Kreidler, het Duitse trio rond Thomas Klein, Alexander Paulick en Andreas Reihse, brengt op 15 mei 2026 via Bureau B zijn negende studioalbum ‘Schemes’ uit: een heroriëntatie waarin de band de motorische groove laat verschuiven naar lichter, ambienter terrein, zonder ook maar een moment aan karakter in te leveren.
Waar voorganger ‘Twists (A Visitor Arrives)’ in 2024 een 9 kreeg van deze redactie, en waar bassist Alexander Paulick kort daarna in gesprek met Maxazine hard van leer trok tegen wat hij de “perfecte middelmatigheid” van AI-gegenereerde muziek noemde, ontvouwt ‘Schemes’ zich nu als het muzikale bewijsstuk bij die kritiek. Dit is een album dat nergens een algoritme uitrekent. Het ademt, het schuift, het laat ruimte, het neemt risico’s.
Na drie decennia in de Düsseldorfer traditie van Kraftwerk, NEU! en La Düsseldorf heeft Kreidler een herkenbare klanksignatuur opgebouwd: strakke live-drums, fretloze bas en synthlagen die zich met elkaar verknopen. ‘Schemes’ breekt daar niet mee, maar trekt de textuur uit elkaar. De band nam op in Berlijn, in een andere Baustelle-studio, en gebruikte ter plekke gevonden objecten, waaronder een grote stalen olietank, voor ritmische kleur. Field recordings dringen de mix binnen, meanderend synthwerk vervangt de kop-op voorwaartse beweging uit eerder werk. Het resultaat klinkt niet als een koerswijziging, maar als een band die zijn eigen apparaat opnieuw afstelt. Dit is een plaat die om goede weergave vraagt. Op degelijke speakers, bij voorkeur met een warme vintageversterker, verandert elke woonkamer in een kleine concertzaal. Zet de bassen open, voel wat er gebeurt, en je ontdekt dat de vermeende rust volop beweging herbergt. De productie is transparant zonder steriel te worden: elke snaaraanslag, elk synthpatroon, elke in de buitenlucht opgevangen ruis krijgt een eigen positie in het stereobeeld.
Dat ‘Marble Upset’ als eerste single is gekozen, zegt iets over het zelfvertrouwen van de band. Je kunt erop dansen, in een terlenka-broek, wit overhemd en glimmende zwarte puntschoenen, gedragen door een bijna filmisch dwingende beat en ritmische accenten die tegen ambientklanken aanschurken. De slottonen klinken als een arcadekast uit het Space Invaders-tijdperk. Een groot avontuur als visitekaartje. Kreidler heeft op deze plaat bovendien een zeldzaam talent om titels te bedenken die al half klinken voor je ze gehoord hebt. ‘Snowflakes’ is daar het eerste bewijs van. Het klinkt voor Kreidler-begrippen bijna speels, de titel werkt bezwerend: je ziet de sneeuwvlokken werkelijk dwarrelen in je hoofd, terwijl een organische texturenlaag boven een breakable beat zweeft.
‘Fenix’, met de Argentijnse gastvocalist Leo García, is het meest aparte nummer op de plaat. Garcías stem zit niet bovenop de muziek geplakt, maar volledig in de mix verweven: je hoort flarden die doen denken aan de polyfonie van I Muvrini, dan weer aan Mongools keelgezang, dan weer aan een propellervliegtuig dat moeizaam opstijgt. Het is een welkomstbord naar de wondere wereld die Kreidler bewoont, een wereld waarin je jezelf kunt verliezen, als je dat toelaat. Het melancholische hoogtepunt heet ‘The distance between you’. De fretloze bas tekent een lijn die bijna smachtend is, een basisritme schuift eronder door, en de plucked sounds zouden niet misstaan op een vroeg jaren-tachtigalbum van Nina Hagen. Bijna zes minuten duurt het, en je wilt dat het er twaalf worden.
Afsluiter ‘Tar’ laat dat titeltalent nog eens zien. De track kent precies de stroperige, langzame, onstuitbare loop die teer oproept: er wordt gerammeld, er wordt over ijzer gewreven, en een gesynthetiseerd koortje echoot door de mix als een verre nagalm van 10cc’s ‘I’m Not In Love’. Die vergelijking is klankmatig uiteraard onzinnig. Maar wie denkt aan de experimenteerdrift waarmee 10cc in de hoogtijdagen van Strawberry Studios de grenzen van studiotechniek opzocht, ontdekt opeens dat de familie kleiner is dan je dacht.
De kritische noot is op dit album moeilijk te vinden. ‘Schemes’ houdt je vast van begin tot eind, avontuurlijk en spannend op de manier waarop een goede thriller een pageturner is. Wie wil zeuren, kan opperen dat de tien tracks samen één dwingende rode draad missen. Maar dat is nu juist de bedoeling: het album heet ‘Schemes’ in het meervoud.
Waarom ‘Schemes’ ertoe doet Dit zou wel eens het beste album in het Kreidler-oeuvre kunnen zijn. De band houdt zich aan het woord dat ze gaven in het eerdere interview: blijven experimenteren, niet middelen, niet in het midden gaan staan. Dat ze dat na dertig jaar nog zo ongedwongen klinkend doen, is zeldzaam. Een 10 blijft bij deze recensent gereserveerd voor platen die hun eeuwigheidswaarde door de jaren heen hebben bewezen. Met ‘Schemes’ opent Kreidler de weg naar een veelbelovende toekomst: met durf en muzikaliteit hebben ze hun koers verlegd en pakken ze in hun eigenwijsheid de hoofdprijs. (9/10) (Bureau B)
