Blondshell heeft geen zin meer om alles uit te leggen. Op ‘Violins’ laat Sabrina Teitelbaum de gitaren weer flink los, en ze doet dat met minder omhaal en meer bijt dan ooit. Het is een derde plaat die niet vraagt of je het snapt, maar je gewoon bij de lurven pakt.
Teitelbaum werd in 1997 geboren in New York en woont al jaren in Los Angeles. Ze begon haar carrière als popartiest onder de naam BAUM, maar voelde zich nooit thuis in dat kostuum. Als Blondshell koos ze in 2022 voor gruizigere gitaren en scherpere teksten, geïnspireerd door de rock van de jaren negentig. Haar titelloze debuut uit 2023 kreeg veel lof en ‘If You Asked for a Picture’ uit 2025 bevestigde dat. Die twee platen draaiden vooral om kapotte relaties en verslaving. Nu gooit ze het over een andere boeg. ‘Violins’ gaat over lastige vriendschappen, geloof, het lichaam en het trage, weinig glamoureuze werk van herstel. Elf nummers, en ze zijn zwaarder dan je van haar gewend bent.
Producer Yves Rothman zit inmiddels drie platen naast haar en dat werkt. De demo’s die Teitelbaum alleen schreef, werden met de band live opgenomen, en dat hoor je aan de ruwe randjes. In de bijgeleverde toelichting noemt ze Gang of Four, Teenage Fanclub, The Go-Betweens en zelfs Sade als nieuwe referenties, en in de teksten duiken knipogen naar Leonard Cohen en Pavement op. Dat klinkt als een vreemde cocktail, maar het geeft de plaat een breder palet zonder dat de kern verwatert.
Het titelnummer ‘Violins’ is het hart van de plaat. Het begint kwetsbaar en bouwt op naar een refrein dat als een stomp binnenkomt, met gitaren die botsen en een korte, vrolijke schrapende plaat midden in het nummer. Daarop volgt haar vraag “Wait, what’d you say?”, gezongen als reactie op iemand die denkt dat genezen snel gaat. Tederheid en dreiging liggen hier vlak naast elkaar, zoals een hoofd dat op een schouder rust terwijl het net zo goed kan gaan rollen. Het is het soort nummer dat je bij het eerste refrein al hard wilt meebrullen. ‘Heart Has To Work So Hard’ gaat over een vriendschap die verzuurt tot verraad, en rijdt op een stuwende groove met statische ruis. In ‘Lucky’ zit dan weer iets zonnigs en slapeloos, terwijl ‘Stone Fruit’ met een beeld van hechten als een bloedstolsel niet bepaald zachtzinnig is. Afsluiter ‘Fur Elise’ brengt tot slot rust, bijna ontwapenend na zo veel lawaai.
Helemaal foutloos is het niet. Wie de plaat op zich laat inwerken, hoort hier en daar dat het geluid nog altijd sterk leunt op vertrouwde negentiger jaren. Sommigen zullen zeggen dat je het allemaal al eerder hebt gehoord, en die kritiek is niet uit de lucht gegrepen. De productie is gepolijst, bijna te netjes voor teksten die zo rauw willen zijn. En de thematiek is zwaar, wat een luchtig zomerplaatje uitsluit.
Toch wint de plaat het van die bedenkingen. Teitelbaum durft nu te zeggen wat ze denkt en laat ruimte voor beelden die niet meteen te ontcijferen zijn. Dat maakt haar geloofwaardiger dan veel leeftijdsgenoten die zich achter zoetere melodieën verschuilen. ‘Violins’ is een plaat voor wie gitaren wil horen die kraken en een stem die niet meer vraagt om toestemming. Zet hem hard, en laat de buren maar klagen. (8/10) (Partisan Records)
