Alberto Bernardini, die als Medi opereert in de Italiaanse underground, maakt muziek voor wie niet bang is voor de donkerste krochten van de muziek. Met ‘My Dark Thoughts Are Too Real’ presenteert hij een conceptalbum dat hip-hop, horrorcore en dark trap samenvoegt tot een geheel dat meer weg heeft van een persoonlijke afrekening dan van een plaatopname. Vergeleken met zijn voorgaande EP ‘I Literally Love You Mixtape Vol. II’ is de groei als artiest duidelijk hoorbaar: Medi klinkt zelfverzekerder, de productie is gelaagder en het conceptuele denken heeft aan scherpte gewonnen.
Productioneel beweegt het werk zich op vertrouwd terrein voor het genre: zware 808-baslijnen, gesmoorde melodieën, atmosferische lagen die bewust beklemmend zijn. Wat Medi onderscheidt van veel tijdgenoten is de theatrale structurering van het materiaal. De drie intermezzos, ‘Demon’s Intermission’, ‘La Casa Del Diavolo (Interlude)’ en ‘Intermission 2′, functioneren als ademruimtes die de luisteraar niet laten ontsnappen maar hem juist dieper in de belevingswereld van de artiest trekken. De keuze voor Italiaanse titels naast Engelse is geen affectatie maar een logische keuze voor een artiest die opereert vanuit zijn moedertaal en cultuur, en geeft het album een filmisch karakter dat doet denken aan de Italiaanse horrortraditie.
Van de drie intermezzo’s springt ‘Demon’s Intermission’ er als meest radicale moment uit. Het nummer plaatst de luisteraar ergens diep in de gewelven van een verlaten kasteel, waar voetstappen naderen die van niemand menselijks lijken te zijn. Het is een van die zeldzame nummers die niet zozeer een stemming oproepen als wel een fysieke gewaarwording, een ongemak dat zich niet laat wegzappen. De songwriting op de rest van het album varieert tussen directe, confronterende passages over persoonlijk leed en meer poëtische, surrealistische regels die innerlijke chaos oproepen. ‘Carillon’ is daarin bijzonder sterk: de verwijzing naar een muziekdoosje creëert een scherp contrast tussen kinderlijke onschuld en volwassen pijn. ‘Black Paradise’ slaagt erin twee schijnbaar tegenstrijdige gevoelens, verlangen en wanhoop, tegelijk vast te houden zonder in melodrama te vervallen.
De zwakke plek van het album is zijn omvang. Zeventien nummers is ambitieus, maar de intensiteit die het genre vereist, vraagt ook om dosering. Nummers als ‘Infami e Troie’ en het outro ‘Il Ballo Degli Scheletri’ voelen conceptueel logisch, maar emotioneel minder noodzakelijk. Bij een strakker geredigeerde tracklist hadden de hoogtepunten meer gewicht gehad. Ook wie geen affiniteit heeft met de duistere esthetiek van horrorcore, zal merken dat de uniforme toonzetting geleidelijk aan kracht verliest. Geen luchtig werk, maar wel eerlijk. (7/10) (La Roccia Sound)
