Close Menu
.: Maxazine :.
    Facebook X (Twitter) Instagram RSS
    zondag, februari 1
    Trending
    • Parels van de Popmuziek: Het verhaal achter Carl Douglas – ‘Kung Fu Fighting’
    • Album recensie overzicht: Ryan Adams, Cast en meer
    • Het Goede Doel leeft voort in De Bosuil
    • Album recensie overzicht: The Molotovs, Only the Poets en meer
    • De wekelijkse New Music Friday Maxazine Playlist op Spotify, 30 januari 2026
    • Danny Bryant – Nothing Left Behind
    • Concerten Katie Melua en dEUS op Slot Zeist
    • Phil Collins viert 75 jaar muziek en leven
    Facebook X (Twitter) Instagram
    .: Maxazine :.
    • HOME
    • Muzieknieuws
    • Concertverslagen
      • Festivals
        • ADE
        • Bospop
        • Brutal Assault
        • CityRock
        • Dour
        • Eendracht Festival
        • Festyland
        • Geuzenpop
        • Jera On Air
        • KempenerPop
        • Lowlands
        • Mundial
        • Paaspop
        • Pinkpop
        • The Brave
        • The Hague Jazz
    • Interviews
    • CD Recensies
      • Legendary Albums
    • Prijsvragen
    • Extra
      • Verjaardagen
      • @Enjoythismusic
    .: Maxazine :.
    You are at:Home»Muziek»Parels van de Popmuziek»Parels van de Popmuziek: Het verhaal achter Carl Douglas – ‘Kung Fu Fighting’
    Parels van de Popmuziek

    Parels van de Popmuziek: Het verhaal achter Carl Douglas – ‘Kung Fu Fighting’

    By Norman van den Wildenberg1 februari 2026

    Sommige songs  worden onverwachte documenten van hun tijd. ‘Kung Fu Fighting’ van Carl Douglas is daar een opvallend voorbeeld van. Met zijn herkenbare “hoeh” en “hah” geluiden, strakke baslijn en meeslepend ritme verkocht de single in 1974 wereldwijd elf miljoen exemplaren. De meeste luisteraars weten niet dat deze discoklassieker in amper tien minuten tot stand kwam, oorspronkelijk als B-kant was bedacht, en bijna verloren was gegaan. Het ontstaan van deze hit kent een verhaal vol toeval, culturele samenvloeiing en het juiste moment waarop een melodie een internationale beweging vastlegde.

    De geschiedenis van ‘Kung Fu Fighting’ is er een van onwaarschijnlijkheden. Een Jamaicaans-Britse zanger en een Indiase producent die elkaar ontmoeten in Londen. Een B-kant opgenomen in tien minuten. Een nummer over Chinese vechtkunsten dat precies op het juiste moment verschijnt om te profiteren van een wereldwijde culturele rage. Radio DJ’s en club DJ’s die het nummer een kans geven ondanks het ontbreken van initiële airplay. Een publiek dat massaal reageert, dat danst, dat meebeweegt, dat het nummer tot een wereldwijd fenomeen maakt.

    Carl Douglas

    Carlton George Douglas werd op 10 mei 1942 geboren in Kingston, Jamaica. Als kind verhuisde hij met zijn familie eerst naar Californië, voordat hij zich als tiener in Londen vestigde. In Engeland groeide Douglas op met twee passies: voetbal en muziek. Hij ontwikkelde een getrainde tenorstem die hij liet horen in kerkkoren, waar hij religieuze muziek zong. Zijn grootste muzikale inspiratiebronnen waren soullegendes Sam Cooke en Otis Redding, artiesten wier emotionele diepgang en vocale kracht hem vormden als zanger.

    In de jaren zestig en begin jaren zeventig werkte Douglas vooral als sessiemuzikant in de Londense muziekscene. Het was een bestaan in de anonimiteit, van achtergrondzang en studiodagen die nauwelijks inkomen opleverden. Hij zong op demo’s, leende zijn stem aan projecten van anderen, en wachtte op zijn grote doorbraak. Die kwam er jarenlang niet. Douglas behoorde tot die groep talentvolle maar onbekende zangers die de Britse muziekindustrie bevolkten, altijd op zoek naar die ene kans die hun carrière zou transformeren. Weinigen hadden kunnen voorspellen dat die kans zou komen in de vorm van een haastig opgenomen B-kant over vechtkunsten.

    Kung Fu Fighting

    Het verhaal van ‘Kung Fu Fighting’ begint echter niet alleen met Carl Douglas, maar ook met de producent die de plaat mogelijk maakte: Biddu Appaiah, beter bekend als gewoon Biddu. Geboren in 1945 in Bangalore, India, was Biddu een muziekproducent die de grenzen tussen Oost en West probeerde te slechten. In de jaren zestig vormde hij een band genaamd Trojans, het eerste Engelstalige ensemble in India, dat covers speelde van The Beatles, The Rolling Stones en andere westerse popsterren. Die ervaring gaf hem de smaak voor internationale popmuziek.

    In 1967 vertrok Biddu naar Engeland, met weinig geld en grote dromen. Zijn reis door het Midden-Oosten legde hij grotendeels af via liften, waarbij hij voor kost en inwoning songs speelde en zong. In Londen werkte hij eerst als kok in de Amerikaanse ambassade om de eindjes aan elkaar te knopen. Langzaam maar zeker werkte hij zich op in de muziekindustrie. In 1969 scoorde hij zijn eerste succes met een hit voor de Japanse band The Tigers. In 1972 componeerde hij de muziek voor de Britse thriller Embassy. Maar zijn grote doorbraak moest nog komen.

    In augustus 1974 zat Carl Douglas in de studio om een single op te nemen. Het A-kant nummer was ‘I Want to Give You My Everything’, geschreven door de Amerikaanse songwriter Larry Weiss, die net ‘Rhinestone Cowboy’ had gecomponeerd, een nummer dat een jaar later door Glen Campbell naar de nummer één positie zou worden gebracht. Er waren hoge verwachtingen voor Douglas’ versie van ‘I Want to Give You My Everything’. Biddu had Douglas ingehuurd om deze serieuze ballad te zingen, en ze hadden een studiosessie van drie uur geboekt.

    Na ruim twee uur opnemen en een pauze restten er nog maar tien minuten studiotijd. Biddu realiseerde zich dat ze nog een B-kant nodig hadden voor de single. Hij vroeg Douglas of hij misschien teksten had die ze snel konden gebruiken. Douglas toonde hem verschillende opties, waaronder een nummer dat hij had geschreven na een avond in Soho. Hij had daar kinderen op straat kung fu bewegingen zien nadoen, geïnspireerd door de vechtfilms die destijds enorm populair waren. Hij draaide zich om naar zijn vriend en zei: ‘Verdomme, het lijkt wel alsof iedereen aan het kung fu vechten is.’ Op dat moment hoorde hij de hele melodie in zijn hoofd.

    Biddu koos voor dit nummer en werkte snel een melodie uit. Omdat het toch maar een B-kant was, besloot hij over de top te gaan met de “huhs” en de “hahs” en de hakkende geluiden. Ze namen slechts twee takes op in die laatste tien minuten. Volgens Biddu: ‘Kung Fu Fighting was de B-kant, dus ik overdreef met de geluiden. Het was een B-kant, wie zou er nou naar luisteren?’ Carl Douglas, die zijn eigen vocale toevoegingen improviseerde, dacht er net zo over. Niemand in die studio had kunnen bevroeden wat er zou gebeuren.

    Wat volgde was niets minder dan een wonder. Robin Blanchflower van Pye Records hoorde beide nummers en drong erop aan dat ‘Kung Fu Fighting’ de A-kant moest worden in plaats van ‘I Want to Give You My Everything’. Na de release kreeg het nummer de eerste vijf weken geen enkele radio-airplay en verkocht het slecht. Maar in dansclubs begon het langzaam populair te worden. DJ’s draaiden de plaat en zagen hoe dansers massaal naar de vloer trokken zodra de herkenbare intro begon.

    Op 17 augustus 1974 kwam ‘Kung Fu Fighting’ binnen op nummer 42 in de UK Singles Chart. Een maand later, op 21 september, bereikte het de nummer één positie, waar het drie weken zou blijven. De single werd vervolgens uitgebracht in Amerika via 20th Century Records, waar het in december 1974 de Billboard Hot 100 twee weken lang aanvoerde. Het nummer bereikte ook de top van de Soul Singles chart, een bewijs van zijn brede aantrekkingskracht over raciale en culturele grenzen heen.

    De wereldwijde verovering was compleet. ‘Kung Fu Fighting’ haalde de nummer één in landen als Australië, Canada, Frankrijk, Duitsland, Nederland en België. In totaal werden wereldwijd elf miljoen exemplaren verkocht, wat het een van de best verkopende singles aller tijden maakte. In 1974 ontving het een gouden certificering van de RIAA in Amerika en de BPI in het Verenigd Koninkrijk. Bij de Amusement & Music Operators Association Jukebox Awards in 1975 won het de prijs voor ‘Jukebox Soul Record of the Year’, omdat het het meest verdiende soulnummer was dat dat jaar op jukeboxen werd gespeeld.

    Bus Stop Remix

    Bijna een kwart eeuw later kreeg ‘Kung Fu Fighting’ een tweede leven. In 1998 bracht de Britse danceact Bus Stop een remix uit van het nummer, waarbij ze de originele vocalen van Carl Douglas sampleden en er rapverzen aan toevoegden. Deze versie paste perfect in het tijdperk van de late jaren negentig, toen dance en electronic muziek de hitlijsten domineerden. De remix combineerde het nostalgie voor de jaren zeventig met moderne productietechnieken en een energieke, up-tempo beat.

    Bus Stop’s versie bereikte nummer acht in de UK Singles Chart en nummer één in Nieuw-Zeeland. Ook in Australië ontving de single een gouden certificering van de ARIA. Voor Carl Douglas betekende het een verrassende terugkeer naar de schijnwerpers. Hij werkte mee aan de remix, leende zijn stem opnieuw aan het nummer dat zijn carrière had gedefinieerd, en zag hoe een nieuwe generatie het nummer omarmdde. De members van Bus Stop, waaronder Mark Hall, Graham Turner en Daz Sampson (die later het Verenigd Koninkrijk zou vertegenwoordigen op het Eurovisie Songfestival van 2006), bewezen dat ‘Kung Fu Fighting’ een tijdloos nummer was dat zich kon aanpassen aan nieuwe muzikale contexten.

    Kung Fu Fighting and Other Great Love Songs

    Het succes van ‘Kung Fu Fighting’ leidde tot de release van Douglas’ debuutalbum ‘Kung Fu Fighting and Other Great Love Songs’ op 16 november 1974. De albumtitel is een van de meest onverwachte en memorabele in de popmuziekgeschiedenis, een ironische combinatie die de tegenstelling tussen vechtsport en romantiek benadrukt. Het album bereikte nummer 37 in de Billboard 200 en nummer 40 in de Australian Albums Chart. Nog indrukwekkender was de nummer één positie in de Top R&B/Hip-Hop Albums chart, wat aantoonde dat Douglas’ muziek breed werd omarmd binnen de soul en disco gemeenschap.

    Het album bevatte nummers als ‘Witchfinder General’, ‘When You Got Love’, ‘Changing Times’ en het instrumentale ‘Blue Eyed Soul’. De eerste opvolgsingle was ‘Dance the Kung Fu’, een logische poging om voort te borduren op het succes van de eerste hit. Het nummer deed het redelijk, met top tien noteringen in België, Duitsland en Nederland, maar bereikte in Amerika slechts nummer 48 in de Billboard Hot 100 en nummer 35 in het Verenigd Koninkrijk. Het had niet de magie van ‘Kung Fu Fighting’, niet die perfecte alchemie van timing, melodie en culturele resonantie. ‘Blue Eyed Soul’ werd uitgebracht als derde single, maar bereikte slechts nummer 25 in de Belgische hitlijsten.

    Gedurende deze periode werd Douglas kort gemanaged door Eric Woolfson, die later een van de primaire songwriters zou worden bij The Alan Parsons Project. Douglas bracht in 1976 zijn tweede album uit, ‘Love Peace and Happiness’, waarvan de singles ‘Shanghai’d’ en ‘Run Back’ werden uitgebracht. ‘Run Back’ bereikte nummer 25 in de UK singles chart, Douglas’ laatste Britse hitlijstnotering tot de Bus Stop remix meer dan twintig jaar later. In 1978 volgde zijn derde album ‘Keep Pleasing Me’, waarna Douglas zich grotendeels uit de muziekwereld terugtrok.

    Voor Carl Douglas bleef ‘Kung Fu Fighting’ zowel een zegen als een vloek. In Amerika wordt hij beschouwd als een one-hit wonder, een artiest die voor één magisch moment in de schijnwerpers stond maar nooit meer op hetzelfde niveau kon presteren. Maar wat voor moment was het. Het nummer overschaduwde de rest van zijn carrière volledig, definieerde zijn identiteit als artiest en maakte hem onsterfelijk in de annalen van de popmuziek.

    In verschillende lands werden ‘Kung Fu Fighting’ erkend als een van de grootste one-hit wonders. VH1 plaatste het op nummer 100 in hun lijst van ‘100 Greatest One-Hit Wonders’, terwijl Channel 4 in het Verenigd Koninkrijk het in 2000 op nummer één zette in hun ‘Top 10 One Hit Wonders’ lijst. In 2006 herhaalde Channel 4 deze bekroning in een uitgebreidere ’50 Greatest One Hit Wonders’ poll. Het nummer werd opgenomen in het programma ‘Bring Back the One-Hit Wonders’, waarin Carl Douglas het nummer live uitvoerde voor een enthousiast publiek.

    Share. Facebook Twitter Pinterest LinkedIn Tumblr Email
    Previous ArticleAlbum recensie overzicht: Ryan Adams, Cast en meer

    Related Posts

    Parels van de Popmuziek: Het verhaal achter Patrick Hernandez – ‘Born to Be Alive’

    Parels van de Popmuziek: Het verhaal achter The Buggles – ‘Video Killed the Radio Star’

    Parels van de Popmuziek: Het verhaal achter Murray Head – ‘One Night in Bangkok’

    Parels van de Popmuziek: Het verhaal achter Musical Youth – ‘Pass the Dutchie’

    Parels van de Popmuziek: Het verhaal achter Air – ‘All I Need’

    Parels van de Popmuziek: Het verhaal achter Soul II Soul – ‘Back to life’


    RSS Muzikantenbank
    • Gitarist zoekt leuke band
    • Sorrowsomnia (Metal) zoekt drummer en bassist
    • Metal Rythm Gitarist Gezocht 🫡
    • Zanger(es) gezocht
    • Drummer gezocht voor Funk/soul/rock band
    Over ons
    • Disclaimer
    • Adverteren
    • Privacybeleid en gebruiksvoorwaarden
    Maxazine Regionaal
    • Brabant
    • Gelderland
    • Limburg
    • Noord
    • Noord Holland
    • Overijssel
    • Utrecht
    • Zuid Holland

    Maxazine is er ook in andere talen:



    Type above and press Enter to search. Press Esc to cancel.