And Also the Trees wisten hun muziek overtuigend over te brengen op het publiek in Doornroosje, Nijmegen. Grondleggers en broers, zanger Simon Huw Jones en gitarist Justin Jones, waren sinds de start de vaste waarden binnen And Also the Trees. Samen met drummer Paul Hill, bassist Grant Gordon en Coli Ozanne, die met onder meer zijn keyboardspel voor een belangrijke verdere inkleuring van de sferische nummers zorgde, brachten zij een filmische set naar Doornroosje. Er was geen voorprogramma, maar direct de hoofdact. In het geval van And Also the Trees viel daar ook wel wat voor te zeggen. Als publiek wilde je je door zanger Simon Huw Jones laten onderdompelen in zijn imaginaire kijk op de wereld. De sfeer die de band wist neer te zetten, klonk alsof je er zelf deel van uitmaakte en tegelijkertijd de gelegenheid kreeg om je eigen wereld te creëren. Dat vroeg om focus en vooral niet om afleiding van derden. Dus wat langer wachten, maar dat wachten werd ruimschoots beloond.
De voordracht van Huw Jones deed in de verte soms denken aan die van wijlen Jim Morrison, eveneens een dichter die zijn publiek wist mee te nemen in zijn eigen wereld. De muziek riep ondertussen de gedachte op dat And Also the Trees door de jaren heen ongetwijfeld andere bands had beïnvloed, of dat diezelfde bands ergens naar And Also the Trees hadden geluisterd. Raakvlakken met Tindersticks en Wovenhand kwamen zo nu en dan in gedachten voorbij. Daarnaast was het sprankelende en repeterende gitaarspel van Justin Jones een belangrijke pijler die het geluid van And Also the Trees zo herkenbaar maakte. De drumroffels van Paul Hill gaven het hedendaagse werk van de band een schemerige, jazzy inslag, terwijl de wortels stevig in de beginjaren bleven verankerd. In die vroege jaren trokken ze onder meer op met Robert Smith en Lol Tolhurst. De sfeer was op momenten zelfs zó schemerig dat Huw Jones de lichttechnicus vroeg om wat meer licht op het podium te zetten. Zijn broer Justin moest immers nog wel kunnen zien wat hij aan het doen was wanneer hij zijn gitaar bijstelde. Het hoorde er allemaal bij en het aanwezige publiek genoot ervan.
Een deel van het publiek volgde And Also the Trees waarschijnlijk al geruime tijd en was inmiddels gezamenlijk wat grijzer geworden. Tegelijkertijd was er een nieuwe generatie aanwezig die de band juist aan het ontdekken was. Zowel het optreden als het laatste album maakten duidelijk dat And Also the Trees nog steeds relevant was en niet simpelweg bleef hangen in vervlogen tijden. ‘The Devil’s Door’, hun laatste worp die begin dit jaar werd uitgebracht, kwam dan ook nadrukkelijk aan het voetlicht. De band opende met het drieluik ‘Rooftop’, een donkere opener die met zijn karakteristieke gitaarspel direct de juiste sfeer neerzette. ‘The Crosshair’ had wat meer dreiging en scherpte in zich, terwijl ‘The Silver Key’ de typische donkere romantiek van And Also the Trees combineerde met hoekige gitaren. Voor de liefhebbers was er bij de merchstand bovendien ruim de gelegenheid om de collectie aan te vullen. Albums en ander materiaal van And Also the Trees waren immers niet altijd even gemakkelijk verkrijgbaar bij de plaatselijke platenboer. Later volgde onder meer ‘Return of the Reapers’, een donker maar toch melodieus nummer, en ‘The Trickster’. Ook deze nummers werden met hetzelfde enthousiasme begroet. Het geheel vormde een interessante greep uit het inmiddels indrukwekkende oeuvre van de band.
Huw Jones kondigde ‘Shantell’ aan als hun allereerst opgenomen nummer. Daarmee werd de set een bloemlezing van hun inmiddels ruim veertigjarige geschiedenis. Ook ‘Virus Meadow’, een vroege klassieker uit 1986 van het gelijknamige album, kwam voorbij. Hierin kwam het eigen, karakteristieke geluid van de band nog eens nadrukkelijk naar voren. Na een pakkende set van ongeveer een uur kwamen de heren nog terug voor vier toegiften. De laatste, ‘Slow Pulse Boy’, maakte daarbij veel indruk. Vooral de opbouw van het gitaarspel van Justin Jones wist de aandacht van de zaal volledig naar zich toe te trekken. Op sfeervolle, welhaast hypnotiserende wijze wist hij de aanwezigen nog één keer volledig in de muziek te laten verdwijnen. Gesteld kon worden dat And Also the Trees nog steeds iets te melden had en dat er voldoende publiek was dat dit wilde horen. Geen muziek om zo tussendoor even aan je voorbij te laten komen. Nee, hiervoor moest je de tijd nemen, je laten onderdompelen en vooral even een andere wereld binnenstappen. Of, zoals Bassie het in dit geval zou zeggen: “Allememaggies, dat ga ik eens aan de binnenkant van mijn ogen beluisteren.”
