Noem in Nederland de naam Little Angels en je krijgt vaak een vragende blik. In Groot-Brittannië ligt dat heel anders. De band uit het kustplaatsje Scarborough, in 1984 begonnen als Zeus, groeide begin jaren negentig uit tot een van de grootste Britse hardrockbands van zijn generatie. Er kwamen elf top 40-singles, met onder meer ‘Womankind’, ‘She’s A Little Angel’ en ‘Boneyard’, en in 1993 stond het album Jam op nummer één. Little Angels deelden het podium met Van Halen, Guns N’ Roses, Aerosmith, ZZ Top, Faith No More, Bryan Adams en Bon Jovi. In Nederland stonden ze nooit op een podium. In 1994 namen ze afscheid in een uitverkochte Royal Albert Hall, en in 2012 volgde nog een korte reünie rond Download Festival.
Nu is de klassieke bezetting terug: Toby Jepson (zang), de broers Bruce (gitaar) en Jim Dickinson (toetsen), Mark Plunkett (bas) en Mark Richardson (drums), die later bij Skunk Anansie en Feeder speelde. Een nieuwe plaat stond nooit op het programma. Toch ontstonden tijdens de repetities voor de reünietour, die in Engeland voor een groot deel uitverkocht is, nieuwe nummers. “We zouden nooit een nieuwe plaat maken als we niets meer te zeggen hadden”, zegt de band. “Maar dat blijkt wel zo te zijn.”
Met Big Bad & Back is de cirkel rond. De titel knipoogt naar hun Big Bad EP uit 1989. ‘You Want Love’ is een nieuwe versie van ‘I Want Love’ van hun allereerste mini-album Too Posh To Mosh uit 1987, nu als duet met Doris Brendel. En voor de mix belden ze Mike Fraser, de Canadese geluidsman die destijds ook Jam mixte. Fraser stond aan de knoppen bij Permanent Vacation en Pump van Aerosmith, coproduceerde Ballbreaker van AC/DC en werkte aan Balance van Van Halen, Load van Metallica, Sonic Temple van The Cult en het album van Coverdale/Page. De band vroeg hem uitdrukkelijk de geest van die platen terug te halen.
Dat is gelukt. De vijf nummers zijn in één week live in één ruimte opgenomen in Chapel Studios in Lincolnshire, ouderwets. De zang is niet bijgestemd en de drums zijn vaak de eerste take. Dat hoor je: dit klinkt warm, rauw en levend.
Opener ‘All For One’ is meteen de sterkste troef. Er zit een groot refrein in, blazers en een gitaarsolo van Bruce Dickinson waar oude fans van gaan glunderen. Leg hem naast ‘Boneyard’ of een van hun andere oude successen en hij houdt moeiteloos stand. Op de tour gaat dit nummer het dak eraf spelen. ‘Hero (That Was Then, This Is Now)’ kijkt terug zonder te zwelgen. “Dit gaat niet meer over jeugd”, zegt Jepson. “Het gaat over waar we vandaan komen. Het gaat over thuiskomen.” ‘Small Town Boys’ heeft de bravoure van The Who, en ‘Raised To The Ground’ sluit af zonder één moment om op adem te komen.
En Toby Jepson? Die klinkt nog steeds als een jonge rockgod, met een fenomenale stem. Alle vijf de nummers komen recht in je gezicht, en voor je het weet headbang je met je vijftig-plus door de woonkamer alsof je weer 24 bent. Wat is het leven mooi. Give The People What They Want, noemden The Kinks hun album uit 1981. Dat is precies wat Little Angels hier doen. Hun enorme, trouwe fanbase is nooit opgehouden van deze band te houden, en krijgt nu wat ze wil, en eerlijk gezegd ook nodig heeft.
Kritiek? Voor de muggenzifters: dit is pure nostalgie. Maar dan wel heel erg lekkere nostalgie. Het enige echte probleem is dat vijf nummers niet genoeg zijn. Na deze tour kan het niet anders of er moet een album komen. Alle goede dingen komen terug, dus ook Little Angels. Wat een kick-ass band is dit nog steeds. (8/10) (Big Bad Music)
