatig door Duitsland en de rest van Europa heeft getoerd. Sinds 2004 maakt de in Virginia geboren zanger Larry ‘Doc’ Watkins deel uit van de band. De andere vaste leden zijn Klaus Brunschede (bas), Christian Wubben (drums) en Lucas Diehl (toetsen, piano). In december 2025 is het derde album van de band verschenen, getiteld ‘Blues In My Heart’. Hierop staan dertien nummers, waarvan elf van eigen hand zijn. De twee covers zijn ‘Further On Up The Road’, bekend van o.m. Bobby Bland, Eric Clapton en Freddie King, en ‘Last Two Dollars’, dat bekend is gemaakt door Johnnie Taylor. Met de opener ‘Around Three Or Four’, een fraaie ballad, wordt meteen de toon gezet. Een goed opgebouwd nummer, dat als smaakmaker nieuwsgierig maakt naar de rest van het album. Met een mooie mix van rustige en uptempo nummers wordt de luisteraar getrakteerd op een meer dan uitstekend aanbod van muziek. De basis is overduidelijk de Chicagoblues, maar Eddie Kold is niet bang om uitstapjes te maken naar soul en funk. Dit komt de variatie sowieso ten goede. Nummers die, wat mij betreft, een bijzondere vermelding verdienen, zijn het al genoemde ‘Last Two Dollars’ met gastzangeres Honeydrew Melon Davenport, de ballad ‘Burnin’ Outta Control’, waarin Kold excelleert op gitaar, wat voor de slowblues ‘Lovesick Blues’ ook geldt. Voor liefhebbers van goedgemaakte muziek en sowieso van goede blues is ‘Blues In My Heart’ een absolute aanrader. Grote klasse. (Eric Campfens) (8/10) (L+R Records)

Natural Rhythm – Altin Sencalar
De zomer is in aantocht en dan verschijnen de Latin Jazz-platen met een snelheid die evenredig is aan de hoeveelheid masculien zweet dat van ontkleedde torso’s afparelt, ongeacht of de wereld daarop zit te wachten of niet. Dat laatste geldt doorgaans ook voor menig zomers niemendalletje dat het predikaat jazz echt niet verdient. Hoe anders is dat met ‘Natural Rhythm’ van trombonist Altin Sencalar. Geen gekunstelde afrobeat of pseudo-Cubaanse kitsch, maar gewoon lekkere salsa, met dank aan de ritmes die Alex Acuña op percussie neerlegt. Daarna is het de kunst om ruimte te houden in de melodieën en de arrangementen, zodat die ritmes voelbaar blijven, in plaats van op te gaan in het bombast van de blazerssectie. Koper heeft nu eenmaal de neiging om te overheersen, zeker als het de volle toon betreft die Sencalar uit zijn eigen trombone haalt. Het wordt dan zwaar en log, terwijl salsa juist lichtvoetig moet blijven. Daarin zijn de arrangementen spot on, iets dat je zeker hoort in de meer ingetogen stukken als ‘Lament’ en de rumba in ‘Reflection’. Een uitstekende plaat die recht doet aan de titel. Desondanks mogen de shirts gewoon aanblijven, heren. (Jeroen Mulder) (8/10) (Posi-Tone Records)

Penelope Trappes – Opvs Novum: A Requiem Reworked
Met haar nieuwe release ‘Opvs Novum: A Requiem Reworked’ laat Penelope Trappes een aantal artiesten samenwerken aan een nieuwe interpretatie van haar eerdere plaat ‘A Requiem’ uit 2025. Het project overstijgt daarbij ruimschoots het concept van een conventionele remixplaat. In plaats van simpelweg bestaande nummers te herwerken, wordt het oorspronkelijke album via tien verschillende artistieke invalshoeken opnieuw vormgegeven en emotioneel verdiept. Waar het origineel sober, ritueel en introspectief aanvoelde, vergroten deze herinterpretaties de emotionele reikwijdte van het materiaal. Zo worden desolate soundscapes en gotische spanning afgewisseld met devotionele melancholie die uitgroeit tot iets wat bijna hymnisch aanvoelt. Het album laveert daardoor continu tussen sacrale klaagzang en avant-gardistische elektronica. De nummers veranderen hierdoor in spookachtige spiegels waarin verdriet wordt weerkaatst via industriële pulsen, zwevende ambientklanken en dromerige popinvloeden. ‘Opvs Novum: A Requiem Reworked’ klinkt daardoor als een denkbeeldige ontmoeting tussen Hildegard von Bingen en de latere Scott Walker, waarbij eeuwen aan muzikale ontwikkeling de ruimte tussen beiden vullen. Toch had het album op sommige momenten iets meer dynamische variatie mogen bevatten, omdat de constante ingetogen sfeer af en toe wat afstandelijk kan aanvoelen. Desondanks blijft dit een intrigerende en meeslepende luisterervaring, die vooral via een goede koptelefoon volledig tot zijn recht komt. (Bart van de Sande) (7/10) (One Little Independent Records)

Maisie Peters – Florescence
Op ‘Florescence’ zet Maisie Peters een duidelijke stap in haar ontwikkeling als popartiest, waarbij ze haar herkenbare mix van directe melodieën en persoonlijke verhalen verder uitdiept. Het album klinkt als een fase waarin ze minder leunt op jeugdige impulsiviteit en meer op gecontroleerde songwriting en thematische samenhang. De productie is helder en breed opgezet, met een sterke nadruk op piano, gelaagde gitaren en subtiele elektronische accenten die de stem van Peters centraal houden zonder haar te overschaduwen. In nummers als ‘The Last One’ en ‘Bloom Again’ wordt duidelijk hoe ze alledaagse observaties weet te verbinden met grotere emotionele lijnen, waarbij kleine details in de tekst de songs extra lading geven. Wat opvalt is de manier waarop ‘Florescence’ balanceert tussen licht en donker. Sommige tracks hebben een luchtige, bijna speelse toon, terwijl andere nummers juist meer introspectief zijn en terugblikken op relaties en keuzes die hun sporen hebben nagelaten. Die wisselwerking zorgt ervoor dat het album niet eendimensionaal wordt, maar juist een gevoel van groei en reflectie uitstraalt. Peters klinkt vocaal zelfverzekerder dan op haar eerdere werk en durft vaker ruimte te laten in de arrangementen, waardoor de emotionele impact groter wordt. ‘Florescence’ is geen radicale breuk met haar eerdere stijl, maar wel een verfijning ervan, waarin Maisie Peters laat horen dat ze haar positie binnen de moderne popmuziek steeds steviger invult. (William Brown) (8/10) (Gingerbread Man Records)

