Op 27 februari 2026 overleed Neil Sedaka op 86-jarige leeftijd in Los Angeles, nadat hij eerder die ochtend per ambulance naar een ziekenhuis was gebracht. Zijn familie liet weten “diepbedroefd” te zijn door het “plotselinge overlijden” van wie ze omschreven als “een ware rock-‘n-rolllegende en een inspiratiebron voor miljoenen.” Het nieuws trof de muziekwereld als een donderslag bij heldere hemel, want Sedaka, die slechts twee dagen eerder nog werd gespot bij een diner in Los Angeles, had altijd iets onverwoestbaars over zich.

Wie bij de naam Neil Sedaka onmiddellijk aan een goedmoedige crooner denkt met gladde, hoogteloze melodietjes, begrijpt nauwelijks hoe bepalend deze man voor de popmuziek is geweest. Sedaka was in de eerste plaats een briljant vakman: een componist van het hoogste niveau die de anatomie van de popsong begreep als weinig anderen.
Neil Sedaka werd geboren op 13 maart 1939 in Brighton Beach, Brooklyn, en groeide op in een muzikaal milieu dat hem al vroeg naar de Juilliard School bracht, een van de meest gerenommeerde muziekacademies ter wereld. Hij was een getalenteerde klassiek pianist die door Arthur Rubinstein persoonlijk werd opgemerkt bij een competitie voor jonge talenten. Maar de rock-‘n-roll riep luider. Samen met zijn jeugdvriend en buurman Howard Greenfield vormde hij een van de productiefste songschrijversduo’s van hun generatie, werkzaam vanuit het legendarische Brill Building in New York, de popmuziekfabriek bij uitstek waar ook Carole King, Gerry Goffin, Barry Mann en Cynthia Weil werkten.
Het waren die kringen die ‘Oh! Carol’ (1959) voortbrachten, Sedaka’s eerste grote hit, geschreven voor zijn middelbareschoollief Carole King. Het nummer bereikte de Top 10 in Amerika en stond zeventien weken in de Britse hitlijsten. Wat volgde was een stroom van meeslepende singles: ‘Calendar Girl’, ‘Happy Birthday Sweet Sixteen’ en ‘Breaking Up Is Hard to Do’, dat in 1962 de nummer één-positie bereikte. Sedaka schreef in diezelfde periode ook ‘Stupid Cupid’ voor Connie Francis, een nummer dat haar carrière mede definieerde.

De Britse invasie van de Beatles en hun tijdgenoten deed Sedaka’s Amerikaanse populariteit snel wegebben. Midden jaren zestig was hij in eigen land vrijwel van de radar verdwenen. Maar waar sommigen opgaven, verkoos Sedaka een strategische terugtrekking naar het Verenigd Koninkrijk, en die keuze bleek zijn redding. In 1972 werd hij via impresario Harvey Lisberg geïntroduceerd aan de vier toekomstige leden van 10cc: Graham Gouldman, Eric Stewart, Kevin Godley en Lol Creme. De band, die kort daarna internationaal zou doorbreken met klassiekers als ‘I’m Not in Love’, produceerde voor Sedaka het album ‘Solitaire’, opgenomen in hun eigen Strawberry Studios in het Engelse Stockport. Het was geen vrijblijvende samenwerking: 10cc bracht hun karakteristieke gevoel voor harmonie, arrangement en studiocraftmanship mee, en Sedaka bood hen een popmuzikale intuïtie die even verfijnd als instinctief was. Het resultaat was een album dat bewees dat Sedaka’s talent zijn hitperiode overleefde, en dat hij nog lang niet klaar was.
“‘Oh! Carol’ was één van de eerste liedjes die ik zong met een schoolvriendje Henk van Limburg…We noemden onszelf The Henry Boys en we zongen in het clubhuis Frankendael in Amsterdam Oost. De tekst was fonetisch… “O Carol ai em butte foe” etc. Ik denk dat wij de versie van de Blue Diamonds hoorden… Maar Neil is één van de stemmen uit mijn jeugd.”, aldus Henk Hofstede van de NITS over het overlijden van Neil Sedaka, in een reactie naar Maxazine.
De echte rehabilitatie in Amerika werd ingeluid door niemand minder dan Elton John, die Sedaka signeerde bij zijn label Rocket Records. Met ‘Sedaka’s Back’ (1975) keerde hij terug met een reeks ijzersterke nummers: ‘Laughter in the Rain’ en ‘Bad Blood’ bereikten beiden de nummer één in de VS. Datzelfde jaar herschreef hij zijn eigen klassieker ‘Breaking Up Is Hard to Do’ als een trage ballade, en ook die versie haalde de Top 10. Hij werd daarmee de enige artiest ooit die twee volstrekt verschillende versies van hetzelfde nummer allebei in de hitlijsten wist te plaatsen. Zijn invloed als songwriter reikte ver buiten zijn eigen carrière. ‘Love Will Keep Us Together’, dat hij co-schreef met Howard Greenfield, werd in 1975 een nummer één-hit voor Captain & Tennille en won een Grammy Award. En dan is er ‘(Is This the Way to) Amarillo’, zijn compositie voor Tony Christie, dat decennialang tot de meest gespeelde Britse nummers zou behoren. Minder bekend: Sedaka schreef de Engelse tekst voor ‘Ring Ring’ van ABBA, waarmee hij ook aan de wieg stond van een van de grootste popcarrières uit de geschiedenis.

Neil Sedaka werd in 1983 opgenomen in de Songwriters Hall of Fame, ontving een ster op de Hollywood Walk of Fame en werd vijfmaal genomineerd voor een Grammy Award. In 2024 verkocht hij zijn volledige catalogus, meer dan 500 nummers, aan Primary Wave. In 2022 had hij al aangekondigd te zijn gestopt met schrijven, omdat hij naar eigen zeggen niet langer op het niveau kon schrijven dat hij zichzelf stelde.
Tot op hoge leeftijd bleef hij optreden, met tientallen concerten per jaar. Sedaka overleed zoals hij leefde: actief, aanwezig, nog altijd relevant. Hij laat achter zijn vrouw Leba Strassberg, met wie hij meer dan zestig jaar getrouwd was, dochter Dara, zoon Marc en drie kleinkinderen.
Neil Sedaka was geen crooner. Hij was een architect, iemand die de popsong van binnenuit begreep en voor twee generaties opnieuw uitvond. Die nalatenschap klinkt nog lang door.
Foto’s (c) Raph_PH (Licensed under CC BY 2.0)
