In het historische pand van de Tolhuistuin in Amsterdam, tegenwoordig een rijksmonument en culturele hotspot, streek Teenage Fanclub neer met zijn karakteristieke melancholische gitaarpop. De Schotse band kwam er overtuigend aantonen dat het muzikale bestaansrecht na al die jaren nog altijd onverminderd groot was.
Na het vertrek van bassist, zanger, songwriter en medeoprichter Gerard Love in 2018 was het voor de band even zoeken naar een nieuw muzikaal evenwicht. Inmiddels waren de haren wat grijzer geworden, de brillen tevoorschijn gekomen en de muzikale urgentie wellicht wat milder dan ten tijde van hun doorbraakalbum ‘Bandwagonesque’ uit 1991. Een periode waarin de band door de inmiddels overleden Kurt Cobain werd geroemd als “The best band in the world”. Ook Liam Gallagher liet zich niet onbetuigd en noemde Teenage Fanclub ooit de op één na beste band ter wereld. De vraag bleef natuurlijk: wie was dan toch die nummer één?
Over smaak valt te twisten, maar het liet onverlet dat de oorspronkelijke drie-eenheid, bestaande uit oprichters Norman Blake, Raymond McGinley en Gerard Love, een herkenbaar geluid had neergezet. Een geluid dat herinneringen opriep aan de hoogtijdagen van The Byrds en Crosby, Stills, Nash & Young en als blauwdruk diende voor de muziek die de heren met hun pennen en instrumenten voortbrachten.
Het vertrek van Love dwong de band om het muzikale landschap opnieuw in te richten en een nieuwe koers te bepalen. Dat gebeurde onder meer met de komst van Euros Childs op toetsen in 2018. Hij mocht deze avond ook het voorprogramma verzorgen.
Pontificaal in het midden, achter zijn toetsen gezeten, begon Childs aan zijn set. Dat deed hij op een nogal Monty Pythoneske wijze. Zijn wat chaotische manier van communiceren, spontane acties en onconventionele manier van muziek maken en vooral nummers schrijven, zorgden voor een kolderieke vertoning. Wellicht iets wat vooral de liefhebbers aansprak, maar als voorprogramma niet direct een overtuigende opwarmer vormde.
De toestroom van publiek kwam dan ook pas echt op gang toen Childs samen met de rest van de band het podium betrad. De heren van Teenage Fanclub waren inmiddels duidelijk op leeftijd geraakt. Met hun brillen en stijlvolle kleding hadden ze evengoed kunnen doorgaan voor een gezelschap accountants van een bedrijf aan de Amsterdamse Zuidas. Maar uiterlijk vertoon deed er deze avond weinig toe. De band kwam vooral om het publiek te trakteren op een fraaie bloemlezing uit het inmiddels omvangrijke oeuvre.
Daarbij was er volop aandacht voor het nieuwere werk van het meest recente album ‘Do Not Dare to Dream’. Zo klonk er onder meer een fraaie uitvoering van ‘There Was You’, naast ‘Tomorrow People’ en het sterk aan CSN&Y verwante ‘Over and Over’. Vooral bij dat laatste nummer bleek dat de onderlinge samenzang nog altijd uitstekend overeind bleef. Ook albums als ‘Bandwagonesque’ en, wellicht een persoonlijke favoriet van de bandleden zelf, ‘Songs from Northern Britain’ kwamen nadrukkelijk voor het voetlicht. Norman Blake haalde dat laatste album namelijk meerdere keren specifiek aan.
Van ‘Grand Prix’ werd ‘Mellow Doubt’ gespeeld. Blake vroeg zich daarbij met een knipoog af of het fluiten hem nog wel zou lukken. Dertig jaar geleden had hij waarschijnlijk niet verwacht zich daar ooit druk om te hoeven maken. Ook Raymond McGinley kreeg een plaagstootje van Blake. Die vertelde dat zijn collega zich voorafgaand aan de tour suf had geoefend op het WahWah-effect. Bij ‘It’s a Bad World’ van ‘Songs from Northern Britain’ bleek die voorbereiding niet voor niets te zijn geweest, want McGinley liet horen dat hij het kunstje nog altijd uitstekend beheerste. Met een wervelende uitvoering van ‘The Concept’, afkomstig van ‘Bandwagonesque’, zette Teenage Fanclub uiteindelijk een stevig uitroepteken achter de vraag of de band na het vertrek van Gerard Love aan kracht had ingeboet.
De muziek was door de jaren heen misschien wat anders gaan vloeien, maar dat betekende zeker niet dat de kwaliteit eronder had geleden. Teenage Fanclub bewees in Het Tolhuis dat het nog altijd over die bijzondere combinatie van melodie, gitaarwerk en samenzang beschikte die de band ooit zo geliefd maakte. Anders dan vroeger misschien, maar zeker niet minder.
