Gracie Abrams is niet meer het meisje met de akoestische gitaar en de fluisterzang van 2020. Ze is de dochter van filmmaker J.J. Abrams, maar inmiddels heeft ze haar eigen naam op de kaart gezet, met tournees door uitverkochte arena’s en een innige band met Taylor Swift, die haar meenam op de Eras Tour. Na haar tweede plaat ‘The Secret of Us’, die in 2024 haar eerste nummer 1 notering in landen als Nederland en Engeland opleverde, komt Abrams nu met ‘Daughter from Hell’, haar derde studioalbum, opnieuw gemaakt met producer Aaron Dessner van The National.
Zestien nummers telt deze plaat, en Abrams noemt het zelf haar meest persoonlijke werk tot nu toe. Ze schreef de songs in een periode waarin ze na een lange tournee moest wennen aan stilstand, en dat voel je. De titel verwijst naar het gevoel oude patronen los te laten en volwassen te worden, ergens tussen wie je was en wie je wordt.
De opener ‘Hit the Wall’ zet meteen de toon. Het is een nummer over uitputting en zelfreflectie, met een refrein dat blijft hangen zonder dat het geforceerd klinkt. ‘Death Wish’, een nummer dat ze al live speelde voordat het werd opgenomen, is donkerder en directer dan we van haar gewend zijn. ‘Look at My Life’, de tweede single, gaat over het soort onzekerheid die je pas voelt als het stof van een succesvolle tournee is neergedaald en je weer alleen thuis zit. Het is typisch Abrams: geen grote gebaren, maar precieze, herkenbare zinnen die je recht in de maag raken.
Het album piekt bij ‘What If It’s Right?’, het langste nummer op de plaat, met een gastrol van Marcus Mumford. Abrams noemde het zelf haar favoriete nummer van de sessies, en het is niet moeilijk te horen waarom. Het is groter opgezet dan de rest van het album, met een bijna hymnisch slot, maar het verliest nooit de intimiteit die haar muziek kenmerkt. Andere tracks als ‘Minibar’, geschreven samen met haar jeugdvriendin Audrey Hobert, en ‘Men Like You’ voegen luchtigere momenten toe aan een verder behoorlijk zwaarmoedig album.
Muzikaal blijft Abrams dicht bij zichzelf: ingetogen gitaren, subtiele strijkarrangementen en productie die de nadruk op haar stem en teksten legt in plaats van op studio-trucjes. Dessner, die eerder met Taylor Swift en The National werkte, weet precies wanneer hij moet inhouden en wanneer een nummer ruimte nodig heeft om te groeien. Dat zorgt voor een plaat die consistent aanvoelt, ook al schuift het geluid tussen de nummers heen en weer van kwetsbaar akoestisch werk naar volwassen pop met een rand.
‘Daughter from Hell’ is geen plaat die je overweldigt met hooks of onverwachte wendingen. Het is een album dat vertrouwt op eerlijkheid en op een artiest die weet wat ze wil zeggen. Voor fans van haar eerdere werk is dit een logische, sterke stap vooruit, en voor nieuwe luisteraars een prima instap in wat Gracie Abrams uniek maakt binnen de huidige popscene. (8/10) (Interscope)
