Iedere week komen er tientallen nieuwe albums binnen op de redactie van Maxazine. Veel te veel om ze allemaal te beluisteren, laat staan te recenseren. Iedere dag één recensie zorgt ervoor dat er te veel albums blijven liggen. En dat is zonde. Daarom plaatsen we vandaag een overzicht van albums die op de redactie binnenkomen in korte recensies.
Smerz – Easy EP
Met ‘Easy EP’ verkent Smerz opnieuw de grens tussen experimentele pop en minimalistische elektronica. De nummers zijn kort, fragmentarisch en vaak opgebouwd rond stemflarden, zachte synths en onverwachte stiltes. In ‘Cold Hands’ en ‘Still Talking’ wordt die fragiele balans tussen intimiteit en afstand het duidelijkst hoorbaar. De productie is spaarzaam maar doordacht, waardoor elke klank extra gewicht krijgt. In plaats van traditionele songstructuren kiest het duo voor sfeer en fragment, wat het geheel een bijna dagboekachtig karakter geeft. ‘Easy EP’ voelt minder als een conventionele release en meer als een verzameling indrukken die samen een emotionele lijn vormen. Het is geen toegankelijke pop, maar ook geen pure abstractie, waardoor het precies in dat tussengebied blijft hangen waarin Smerz zich al langer beweegt. (Elodie Renard) (7/10) (Escho)

Boogie Beasts – Don’t Be So Mean, A Tribute To R.L. Burnside
Een vijftienjarig bestaan, dat was voor de leden van de Belgische formatie de Boogie Beasts een mooie reden voor een feestje. De honderdste geboortedag van blueslegende R.L. Burnside was een mooie aanleiding om beiden met elkaar te verbinden. Laten we eerst de hoofdpersonen voorstellen. De Boogie Beasts is een Belgisch (half-Wallonisch, half-Vlaams) kwartet, wier stijl wordt omschreven als punk-blues, hipster-boogie of punk-boogie. En, eerlijk gezegd, die vlag dekt de lading. R.L. Burnside (1926-2005) was exponent van de North Mississippi Hill Countryblues en de pater familias van de muzikale familie Burnside, en de grote inspiratie van de Boogie Beasts. De band bestaat uit Jan Jaspers (gitaar, zang), Patrick Louis (gitaar, zang), Fabian Bennardo (mondharmonica) en Gert Servaes (drums) en krijgt speciaal voor dit album Amerikaanse ondersteuning van Dywayne Burnside (zang), een van R.L.’s zoons, gitarist Kenny Brown, die lang in R.L.’s band speelde, slidegitarist Luther Dickinson en zanger G. Love. Uit Nederland is Pablo van der Poel (gitarist, DeWolff) van de partij en uit België de rocker Cedric Maes. Het album is sowieso een mooi eerbetoon aan de legendarische bluesman. En eigenlijk meer dan dat, de heren benadrukken
de essentie van de North Mississippi Hill Countryblues en daarbij hun eigen stijl weten te bewaren. De medewerking van Burnside en Brown, die lang met de oude held hebben gewerkt, zal daaraan mede debet zijn. Dat wordt meteen duidelijk bij het eerste nummer, het door Duwayne Burnside gezongen ‘Jumper On The Line’. Andere nummers die, wat mij betreft, een extra vermelding verdienen zijn ‘Skinny Woman’ met Kenny Brown op gitaar, ‘Over The Hill’ met Luther Dickinson en het door G. Love (je weet wel, die van Special Sauce) gezongen ‘Shake ‘Em On Down’. DeWolffs Pablo van der Poel verleent uitstekend gitaarwerk op ‘Going Down South’. Wederom een uitstekende plaat van onze zuiderburen. Een fraaie combinatie van Burnside’s stampende stijl met stevige, rauwe boogie. Prima werk. (Eric Campfens) (7/10) (Donor Productions)

The Field – Now You Exist
Op ‘Now You Exist’ zet The Field zijn kenmerkende minimal techno verder door, met lange, repetitieve structuren waarin kleine verschuivingen het verschil maken. De nummers bouwen zich langzaam op uit loops die voortdurend worden vervormd, waardoor een hypnotisch effect ontstaat dat typisch is voor het project van Axel Willner. In tracks als ‘Echo Drift’ en ‘Soft Collapse’ wordt duidelijk hoe belangrijk textuur is boven melodie. De productie is strak en digitaal, maar behoudt een warme onderlaag die voorkomt dat het geheel steriel aanvoelt. Ritmes worden niet abrupt gewijzigd, maar subtiel verschoven, waardoor de spanning eerder intern dan extern ontstaat. ‘Now You Exist’ vraagt volledige aandacht en geduld, maar beloont dat met een immersieve luisterervaring waarin tijdsgevoel lijkt te vervagen. Het album past naadloos binnen The Field’s oeuvre, maar voelt tegelijkertijd verfijnd en gecontroleerd, met een sterke focus op balans tussen herhaling en ontwikkeling. (Tobias Braun) (8/10) (Kompakt)

Tamikrest – Assikel
Met ‘Assikel’ levert de legendarische groep Tamikrest opnieuw een album af waarop de woestijnblues van de Sahara wordt verbonden met een breed en gelaagd klankpalet. De groep uit Mali klinkt op dit zesde studioalbum hechter dan ooit. De elektrische gitaren blijven ook op ‘Assikel’ het fundament, maar worden dit keer aangevuld met subtiele percussie, akoestische accenten en zangpartijen die een bijna meditatieve werking hebben. In nummers als ‘Tamotait’ en ‘Aman Iman’ staat niet alleen de melodie centraal, maar ook het gevoel van verbondenheid dat door het hele album heen voelbaar is. De productie klinkt warm en organisch, waardoor de repetitieve gitaarlijnen alle ruimte krijgen om zich langzaam te ontvouwen. Tamikrest kiest niet voor de grote contrasten, maar voor een gestage opbouw waarin iedere compositie zijn eigen sfeer ontwikkelt. ‘Assikel’, dat in het Tamasheq verwijst naar een cyclus van vernieuwing, is een evenwichtige en overtuigende plaat die traditie en moderne invloeden op natuurlijke wijze samenbrengt. ‘Assikel’ is een fijn album geworden dat Tamikrest terugbrengt waar ze horen. (Elodie Renard) (8/10) (Glitterbeat Records).

Drake – ICEMAN
Met ‘ICEMAN’ presenteert Drake zijn negende soloalbum, zijn eerste volledige soloplaat in drie jaar en het meest beladen project uit zijn carrière tot nu toe. Het album verscheen na een uitvoerige marketingcampagne met videouitzendingen, cryptische ijssculpturen in Toronto en de nodige rivaliteit met Kendrick Lamar als achtergrondmuziek. Op de leadsingles ‘What Did I Miss?’, ‘Which One’ met Central Cee en ‘Dog House’ met Yeat en Julia Wolf laat Drake horen dat hij zichzelf opnieuw wil positioneren als cultureel ankerpunt, eerlijk te zijn over gebroken relaties en vastberaden zijn focus te bewaren. De productie is strak en tijdloos, al ontbreken de grote risico’s die zijn vroegste klassiekers als ‘Take Care’ zo memorabel maakten. Het album verdient krediet voor zijn emotionele eerlijkheid, maar bevestigt ook de vraag die al jaren rondwaart: is Drake nog in staat tot de unanime erkenning die hij in zijn hoogtijdagen genoot? ‘ICEMAN’ is solide, soms doordringend, maar zelden meeslepend genoeg om de twijfels definitief te verstommen. (Norman van den Wildenberg) (6/10) (OVO Sound/Republic Records)

