Deep Purple heeft al meer levens dan een kat en doet daar gewoon lekker mee door. Bijna zestig jaar na de oprichting door Jon Lord en Ritchie Blackmore staat de band er nog steeds, en niet als een stelletje veteranen dat op safe speelt voor een laatste cheque. Met ‘Splat!’ brengen Ian Gillan, Roger Glover, Ian Paice en Don Airey hun 24e studioalbum uit, en het is hun tweede met gitarist Simon McBride, die instapte toen Steve Morse om persoonlijke redenen moest stoppen. Producer Bob Ezrin, ook bekend van werk met Alice Cooper en Kiss, zit weer achter de knoppen, net als bij hun vorige paar platen.
Het concept achter ‘Splat!’ komt van Gillan zelf. Geen apocalyps in de klassieke zin, maar het einde van de mensheid gezien als een soort transformatie. Klinkt zwaar, maar maak je geen zorgen, de muziek doet vooral wat Deep Purple altijd al deed, alleen dan met meer venijn. Gillan noemt het zelf vergelijkbaar met het materiaal van ‘Highway Star’ en ‘Smoke On The Water’, en dat is geen loze praat.
Opener ‘Arrogant Boy’ is de eerste single en meteen een statement. Galopperend ritme, scherp gitaarwerk van McBride en Gillan die klinkt alsof hij gisteren is begonnen in plaats van decennia geleden. ‘The Rider’ houdt het tempo erin met een nummer dat zowel toegankelijk als gelaagd is. Bij ‘The Lunatic’ hoor je de band op zijn best, een dikke, strakke groove die teruggrijpt naar het ‘Machine Head’ tijdperk zonder dat het ooit als nostalgie aanvoelt. Don Airey laat zijn Hammond orgel los op ‘The Only Horse In Town’, een lekkere up tempo rocker die naadloos overgaat in ‘Sacred Land’, waar zijn toetsen opnieuw de melodische kant van het nummer dragen.
Titeltrack ‘Splat!’ sluit het album af en is meteen een hoogtepunt. Airey trekt een clavinet solo uit de kast die doet denken aan Stevie Wonder, gebouwd op een akkoordenschema dat een knipoog geeft naar ‘Dear Prudence’ van The Beatles, maar dan met een spookachtig randje. Paice zit erbovenop met zijn drums, Glover houdt de boel stevig overeind, en Gillan zingt over zichzelf die uiteenspat tegen het scherm. Het is gek, het is groots, en het werkt gewoon.
Wat deze plaat onderscheidt van een hoop andere comeback platen van oude rockhelden is dat niemand hier op de automatische piloot staat. McBride speelt alsof hij iets te bewijzen heeft, Airey krijgt volop ruimte, en Ezrin zorgt voor een productie die strak en helder klinkt zonder de ruwe kantjes weg te poetsen. Veel bands van deze leeftijd zouden allang voor het makkelijke pad hebben gekozen, een jazzy plaatje met wat ingetogen nummers. Deep Purple doet het tegenovergestelde en dat verdient respect.
‘Splat!’ is geen plaat die de geschiedenisboeken herschrijft, maar wel eentje die laat zien dat deze band nog altijd vuur heeft. Dertien nummers vol energie, afwisseling en vakmanschap, van een groep die simpelweg geen zin heeft om op te houden. Fans krijgen precies wat ze willen, en wie nog nooit naar Deep Purple heeft geluisterd, kan hier prima beginnen. (8/10) (earMUSIC)
