Iedere week komen er tientallen nieuwe albums binnen op de redactie van Maxazine. Veel te veel om ze allemaal te beluisteren, laat staan te recenseren. Iedere dag één recensie zorgt ervoor dat er te veel albums blijven liggen. En dat is zonde. Daarom plaatsen we vandaag een overzicht van albums die op de redactie binnenkomen in korte recensies.
Anthea – Beyond the Dawn
De Amerikaanse band Anthea mengt progressieve, power- en thrashmetal met symfonische/orkestrale muziek. De meeste tracks op ‘Beyond the Dawn’ hebben een symfonische opening van nog geen 15 seconden, dan komt de metal er (op een voorspelbare manier) bij. Een uitzondering vormt de ballad ‘Whispers of the Heart’. Er zitten een aantal voorspelbare wendingen en elementen in de 11 tracks, maar gelukkig zijn er ook verrassingen. Als het tempo in de muziek hoog is, verliest de muziek soms wat dynamiek. De verdeling tussen de (opzwepende) metal en symfonie is prima. Het geluid had rijker en warmer mogen zijn, bovendien is het verschil in volume tussen metal en symfonie te klein. Hierdoor mist de muziek de filmische allure en is de luisterbeleving minder intens. Cleane zang wordt afgewisseld met (gave) grunts. De bas is regelmatig aangenaam aanwezig, het gitaarspel is zeer goed. De teksten gaan over uiteenlopende onderwerpen. De sampling aan het intro van ’Burnin’ in the Third Degree’ (uit de film ‘The Terminator’) duurt te kort. Verder is deze cover krachtiger dan het origineel. (Esther Kessel-Tamerus) (7/10)(Rockshots Records)

Who On Earth – It Takes The Village
Who On Earth is een Amerikaanse hardrock/heavymetal-band. Begonnen als coverband, zijn ze in 2020 begonnen met het schrijven van eigen werk. Na tien nummers geschreven te hebben, duikt de band met producer Mike Orlando de studio in om het eerste album ‘Blame’ op te nemen dat ondanks wat vertragingen veroorzaakt door de COVID-pandemie uitkomt in oktober 2022. Hierna volgt een wat onrustige periode. 2024 is wat dat betreft een sleuteljaar. Who On Earth brengt dat jaar een aanzienlijk stevigere versie uit van Toto’s ‘Hold The Line’, momenteel hun meest gestreamde nummer. Ook sterft dat jaar gitarist Bruce Gatewood op slechts 55-jarige leeftijd. In maart 2025 komt het zes nummers tellende mini-album ‘Smoke & Mirrors’ uit, dat aan hem wordt opgedragen. ‘It Takes The Village’ is dus het tweede album van Who On Earth en bevat evenals het debuut en het mini-album rechttoe rechtaan hardrock/heavymetal met de nadruk op het gitaarwerk en de zang van Coosh (echte naam Andrew Couch). Verder kan ik vermelden dat het tweede nummer ‘Any Other Way’ een herwerkte versie is van het nummer ‘Black Swan’ van hun debuutalbum. De bonustracks zijn ‘Jane’, een nieuw ingetogen nummer, en ‘Down & Out’ (DVRKO-Remix), een elektronische remix van ‘Blame’ die ook op het debuutalbum staat. Op ‘Vigilance’ (Extended Version) spelen drummer Jason Bittner (Overkill) en gitarist Mike Orlando (Adrenaline Mob) mee. Orlando heeft ook dit album weer geproduceerd en dat heeft hij goed gedaan. Het album klinkt uitstekend. Liefhebbers van klassieke hardrock en jaren ’90-metal die niet hechten aan originaliteit hebben er een leuk album bij. (Ad Keepers) (7/10) (Eigen productie)

Chris Potter – Alive With Ghosts Today
Chris Potter geldt al jaren als een van de meest complete saxofonisten van zijn generatie: technisch perfect, terwijl juist die volmaakte techniek volstrekt ondergeschikt is aan zijn composities. Potter is vooral op zoek naar de juiste toon. Bij Potter geen virtuoos vertoon en de daaruit voortvloeiende is vingervlugheid op de kleppen. Wel: composities die het moeten hebben van klank en ruimte, van ingetogenheid waarin de zuivere melodie het voornaamste component is en waarin elk instrument ruimte krijgt, maar Potter tegelijkertijd de volledige controle houdt en voorkomt dat stukken als onsamenhangende structuren uit elkaar vallen. Controle is hier het sleutelwoord. ‘Alive With Ghosts Today’ is wel een album geworden dat geduld vergt van de luisteraar. Stukken als ‘Osawatomie’ en ‘This Earth Would Have No Charms For Me’ komen traag op gang, hebben tijd nodig om bijna letterlijk te ontstaan, te groeien. In die composities biedt Potter een blik op zijn ‘geesten’: vormen van jazz en invloeden die hem hebben gevormd. Dat zijn rijke herinneringen die contemplatieve, bedachtzame muziek opleveren. Een album waarvoor je de tijd moet nemen, om de geesten te leren kennen, te doorgronden en te waarderen. (Jeroen Mulder) (7/10) (Edition Records)

The House Must Win – Mick Flannery
The House Must Win speelt zich af in het westen van Ierland in de jaren zeventig en volgt twee broers die, ieder op zijn eigen manier, proberen een beter leven op te bouwen en de liefde van hun leven recht te doen. In een wereld vol gokpraktijken, geheimen en gebroken families leren ze omgaan met hun lot. Het project vindt zijn oorsprong in Evening Train, het debuutalbum van Mick Flannery uit 2005. Twintig jaar later heeft hij het verhaal uitgewerkt tot een volwaardig script, aangevuld met tien nieuwe nummers die het oorspronkelijke werk verder tot leven brengen. Ditmaal heeft Flannery ruimhartig gebruikgemaakt van gastartiesten die samen met hem – of zelfstandig – de nummers inkleuren. Met bijdragen van onder anderen Susan O’Neill, Jenn Grant, Lisa Hannigan en Anaïs Mitchell. Gezien het verhalende karakter van het album past deze aanpak goed binnen de gekozen structuur. Het geheel ademt een divers, soms neoklassiek geluid, met een sfeer waarin een artiest als Tom Waits zich moeiteloos thuis zou voelen. Tegelijkertijd schuilt hierin ook een mogelijke keerzijde: door de vele gastbijdragen raakt Flannery’s eigen zeggingskracht af en toe wat ondergesneeuwd. Met enkel zijn stem en gitaar weet hij namelijk een indringende, rauwe sfeer neer te zetten, die zonder twijfel naar meer doet verlangen. (Bart van de Sande) (8/10) (One Riot Records)

J Balvin & Ryan Castro – Omerta
J Balvin en Ryan Castro brengen met “Omerta” hun eerste gezamenlijke album uit, een tien tracks tellende reggaetón-plaat die de Italiaanse erecode versmelt met de straatcultuur van Medellín. De twee Colombianen leggen het concept dik aan: een korte film met Sofía Vergara, mafia-esthetiek à la ‘The Godfather’, pakken in plaats van straatkleding. Muzikaal is het minder rigide dan de aankleding doet vermoeden. Castro brengt zijn dancehall en reggae binnen op ‘Una A La Vez’ en ‘Medetown’; Balvin duwt richting trap, afrohouse en zelfs rock op ‘Melo’. ‘Tonto’ met DJ Snake is de evidente clubhit, in de lijn van Balvins eerdere ‘Mi Gente’. Wat wringt: tien nummers in één week opgenomen tussen New York en Turks en Caicos voelt soms ook zo — de broederschap is voelbaar, de noodzaak minder. Een sterke bromance, geen klassieker. (Jan Vranken) (7/10) (Universal Music Latino)

